Bescherm de sprengenbeek

Hartensche Molenbeek bij Vaassen Beeld TRBEELD

De sprengenbeken van de Veluwe verdienen een beschermde status, vindt de vrijwilligersorganisatie die opkomt voor de kunstmatig aangelegde waterloopjes. Vandaag is er een symposium over de toekomst van bijna 150 beken.

Het zijn eigenlijk industriële landschapsmonumentjes, de sprengenbeken op de Veluwe. Ze zijn in de zeventiende eeuw gegraven om tweehonderd papier-, graan- en kopermolens aan de randen van het Veluwe-massief draaiende te houden. De molens zijn bijna allemaal allang verdwenen, maar de kronkelende beken en hun sprengen liggen er nog. In volle glorie, dankzij zorgvuldig beheer en langdurig herstel. “Parels in het landschap”, zegt Hans Renes, hoogleraar geschiedenis en erfgoed van cultuurlandschappen aan de Universiteit Utrecht.

De Veluwe, dat is toch vooral het land van eindeloze verstuifde vlakten, glooiende heide en uitgestrekte wouden? Van droog, hoog zandland met mooie natuur? “Ja, zo zien we de Veluwe. Bijna niemand denkt bij de Veluwe aan water, aan de beken en de sprengen. Maar dat water zou eigenlijk veel meer het verhaal van de Veluwe moeten zijn.’’

Uniek

Renes schreef tien jaar geleden in opdracht van de Bekenstichting, een vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor het behoud van de Veluwse sprengenbeken, een boek over de historische waarde van de stroompjes. Hij vindt dat de cultuur-historische achtergrond veel meer aandacht verdient. Maar weinigen weten dat het beken- en sprengenlandschap van de Veluwe uniek is in Europa.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld Trouw

Nergens op het Europese continent liggen er in het landschap vergelijkbare netwerken van kunstmatig aangelegde waterloopjes, die inmiddels meer dan vier eeuwen oud zijn. De ontstaansgeschiedenis is vrij simpel. Renes: ”Als je grondwater door geulen wilt laten stromen, heb je grote zandlichamen nodig zoals het Veluwe-massief. Als je een geul graaft in de rand van zo’n stuwwal, dan stuit je op grondwater. Dat is wat er in de zeventiende eeuw is gedaan. Langs de randen van de Veluwe wilde men molens bouwen. Om die molens te laten draaien was water nodig. Ze groeven sleuven tot in de pleistocene stuwwallen van de Veluwe tot ze op grondwater stuitten. Dan hadden ze een gestage stroom helder water. Zo kon de industrie zich ontwikkelen. Omdat er in die tijd binnen Europa alleen in Holland serieuze industrie was, kon op de Veluwe een netwerk ontstaan van sprengenbeken. Later werd het water ook gebruikt door wasserijen en papierfabrieken.’’

Yolt IJzerman, medewerker van Staatsbosbeheer in Friesland, is al bijna veertig jaar de praktijkexpert op het gebied van sprengenbeken. Hij schreef als student natuurbeheer in Wageningen zijn scriptie over de Veluwse sprengenbeken. Dat was in 1976. Niet lang daarna is de Bekenstichting opgericht, IJzerman is lid en bestuurslid van het eerste uur.

Hij heeft de fase van het verval van de Veluwse waterlopen nog meegemaakt. “Toen de watermolens en de wasserijen er nog waren, werden de beken altijd goed onderhouden. Bedrijven hadden bekenruimers in dienst die ervoor moesten zorgen dat het water ongehinderd kon stromen. Ze haalden bladeren en takken uit de beddingen en schepten zandophopingen weg. De beekjes liepen namelijk nagenoeg horizontaal, er was weinig verval, er moest dus voor worden gezorgd dat het water kon blijven stromen.’’

Beekherstel

Het onderhoud liep terug in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en menig beek en spreng verzandde. Die ontwikkeling stopte begin jaren tachtig toen de provincie Gelderland besloot dat de beken en sprengen bewaard moesten blijven. De waterschappen kregen een beheerstaak. “En dat doen ze helemaal niet zo slecht’’, vindt IJzerman.

Er is veel gebeurd in de afgelopen jaren. Nog maar drie jaar geleden beëindigde het waterschap Vallei en Veluwe een programma van beekherstel, dat 25 jaar eerder was begonnen. Er is in die kwarteeuw 500 kilometer beek schoongemaakt en opgeruimd. Waar mogelijk is de oude loop in ere hersteld. Er wordt inmiddels verder gewerkt aan natuurlijk beekherstel en in steden als Apeldoorn en Arnhem zijn oude sprengenbeken zelfs weer teruggebracht in het straatbeeld.

De tekst loopt door onder de afbeelding

Beeld TRBEELD

IJzerman ziet één knelpunt. De sprengen hebben ook grote natuurwaarde. In het heldere bronwater komen zeldzame planten en dieren voor en het waterschap hecht waarde aan de bescherming daarvan. Soms te veel, in de ogen van de Bekenstichting: door gebrek aan onderhoud kunnen sprengen verloren gaan. “Iets wat is aangelegd moet je onderhouden. Daarin verschillen de sprengen van échte bronnen’’, aldus IJzerman.

Het is nu dan ook tijd voor een volgende stap, vindt de Bekenstichting. De Veluwse sprengenbeken moeten niet alleen als natuurgebied, maar ook als cultuurhistorisch element een beschermde status krijgen, bijvoorbeeld als industrieel of cultuurhistorische erfgoed. Het beheer moet daarop worden aangepast. Het is een plan dat wetenschapper Hans Renes aanspreekt. Hij is één van de sprekers vandaag op een besloten congres van de Bekenstichting over de toekomst van de sprengenbeken. De conferentie is op een historische plek, in de meer dan 700 jaar oude watermolen in Wenum, net boven Apeldoorn.

Renes: “Het zou misschien wat te hoog gegrepen zijn om te proberen om de Veluwse beken en sprengen op de Werelderfgoedlijst te krijgen. Dat is ooit met de Veluwe geprobeerd, maar het is afgewezen. Landschappen worden in Nederland maar zelden echt beschermd, al hebben we nu wel de Erfgoedwet voor behoud van cultureel erfgoed. Het zou goed zijn als er op landelijk niveau een erkenning komt voor de waarde van de sprengenbeken op de Veluwe.’’ De Bekenstichting speelt met het plan een jaarlijkse Dag van de Veluwse Beek uit te roepen, om het thema breder onder de aandacht te krijgen.

De meesten sprengenbeken zijn in ‘redelijk goede toestand’, zegt IJzerman. “Het gaat er nu om het onderhoud van de sprengen wat intensiever op te pakken en dat van de natuurlijke beken te verminderen. Onderhoud door de waterschappen, geholpen door vrijwilligers, zal steeds nodig blijven. Ik hoop dat de sprengenbeken op een erfgoedlijst komen, al is het maar die van de provincie Gelderland.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden