Bespied achter de virtuele spiegel

'Ons gevoel van onveiligheid is uit de pas gaan lopen met de feiten' Beeld Censuur

Veiligheid willen we. En veiligheid krijgen we. Althans, dat wordt ons beloofd. Achter de schermen verrijst een waar panopticum.

Als je iets hebt gedaan wat je geheim wilt houden, had je het misschien sowieso niet moeten doen." Aldus Google-topman Eric Schmidt in een interview met CNBC. Dat was in 2009. Vier jaar later blijken internetgiganten als Google en Facebook op grote schaal gegevens van gebruikers door te spelen aan de Amerikaanse staat.

In zijn boek 'De afluisterstaat' (2014) vat Glenn Greenwald, de journalist aan wie Edward Snowden zijn duizenden geheime NSA-documenten lekte, nog eens samen wat we nu weten over de Amerikaanse afluisterpraktijken. Ontnuchterende lectuur voor wie dacht dat het allemaal wel meevalt. Greenwald gebruikt de metafoor van een spiegelruit.

'De Amerikaanse overheid', schrijft hij, 'ziet wat iedereen overal ter wereld doet, inclusief de eigen bevolking, terwijl niemand kan zien wat er achter die ruit gebeurt. Het is de ultieme disbalans, met als gevolg de gevaarlijkste situatie waarin de mens kan belanden: één partij met onbeperkte macht die geen transparantie betracht en nergens rekenschap over aflegt.'

Schijnbare alomtegenwoordigheid
Die spiegelruit doet denken aan het panopticum van de Britse filosoof Jeremy Bentham (1748-1832): een gevangenis waarin de opzichter vanuit een centraal punt alle celbewoners kan zien, maar zij hem niet. Zo kun je met een minimum aan middelen een maximum aan controle bereiken. Want de opzichter hoeft niet iedereen altijd te bekijken. De loutere wetenschap dat gevangenen op elk moment bekeken kúnnen worden - Bentham had het over de 'schijnbare alomtegenwoordigheid' van het gezag - is genoeg om ze te disciplineren.

Zo bezien zijn de onthullingen van Snowden paradoxaal genoeg zelfs behulpzaam voor de NSA: iedereen is er nu in ieder geval goed van doordrongen doelwit te kunnen worden van Amerikaanse spionage. De ogen van de NSA zijn overal. Niemand is er veilig voor, zelfs niet de bondskanselier van Duitsland.

Dat dit alles haaks staat op de kernwaarden van de democratie behoeft geen betoog. Die leunt immers op het idee dat het juist de machthebbers zijn die gecontroleerd moeten worden; zij moeten verantwoording afleggen aan het volk. In een surveillancestaat gebeurt het tegenovergestelde. De transparantie die van burgers verlangd wordt, streeft de staat zelf niet na. Integendeel, de controle gebeurt zoveel mogelijk onder de radar.

Om de democratie te beschermen, zijn soms ondemocratische middelen nodig. Maar het is de vraag of dit digitale panopticum-in-wording ons wel zo veel veiliger maakt. Te controleren valt het niet. Over eventuele verijdelde aanslagen komt, omwille van onze veiligheid, geen exacte informatie naar buiten. Zo wordt veiligheid een soort lek in de democratie.

Beeld thinkstock

Utopisch verlangen
"Het probleem met veiligheid", zegt Hans Boutellier, "is dat het begrip onverzadigbaar is". Boutellier leidt het Verwey-Jonker Instituut in Utrecht en is hoogleraar 'Veiligheid en burgerschap' aan de Vrije Universiteit. In 2002 schreef hij het boek 'De veiligheidsutopie'. "Je kunt er altijd nog een schep bovenop doen. Kijk naar de controles op Schiphol, er komen telkens nieuwe bij. Nooit bereik je het punt waarop je kunt zeggen: nu zijn we veilig."

Volgens Boutellier wordt onze tijd getekend door een 'utopisch verlangen' naar veiligheid. "Dat is op zich niet verwonderlijk. Onze samenleving kent een grote mate van openheid en uitbundigheid: 'leg mij niks in de weg'. Er zijn weinig vanzelfsprekendheden en vaste structuren. Dat geeft een gevoel van vrijheid maar maakt mensen óók onzeker."

Eigenlijk willen we het onmogelijke, aldus Boutellier: maximale vrijheid én maximale veiligheid. "Wij zijn de verveelde kinderen van de verzorgingsstaat: we willen avontuur, maar geen risico's. Zoiets als bungeejumpen: je maakt een idiote dodensprong, maar je weet dat er een elastiek is. We slikken xtc, maar wel gecontroleerd door de GGD. Living on the edge - maar wel met een vangnet."

Dit utopische verlangen plus de 'oneindige potentie' van het begrip veiligheid maakt ons vatbaar voor almaar uitdijende surveillance van de overheid, zegt Boutellier. Ook in Nederland. Want het internet is grotendeels in handen van Amerikaanse bedrijven, die veelal aan de leiband lopen van de Amerikaanse staat. En die heeft alle niet-Amerikanen zo ongeveer vogelvrij verklaard. Zoveel stelt nationale autonomie in het internettijdperk niet voor.

Vluchtgegevens
Nog los daarvan heeft ook Nederland op het gebied van privacy niet per se een geruststellende staat van dienst. Het is berucht om zijn vele telefoontaps. Onlangs bleek dat de AIVD ten onrechte ook internetfora heeft gekraakt. Sowieso groeiden de veiligheidsdiensten het afgelopen decennium fors: ze zijn drie keer zo groot als tijdens de Koude Oorlog. De inlichtingendienst (gericht op het buitenland) kwam weer terug na acht jaar te zijn weggeweest.

Van de jongste regeringsplannen spat het respect voor privacy niet direct af. Zo wilde minister Opstelten (VVD) de vluchtgegevens van alle Nederlanders opslaan om potentiële terroristen eruit te vissen. Dat plan is inmiddels van tafel. Binnenkort ligt er een wetsvoorstel in de Kamer om niet alleen bij satellietcommunicatie, maar ook bij kabelgebonden communicatie (lees: internet) ongericht te kunnen zoeken. Met het sleepnet dus.

Beeld thinkstock

"Als je de band even terugspoelt, valt wel te begrijpen hoe we op dit punt terecht zijn gekomen", legt Boutellier uit. "In de jaren tachtig en negentig was er wel degelijk iets aan de hand. Drugshandel bloeide op, net als de georganiseerde misdaad. De criminaliteit steeg fors; van 1960 tot 2000 was er sprake van een vertienvoudiging van het aantal aangiften."

Hierdoor veranderde de houding tegenover de overheid, aldus Boutellier. "Vroeger wilde men beschermd worden tegen een 'almachtige' staat. Ons rechtssysteem komt grotendeels voort uit die wens. Tegenwoordig vragen burgers geen bescherming tégen de overheid, maar bescherming dóór de overheid."

Ongrijpbaar
Waren onze zorgen om onze veiligheid aanvankelijk terecht, de afgelopen jaren gebeurde er iets vreemds, zegt Boutellier. Ons gevoel van onveiligheid is uit de pas gaan lopen met de feiten. "Onze emoties raken steeds verder losgezongen van de werkelijkheid. De criminaliteitscijfers zijn al zo'n tien jaar stabiel. Het land is objectief gezien niet onveiliger geworden na de moord op Theo van Gogh. Toch blijft ons gevoel van onveiligheid groeien. Waarschijnlijk door het internationale terrorisme, dat ongrijpbaar is en zich tegen de hele Westerse beschaving richt. Dus ook tegen ons."

Het resultaat: telkens nieuwe maatregelen zónder dat die ons aantoonbaar veiliger maken. Ondertussen worden de grenzen van het recht wel telkens een beetje opgerekt, zegt Boutellier. "Ons strafrecht kent allerlei procedures en waarborgen, het is eigenlijk verbazend hoe fijnmazig het is. Maar onder de noemer van veiligheid kan opeens van alles."

Zoals winkelverboden. "Winkeliers kunnen mensen sinds een jaar of vijf verbieden hun winkel binnen te komen, zonder dat er een rechter aan te pas komt en zonder bewijs dat bezoekers kwaad van zins zijn. In plaats van echte misdadigers te vervolgen, zetten we steeds meer in op preventie van mógelijke misdaad. Dat kom je op glibberig terrein."

Het is een ontwikkeling die de geheime diensten in de kaart speelt, zegt Constant Hijzen. Aan de Universiteit Leiden onderzoekt hij de geschiedenis van de Nederlandse geheime diensten en onze omgang met veiligheid. "Kijk, op zich is het toezicht goed geregeld. Sinds 2002 is er de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Een onafhankelijk orgaan dat zelf, of op verzoek van het parlement, onderzoek kan doen naar de geheime diensten en in principe toegang heeft tot álle interne informatie."

Toch kleven er belangrijke euvels aan dit orgaan. Het controleert altijd pas achteraf - dan is het kwaad al geschied. Veel kwalijker, zegt Hijzen, is dat het CTIVD alleen de rechtmatigheid onderzoekt van wat de diensten doen. "Wat ontbreekt is een discussie over de legitimiteit ervan. Er zou een veel intensievere gedachtenwisseling moeten zijn tussen het publiek - pers en politiek - en de inlichtingengemeenschap over de wenselijkheid van veiligheidsmaatregelen. Dat is er nauwelijks. Waar ik bang voor ben is niet zozeer dat geheime diensten op eigen houtje de wet overtreden, maar dat politici de wet zo ver oprekken dat die diensten kunnen doen wat ze willen."

Geen bezuinigingen
Daarvoor zijn de omstandigheden aanwezig, aldus Hijzen: een gevoel van grote dreiging. "In zo'n situatie kunnen overheden hun geheime diensten de vrije teugel laten zonder dat te hoeven verantwoorden. Kijk naar de afgelopen weken. Een vliegtuig met Nederlandse inzittenden wordt uit de lucht geschoten. Gruwelijke beelden uit Syrië en Irak stromen via de tv onze huiskamers binnen. Een gevoel van urgentie ontstaat. En voor je het weet wordt de begroting van de AIVD naar nagenoeg het oorspronkelijke niveau teruggeschroefd. In een mum van tijd is anderhalf jaar debat over voorgenomen bezuinigingen van tafel geveegd."

AIVD-baas Rob Bertholee rechtvaardigde dat onlangs in Vrij Nederland met een verwijzing naar "de Krim, een neergehaald vliegtuig, de djihadi's in Syrië. Ík bedenk die dingen niet." Dat hij met zo'n vage, alomvattende reden denkt weg te komen, vindt Hijzen veelzeggend. "De AIVD specificeert totaal niet hoe het extra geld precies bijdraagt aan het bestrijden van terreur. De noemer 'veiligheid' volstaat. Dat zouden we niet moeten accepteren."

Hij vervolgt: "In de jaren zeventig sprak Andries Kuipers, het toenmalige hoofd van veiligheidsdiensten, wijze woorden. Ook in die tijd werd er dreiging ervaren. Palestijnse terroristen gijzelden en doodden Israëlische sporters bij de Olympische Zomerspelen in München. Tot tweemaal toe kaapten Molukkers een trein en gijzelden de inzittenden. Dat gebeurde in Nederland. In de Kamer klonken verontruste stemmen. Kuipers zei toen: 'Verwacht niet van ons dat wij alle aanslagen kunnen voorkomen. We kunnen wel op iedere hoek van de straat een politieagent neerzetten. Maar dan leven we in een politiestaat'. Dat soort nuchterheid zouden we ook nu goed kunnen gebruiken."

Intieme ruimte
Massaal protest tegen privacyschendingen op internet of tegen een doorgeslagen veiligheidspolitiek blijven vooralsnog uit, merkt Hans Boutellier. Dat baart hem zorgen. "Zeker, de NSA-onthullingen werden door het publiek als behoorlijk schokkend ervaren. Maar tot échte verontrusting hebben ze niet geleid."

Volgens filosofe Marjan Slob, auteur van 'Mensenrechten in beweging' (2014), zou dat wel moeten. Als we onze privacy zo makkelijk laten beperken, stelt ze, dan laten we ons iets heel fundamenteels ontnemen."Privacy draait om een intieme, onbespiede ruimte", betoogt ze. "In die privéruimte voel ik mij beschut. Daar kan ik experimenteren, gekke dingen doen, zonder dat het gevolgen heeft. Maar op internet is de grens tussen 'binnen' en 'buiten' vervaagd. Werkelijk onbevangen en 'intiem' kun je er niet meer zijn."

Het gevolg laat zich raden: conformisme, waarschuwt de Duitse filosoof Byung-Chul Han, hoogleraar aan de Universität der Kunste in Berlijn. 'Het anders-zijn wordt geëlimineerd', schrijft hij in een essay dat vorige maand onder de titel 'De vermoeide samenleving' in het Nederlands verscheen.

In feite borduurt hij voort op de analyse van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). In een panopticum, schreef Foucault, zullen gevangenen de opzichter als het ware internaliseren en dus zichzélf disciplineren. Er is geen dwang meer nodig. Hoe effectiever de controle, hoe minder geweld er aan te pas komt. De beste controle is die waarvan je je niet eens bewust bent. Je past je gedrag uit jezelf aan. Je hebt nothing to hide en dat hou je zo.

Zonder spontaniteit
Net als romanschrijver Dave Eggers (in zijn dystopie 'The Circle') ziet Byun-Chul Han een toekomst voor zich waarin mensen niet eens meer wíllen afwijken van de rest. Bespaar ons een 'heerschappij van de totale transparantie', schrijft hij. En in een interview met Vrij Nederland: "Wij moeten ruimten creëren waar je eenzaam kunt zijn."

Voorlopig blijven we onszelf in de spiegel van het internet bekijken, ook al koekeloeren er andere kant van die spiegel misschien allerlei mensen mee. Helemáál onbekommerd gaat het niet meer. Ons virtuele spel heeft zijn spontaniteit verloren. Want als je iets doet dat je geheim wilt houden, moet je het misschien sowieso niet doen.

Niet op internet, in ieder geval.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden