Bescheiden pianist

In een tijdperk waarin mensen voortdurend de adrenaline-kick zoeken in meer, sneller en harder, is een pianist als Paul Lewis bijna een anachronisme. Pas 32 jaar oud heeft hij een voorkeur voor de stukken die componisten schreven op de rand van hun doodsbed: Schuberts sonate D 960, Beethovens sonate opus 111, Liszts 'La lugubre gondola'.

Langzame uitgebeende stukken waar alle overbodige franje vanaf geschraapt is. De overgebleven noten hebben een zeggingskracht die alleen veroverd kan worden door iemand die zich voor honderd procent aan de muziek overgeeft. ,,Hoe meer je de noten voor zichzelf laat spreken, hoe minder je eraan probeert toe te voegen, hoe groter de kans op succes'', zegt Lewis. Voor de grandioze cd met sonates van Schubert ontvangt hij vanavond een Edison.

Op het drukke Londense vliegveld is de Engelse Lewis een kleine, onopvallende figuur. Toch is hij in Engeland al zo bekend dat op internet mensen elkaar vragen of ze weten wie de vriendin van Lewis is. Hij schrikt ervan als hij dat hoort. Ook al is de Edison voor zijn laatste Schubert-cd niet de eerste prijs die hij ontvangt, aan zoveel aandacht is hij nog niet gewend. ,,Ik leef nog steeds hetzelfde leven als toen ik achttien was. Ik doe nog steeds wat ik op school deed: leren beter piano te spelen. Nu komt daar veel gereis bij, maar in wezen is er niet veel veranderd.'' Nog steeds studeert hij vijf uur per dag. Eenzaam of saai vindt hij dat leven niet. Integendeel, met het reizen en optreden is het zo druk dat hij in een klein dorpje is gaan wonen waar hij bij kan komen. Momenteel snakt hij naar een moment rust. ,,De laatste maanden waren zo druk, dat ik compleet uitgeput was. Dat moet voortaan echt anders.''

Vanaf zijn veertiende werd hij gegrepen door de pianomuziek. ,,Ik had een onstuitbare honger naar muziek. Ik wilde alles zo snel mogelijk van blad spelen en zo snel mogelijk verder om te horen wat er op de volgende bladzijde stond. Veertien is natuurlijk heel laat om te beginnen met pianospelen, maar doordat ik heel veel speelde, haalde ik mijn achterstand in. Toen ik op mijn achttiende naar de Guildhall School of Music in Londen ging, was mijn techniek nog niet veel waard. Ik miste zekerheid in mijn spel. Dat heb ik daar geleerd.''

Maar minstens zo belangrijk was zijn ontmoeting op dezelfde school met Alfred Brendel. De beroemde pianist, gespecialiseerd in Mozart, Beethoven en Schubert, gaf hem masterclasses gedurende enkele jaren. Omdat Lewis ook een voorliefde had voor deze componisten, pakten de lessen goed uit. Nu vertoont Lewis dezelfde neiging als Brendel om zich langdurig te concentreren op één ding. Lewis speelde al alle Schubert sonates en gaat alle Beethovensonates spelen en opnemen voor Harmonia Mundi.

Lewis: ,,Ik hou ervan om lange tijd ergens helemaal in op te gaan. Als ik moet kiezen tussen een aantal kleinere werken van allerlei componisten of alle Beethovensonates, kies ik Beethoven. Het is een voorrecht als je je twee jaar met de Beethovensonates bezig mag houden. Al heb ik daarna maar een fractie meer kennis over deze muziek, dan nog is het de moeite waard. Ik lees nu ook veel over Beethoven. Niet om feitenkennis te vergaren, maar om een speciaal gevoel voor deze muziek te krijgen.''

Dat hij iets speciaals heeft met Schubert en Beethoven is evident voor iedereen die hem dat hoort spelen. ,,Toen ik vijftien of zestien was vond ik Schuberts muziek een beetje suf. Zo nikserig en banaal. Al die herhalingen. Ik snapte het niet. Schubert neemt zijn tijd om zich aan je te openbaren. Je moet er klaar voor zijn. Het zijn natuurlijk heel lange stukken. Zeker in deze tijd waarin we zoveel virtuositeit en snelheid gewend zijn, komt dat vreemd over. Ik hou ervan omdat het een speciale concentratie vraagt. De late werken van Beethoven hebben dat ook. Neem de Arietta uit opus 111. Dat zijn niet zoveel noten, maar ze moeten allemaal betekenisvol zijn. Dat kun je niet studeren, zoals techniek. Het moet er gewoon zijn op een concert. En hoe meer je je voorbereidt, hoe slechter het soms gaat. Het is heel kwetsbare muziek. Ik ben niet geïnteresseerd in hoe snel iemand kan spelen of hoe slim iemand is. Van dit soort muziek hou ik veel meer, omdat het ons iets vertelt over onszelf. Het brengt ons in contact met onze innerlijke gevoelens. Soms vertelt het publiek me na afloop dat het voelde of ze in de kerk waren geweest. Deze muziek reinigt. Zelf voel ik me na afloop meestal helemaal uitgeput.''

Hoewel dit soort werken een bijzondere concentratie vergt, heeft Lewis geen trucjes, laat staan bijgeloof, om in de goede stemming te raken voor een concert. ,,Ik geloof niet dat het juiste merk mineraalwater in mijn kleedkamer bepalend is voor mijn spel'', zegt hij lachend. ,,Maar als je bedenkt wat een raar vak wij hebben, begrijp ik wel dat pianisten soms de vreemdste vormen van bijgeloof ontwikkelen. Soms vragen mensen aan mij: 'Hoe onthoud je toch al die noten?' Ik weet het niet en ik denk er liever niet over na. Ik concentreer me daarom ook niet extra voor een langzaam deel. Ik ga zitten en speel. Soms is de eerste of tweede noot te hard naar mijn zin. Dan is het de kunst om daarop verder te gaan en de rest eraan aan te passen. Je volgt gewoon de lijn die het stuk zelf kiest. Je moet nooit tegen de muziek gaan vechten.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden