Berteling verwezenlijkt droom

Sonoor gezang klinkt uit de kleedkamer: Happy birthday, dear Ronny. IJshockey-icoon Ron Berteling vierde zaterdag zijn vijftigste verjaardag.

Er rijden vijftig ijshockeyers op het ijs van de Jaap Edenhal. Normaal gesproken toch al fors, zijn veel van deze mannen extra imposant. Geklommen in jaren, gegroeid in de breedte. Ze schaatsen zich los voor de erewedstrijd tussen twee door Ron Berteling geselecteerde ploegen: Amsterdam en de Rest van Nederland.

Kijk, die dikke keeper, dat is Michel Geisterfer. Daar komt nu helemaal geen puck meer langs. En Klaas van den Broek, die zat nog in het olympisch team van 1980. Wat is die omvangrijk geworden.

Of neem Hennie Jaspers: „Ik ben nu 25 kilo zwaarder en kom wat langzaam op gang, maar als ik snelheid heb kun je maar beter uit de weg gaan”, lacht deze 53-jarige jeugdvriend.

Berteling heeft de vrienden zelf geïnviteerd. „Bijna iedereen die ik heb uitgenodigd is gekomen. Alleen als het echt niet ging, zegden ze af. Met spijt.” Zoals Jerry Schaeffer (96 interlands tussen 1970 en 1983) die in Australië zit.

Er zit een filosofie achter Bertelings uitnodigingsbeleid: „Dit is voor mij de breedte van het ijshockey in Nederland. Uit iedere stad met een ijshockeyclub en uit mijn hele carrière heb ik ze gevraagd. Zij vertegenwoordigen de rijke historie van ons ijshockey. Daar wordt weleens denigrerend over gepraat, maar daar doe ik niet aan mee: die historie ís rijk.”

De komst van de oud-kameraden heeft hem ontroerd. „Jos Bres was mijn mentor toen ik met ijshockey begon. Hij heeft inmiddels twee kunstheupen, maar hij staat hier toch maar voor mij op het ijs. Dan kun je van een vriend spreken.” Bres scoort later de 6-4 uit een assist van Berteling. Kan het mooier?

Corky de Graauw (56) is er ook. De Nederlandse Canadees kan na twee hersenbloedingen niet meespelen, maar hij is met zijn zoon op het vliegtuig gestapt om op Bertelings party te zijn. Hoogtepunt is de fotosessie op het ijs: Gorky en Ron, met neef Henk Hille erbij en John Debruyn (51), ook al door een tia getroffen. Vier leden van de olympische ploeg van Lake Placid, 27 jaar na dato, still going strong.

„Voor al deze spelers heb ik veel respect”, wijst Berteling. „Waarom? Omdat ze er zijn. Omdat ze veel voor het ijshockey hebben betekend. En ook voor mij. Binnen mijn sport is dit mijn rijkdom.”

Het is zijn oude droom. De keur van het Nederlandse ijshockey op het ijs. Om hem heen. Tussen een erehaag van jeugdspelers betreden ze de ijsvloer. Vóór de wedstrijd wordt Berteling gehuldigd en krijgt hij, staande tussen zijn moeder, vrouw en kinderen, een schilderij. Het is het enige wat hij niet zelf georganiseerd heeft.

En dan spelen ze met ouderwetse passie, zij het leeftijd-gerelateerd. Bij de aflossing van de lijnen klimmen ze niet over de boarding, maar gebruiken ze keurig de deurtjes. Zo snel als vroeger gaat het ook niet meer, al hebben ze nog niks van hun techniek verloren – en dat willen ze maar al te graag showen.

Ook vallen kunnen ze nog. Of elkaar tegen de boarding vastzetten. Schouderduwen en bodychecks worden uitgedeeld. Zachtzinnig gaat het niet.

Dat merkt Wessel Buis. Hij krijgt een stick in het gelaat en ligt minutenlang geknield op het ijs waar, als hij wordt afgevoerd, een plas bloed als stille getuige achterblijft. „Het was zijn eigen stick”, roept de dader in een reflex van weleer als hij voor twee strafminuten van het ijs wordt gestuurd. Maar voormalig referee Bakker laat zich niet vermurwen.

„Het is een mooie dag, ik heb het enorm naar m’n zin”, zegt de jubilaris, nadat hij in de kleedkamer door het mannenkoor is toegezongen. „Ik hoor weer de verhalen die ik al honderd keer heb gehoord en waar ik al honderd keer om heb gelachen. Ze worden steeds beter.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden