Bertha krijst en gromt als een wild dier

Vreemd, hoe je sommige aspecten van 'Jane Eyre', de in 1847 gepubliceerde roman van Charlotte Brontë, vergeten kunt. Hoe gewelddadig het boek begint bijvoorbeeld, als Jane, een achtjarig weesmeisje, door haar neefje mishandeld wordt. Het neefje doet dat met het plezier en de routine van een doorgewinterde sadist; eerst slaat hij zijn kleine, zwakke nichtje en dan gooit hij een zwaar boek naar haar hoofd, waardoor ze tegen een deur aanvalt. Vervolgens trekt hij haar aan haar haren door de kamer. Pas als Jane het bloed langs haar hals voelt druppelen, slaat ze zo heftig terug, dat twee bediendes haar met grof geweld van haar gillende neef moeten aftrekken en haar in de sterfkamer van haar oom opsluiten. Daar krijgt Jane een zenuwaanval, die ertoe leidt dat ze naar een internaat gestuurd wordt: het beroemde Lowood, gemodelleerd naar het internaat waar Charlotte Brontë zelf enkele jaren doorgebracht had en waar twee van haar oudere zusters in 1825 waren overleden.

Ook daar wordt Jane mishandeld, maar niet alleen zij: alle kinderen vallen ten prooi aan de nukken van een sadistische, bigotte dominee. Pas nadat een deel van de leerlingen aan tyfus bezweken is, wordt het leven op Lowood enigszins draaglijk. Jane brengt het van leerlinge tot lerares, en als ze achttien is neemt ze een baan aan als gouvernante op Thornfield Hall. Daar wordt ze verliefd op de master van het huis, de raadselachtige Edward Rochester, twintig jaar ouder dan zij.De romance tussen Mr Rochester en Jane Eyre verloopt op de-zelfde manier als die tussen Elizabeth Bennett en Mr Darcy uit Jane Austens 'Pride and Prejudice' – aan, uit, aan – maar wat een verschil in temperament tussen de beide paren! En wat een verschil in lotgevallen! Elizabeth Bennett en Mr Darcy verliezen elkaar aanvankelijk door gekwetste gevoelens en verkeerde inschattingen, maar wat Jane Eyre en Mr Rochester overkomt, is niet alleen mentaal, maar ook lichamelijk ronduit gruwelijk. Op het moment dat Jane Eyre en Mr Rochester in de kerk in het huwelijk verbonden zullen worden, meldt een vreemde dat er onoverkomelijke bezwaren bestaan tegen een wettelijke verbintenis tussen Jane Eyre en Edward Rochester. Dan blijkt dat Mr Rochester vijftien jaar eerder tegen zijn wil getrouwd is met Bertha Mason, een Caribische die kort na het huwelijk krankzinnig geworden is. Omdat hij haar niet wil onderbrengen in een inrichting, leeft ze in een afgesloten ruimte op de zolder van Thornfield Hall. Na de onderbroken trouwdienst neemt Mr Rochester Jane en de rest van het gezelschap mee naar Bertha's kamer. De beschrijving van Bertha doet al het eerdere geweld in 'Jane Eyre' verbleken: Brontë laat haar krijsen en grommen als een wild dier; haar ogen zijn rood, haar lippen dik, haar haren zwart en ontembaar als de slangen om het hoofd van Medusa – iedereen die haar ziet, wordt vervuld van afgrijzen.

Jane besluit na de mislukte huwelijksvoltrekking tegen de wil van Mr Rochester in Thornfield Hall te verlaten. Dagenlang zwerft ze moe en hongerig rond, tot ze ineenzakt op de stoep van dominee St John Rivers en zijn twee zusters, die later Jane's neef en nichten blijken te zijn. Nadat Jane door haar autoritaire neef bijna tot een huwelijk is gedwongen, hoort ze op een nacht Mr Rochester haar naam roepen. De volgende dag gaat ze naar hem op zoek en ontdekt ze dat Bertha Rochester Thornfield Hall in brand heeft gezet en zichzelf van het dak heeft gegooid. Mr Rochester heeft bij een reddingspo-ging een hand en een oog verloren. Drie dagen later trouwt Jane met haar teruggevonden geliefde.Bij zoveel passie, geweld, spanning en romantiek ben je geneigd over de details heen te lezen en alleen de lijn van het verhaal te onthouden. Herlezing van 'Jane Eyre' is daarom absolute noodzaak, en herlezen is de roman intussen niet alleen door 'gewone' lezers, maar ook door massa's schrijvers en wetenschappers. Daphne du Maurier baseerde haar roman 'Rebecca'

op de lotgevallen van Jane Eyre en Jean Rhys laat in 'Wide Sargasso Sea' Bertha Rochester zelf aan het woord. Er zijn beschouwingen gewijd aan de vele verwijzingen naar Shakespeare, de Bijbel en het werk van Lord Byron; men heeft Brontë's verhaal over de creoolse Bertha Rochester geana-lyseerd, de roman op autobiografische aspecten nagevlooid en over de betekenis van Jane's telepathische ervaring gespeculeerd.

Maar er blijft nog van alles te ontdekken. Zo blijkt Jane Eyre in het begin van de roman op te merken dat 'vrouwen niet anders voelen dan mannen', iets wat ze later aanvult met de vaststelling dat gevoel zonder oordeel een zwak brouwsel is en dat oordeel zonder gevoel te bitter is voor menselijke consumptie. Voeg daaraan toe dat Jane intellectuele gelijkheid in een huwelijk onontbeerlijk vindt, dat ze intellectuele en financiële onafhankelijkheid van vrouwen belangrijker vindt dan de geborgenheid van een huwelijk en je moet wel ziende blind zijn om de overeenkomsten met 'Pride and Prejudice' te missen. Toegegeven – in 'Jane Eyre' staat de vraag naar het juis-te handelen centraal, terwijl het in 'Pride and Prejudice' vooral om het juiste oordeel gaat. Maar in beide boeken streven zowel de heldinnen als de helden naar een eenheid van gevoel en verstand en in beide boeken zijn het vooral predikanten die daarin falen.

Toch vormt Charlotte Brontë in dit rijtje klassiekers met haar gevoel voor drama een uitzondering. Denk bij 'Evelina' en 'Pride and Prejudice' aan een vrolijk menuet, maar denk bij 'Jane Eyre' aan Ludwig van Beethoven, aan de dreunende, onheilspellende tonen van een 19de-eeuwse symfonie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden