Beslissingen Haags gerechtshof waren altijd al omstreden

Het gerechtshof van Den Haag is zich ’bewust van de pijnlijke betekenis van de nieuwe situatie’ rond Lucia de B..

In een verklaring liet het Haagse gerechtshof gisteren weten: „Zonder vooruit te lopen op de nog komende beslissingen van opeenvolgende rechters, duidelijk is in elk geval dat de juridische werkelijkheid reeds thans een andere is geworden. Waarschijnlijk is verder dat het beeld zich zal vestigen dat Lucia de B. ten onrechte is veroordeeld.”

Juni 2004 achtte datzelfde gerechtshof bewezen dat De B. in september 2001 in het kinderziekenhuis in Den Haag waar zij werkte, een meisje van zes maanden had geïnjecteerd met een dodelijke dosis digoxine, een hartversterkend middel.

Twijfels hebben altijd een rol gespeeld in de zaak tegen Lucia de B., die voor zeven moorden en drie pogingen hiertoe levenslang kreeg. In het oktober vorig jaar gepresenteerde rapport van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) werd verslag gedaan van de wetenschappelijke discussie die zich tijdens en rond de strafzaak van De B. had afgespeeld over de digoxinevergiftiging van de baby.

Kernvraag in dit debat was niet wie het meisje had vergiftigd, maar óf zij inderdaad een overdosis digoxine kreeg ingespoten. Naar de doodsoorzaak van de baby heeft professor Jan Meulenbelt, hoofd van het Nationaal Vergiftigingen Centrum dat onderdeel is van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de afgelopen maanden onderzoek verricht. Hij deed dat op verzoek van procureur-generaal J. Fokkens bij de Hoge Raad.

Een van de voornaamste bevindingen van Meulenbelt is dat hij een natuurlijke doodsoorzaak van het meisje, uitputting als gevolg van zuurstoftekort, het ’meest waarschijnlijk’ acht. Naar zijn oordeel kan uit onderzoek in de orgaanweefsels niet de conclusie worden getrokken dat een acute digoxinevergiftiging de doodsoorzaak is geweest.

Meulenbelt heeft kritiek op het gerechtshof van Den Haag. Hij stelt dat een voor het bewijs tegen Lucia de B. gebruikt bloedmonster ’niet representatief’ is en weet zich op dit punt gesteund door de Belgische hoogleraar Tytgat die een schaduwonderzoek hield.

Het tijdstip dat het hof in zijn bewijsconstructie hanteerde over het toedienen van de digoxine door De B. kan voorts niet juist zijn, blijkt verder uit het tijdpadonderzoek dat de advocaat-generaal liet verrichten. Op dat beslissende moment was de monitor niet, zoals het hof oordeelde, om een ’onverklaarbare reden’ uitgeschakeld, maar omdat artsen het meisje lichamelijk onderzochten. De advocaat-generaal stelt ten slotte dat het hof tijdens de behandeling van de zaak tegen De B. de verklaringen van twee deskundigen onjuist heeft geïnterpreteerd.

Er is ook gekeken of het aantal medisch onverklaarbare sterfgevallen en reanimaties in de periode dat De B. op de bewust ziekenhuisafdeling werkte een afwijkend patroon liet zien. Dat was zeker het geval, maar een nieuw feit leverde dit niet op: de cijfers rond incidenten wezen dit al eerder uit.

Nog ruim voordat de Hoge Raad kan beslissen over het verzoek tot herziening verklaart het gerechtshof van Den Haag: „In het besef van de betekenis van de huidige situatie zal het hof het rapport diepgaand bestuderen en daaruit waar mogelijk lering trekken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden