Besluiten? De onderbuik wordt steeds belangrijker

Hoogleraar Chrisje Brants schrijft weleens een wetenschappelijk stuk dat rechtstreeks bedoeld is voor de minister. Over rechten en plichten van journalisten, bijvoorbeeld.

Ze zag haar op- en aanmerkingen terug in de toelichting bij het wetsvoorstel over verschoningsrecht. "Maar dat is een gunstige uitzondering", zegt ze. Veel vaker merkt de Utrechtse hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht dat bewindslieden wetenschappelijk onderzoek op haar vakgebied terzijde schuiven.

Dat betekent volgens haar niet meteen dat de minister en staatssecretaris van veiligheid hun beleid niet baseren op feiten en zich daarmee schuldig maken aan fact free politics: "Er wordt niet zonder feiten gewerkt, maar ze worden anders afgewogen. Er worden alleen feiten gebruikt die goed van pas komen, ze worden selectief ingezet."

Brants noemt de gevoelens van onveiligheid. Minister Opstelten (justitie, VVD), zei vorige week in het tv-programma 'Buitenhof' dat hij de feiten op zich niet bestrijdt, maar dat hij het gevoel van de burger bij zijn beleid wil betrekken. "Als je alleen maar de man bent van de statistieken en zegt dat het wel veilig is terwijl iedereen in de wijk of buurt voelt dat dat niet zo is, dan ben je verkeerd bezig", zei Opstelten.

Zo'n uitspraak roept bij Brants vragen op. Hoe is vastgesteld dat mensen zich onveilig voelen, en zelfs in toenemende mate? Wie zijn er ondervraagd en wat is hun voorgelegd? "Wij spreken over de veiligheids- paradox", zegt Brants. "Mensen die de minste kans hebben slachtoffer te worden, hebben het grootste gevoel van onveiligheid. Ouderen, rijke mensen. Terwijl diegenen die het meeste gevaar lopen, namelijk jonge mannen die uitgaan, zich helemaal niet onveilig voelen!"

Een zelfde soort vragen heeft ze bij de maatregelen die genomen worden ter bestrijding van terrorisme. Brants begrijpt dat de minister met het oog op de staatsveiligheid niet alle details kan prijsgeven. Maar ze vindt wel dat er íets van de omvang van de dreiging duidelijk moet zijn alvorens er maatregelen worden genomen, zeker als die inbreuk maken op privacy.

"Politici spelen in op wat ze denken dat de samenleving wil, maar wat die samenleving wil wordt niet onderzocht. Het beleid wordt populistischer, er wordt meer geluisterd naar de onderbuik. En dat wordt alleen maar erger."

Haar collega Gerard de Jonge, bijzonder hoogleraar detentierecht in Maastricht, ziet ook dat emoties er meer toe doen dan feiten. Hij wordt nog net zo vaak als vroeger uitgenodigd in Den Haag, voor ronde-tafelgesprekken, hoorzittingen, expertmeetings. Maar De Jonge constateert dat het kabinet maatregelen treft zonder de feiten precies te kennen. Of iets werkt, wordt niet vooraf ingeschat, het effect wordt gemeten als de regels lang en breed zijn ingevoerd.

Als voorbeeld noemt hij het plan, aanvankelijk van het CDA, om ouders van minderjarige verdachten te verplichten bij de rechtszitting te zijn. "Ouders kunnen er nu al bij zijn. Het is maar een klein percentage dat niet komt opdagen. Die mensen hadden daar vaak een goede reden voor. Ze konden niet vanwege werk, of omdat ze in de gevangenis zitten. Maar kennelijk waren de planmakers vergeten naar die feiten te kijken." Hetzelfde ziet hij bij de nieuwe maatregelen op het gebied van straffen voor minderjarigen.

Graag zou hij zien dat Opstelten en Teeven hun beleid beter onderbouwen. Of het nu om zwaarder straffen gaat, om de invoering van minimumstraffen of om de gevoelens van onveiligheid, De Jonge zou ze willen toeschreeuwen: kom met cijfers.

Anderzijds, overweegt De Jonge, moeten wetenschappers misschien ook zo wijs zijn om niet te blijven beuken op de Haagse poorten als blijkt dat die toch op slot zitten. Om te voorkomen dat academici als 'gefrustreerde konijnen' achter hun bureau zitten, moeten ze nadenken over nieuwe vormen van pr. Spontaan komt bij hem de gedachte op dat universiteiten een eigen tv-zender kunnen oprichten, waarin ze onderzoeken presenteren en het publiek uitnodigen mee te discussieren. Misschien helpt dat wel, overweegt hij, om de wetenschappelijke kennis bredere bekendheid te geven.

Ook zijn collega Chrisje Brants vindt dat wetenschappers een bijdrage moeten leveren aan het publieke debat. Maar van de prille televisie-ambities vanuit Maastricht is ze niet gecharmeerd. "Ik denk dat niemand daarnaar kijkt."

Meer heil verwacht ze van internet: wetenschappers die een discussieblog bijhouden, of criminologen die publiekelijk discussieren over hun wetenschappelijke inzichten. Als zo'n site een pakkende naam krijgt, dan verwacht ze voldoende bezoekers én debat.

Hero Brinkman, Kamerlid voor de PVV en woordvoerder veiligheid.

PVV-Kamerlid Hero Brinkman: 'Cijfers waren altijd leidend, maar wat is er veiliger dan cijfers?'
"Ik voel me absoluut niet aangesproken door de kritiek van wetenschappers. Dit is een steeds terugkerende discussie. Beleid moet ergens op gestoeld zijn, en wat is er veiliger dan cijfers?

Lang is beleid zo gemaakt, maar dat is volstrekt doorgeslagen. Cijfers werden leidend, dat heb ik ook bij de politie gezien. Nu is er een kentering. Het gaat niet om getallen, maar om resultaat. Voelen mensen zich veiliger, zijn ze tevreden over de politie, over de behandeling van hun klachten? Dat zijn ook cijfers, klopt, maar dat is maar tien procent van wat er vroeger werd gemeten.

Nederlanders vinden dat er te slap wordt gestraft. Daar wordt tegenin gebracht dat de straffen hier hoog liggen vergeleken met andere Europese landen. Wat heb ik daarmee te maken? Ik kijk niet naar Europa, maar naar wat de Nederlandse bevolking vindt. Inderdaad, ik ga eerder naar de burgers dan naar de universiteit. Als zwaarder straffen niet blijkt te helpen, dan moeten we kijken waarom dat is, en eventueel het beleid aanpassen. Maar dat is een betere volgorde dan eerst jarenlang emmeren over een wetenschappelijke onderbouwing. Je kunt het beter proberen en dan kijken of het werkt. Wetenschappers zijn niet overbodig, ze kunnen bij dat monitoren helpen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden