Bert van der Veer

(Trouw) Beeld Mark Kohn
(Trouw)Beeld Mark Kohn

Bert van der Veer (Bergen op Zoom, 1951) is columnist, journalist, schrijver en televisieregisseur. Van der Veer regisseerde onder andere de programma’s TopPop, Henny Huismans Surpriseshow en Barend & Van Dorp. Hij is een van de regisseurs van de talkshow ’Pauw & Witteman’.

I - Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Ik ben gereformeerd opgevoed in een katholieke gemeenschap, in Bergen op Zoom. De optocht van het kindercarnaval mocht ik nog wel vanaf mijn vaders schouders bekijken, maar de rest van de carnavalsdagen zag ik al die gekken, als in een film van Fellini, vooral vanachter het raam aan mij voorbijtrekken.

Om in onze kerk te komen, hoefde ik het Bolwerk maar over te steken. Oom Henk was er koster. Ik vond het heerlijk om op de kansel te gaan staan en dan te roepen: ’Gemeente! Zingen wij dan psalm 147, de verzen twee en drie!’ Nog fascinerender was het om naar het stookhok te sluipen waar oom Henk grote stapels kolen in de oven schoof – een preview van de hel. Maar het rook er heerlijk.

Met God had het allemaal niet zoveel te maken. Ik geloof dat ik in die tijd totaal geen godsbesef had. Ik herinner me wel dat het er in Fontainebleau – waar we op mijn zesde naartoe verhuisden – anders aan toe ging. Mijn vader was beroepsmilitair, korporaal bij de luchtmacht. Hij verruilde Woensdrecht voor de NAVO-basis in Frankrijk vanwege de toelage en de belastingvrije sigaretten die je er kon kopen. Daar viel het juk van de gereformeerde gemeenschap helemaal weg; je ging net zo goed om met de aalmoezenier als met de dominee. Toen we drie jaar later terugkeerden naar Bergen op Zoom – terug naar twee keer naar de kerk, naar bidden voor en na het eten en andere godvrezende gedragingen – merkte ik dat zelfs mijn ouders het er moeilijk mee hadden. Het was ook de tijd waarin ik vragen begon te stellen. In psalm zoveel staat goedertierenheid maar wat betekent dat eigenlijk? En als niemand het wist, waarom zat een kerk vol mensen dan tóch dat soort teksten te zingen? Maar hoe ik uiteindelijk definitief van mijn geloof ben gevallen, zal ik je zo vertellen.”

II - Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Ja, de televisie is een afgod – ooit zo prachtig verwoord in ’Beeldreligie’ van het programma ’Zo is het toevallig ook nog ’ns ’n keer’. Als je mij zou vragen mee te doen aan een programma ’Veertig dagen zonder televisie’ zou ik bedanken voor de eer. Ik zou waarschijnlijk het idee krijgen te worden afgesneden van de realiteit.

Mijn geboortejaar is het jaar waarin de Nederlandse televisie begon. Ik kwam er pas later, toen de televisie al een zekere graad van volwassenheid had bereikt, mee in aanraking, maar het was wel de periode van de Vietnamoorlog, de moord op Kennedy; de wereld kwam je kamer binnen. Doordat we in Nederland heel lang alleen de publieke omroep hebben gehouden, heb ik de hoop dat het medium iets voor de mens, de mensheid, zou kunnen betekenen meegekregen en ook lang met mij meegedragen. Op een gegeven moment moest je wel tot de conclusie komen dat televisie dát niet heeft gebracht.

Misschien heb je gelijk en werd het tegenovergestelde bereikt. Er wordt minder gelezen, minder nagedacht. De televisie heeft mensen lui gemaakt. Het is zoals het is. Dat is wat door sommige mensen vooruitgang wordt genoemd. Ik zou eerder het woord evolutie willen gebruiken. Dingen verschuiven en veranderen. Het is zinloos om te proberen daar verandering in aan te brengen.

Maar laten we wel wezen: naast de pulp – waar ik overigens ook van kan genieten – is er nog zoveel moois op televisie. De Ronde van Vlaanderen! Parijs – Roubaix! Ik kan uren, uren en uren achter elkaar naar wielrennen kijken. Ik kijk naar ’De wereld draait door’, ’Nova’ of ’Pauw en Witteman’. Laatst zag ik nog een prachtige documentaire over Guy Verhofstadt op Canvas. Het is er wel. Je moet gewoon even zoeken.”

III - Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Goed, ik ging dus wel naar catechisatie en aan het eind van die lessen verlieten we de kerk altijd via een uitgang die uitkwam bij de fietsenstalling. Paar trappetjes, muurtje: ik zie het nog zo voor me. Na één van die keren bezeerde een van mijn vriendjes zich aan de muur en riep keihard: ’Godverdomme!’, niet wetend dat de dominee drie passen achter hem liep. De man stond in no time voor zijn neus en zei: ’Je hebt God zojuist gevraagd je te vervloeken en deze vloek zul je de rest van je leven met je meedragen.’ Ik zag dat het jongetje hem geloofde, ik zag de schrik in zijn ogen en ik dacht: nu kap ik ermee. Nee, natuurlijk niet precies op dat moment – een mens mag toch wel een beetje romantiseren? – maar daar is het wel ongeveer begonnen. Ik ben het gevoel dat het kortzichtig is om te geloven, nooit meer kwijtgeraakt.

Wat ik overhield waren de zaken die je bij al die creatieve gereformeerden tegenkomt: het is niet alleen leuk om iets moois te maken, nee, je móet het vooral van jezelf. Woekeren met je talenten. Iets bereiken in je leven.”

IV - Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Luieren! Kan ik niet. Uitslapen lukt tot tien uur, maar dan sta ik wel met een schuldgevoel op. Verder lopen vrije tijd en werk in elkaar over. Het lijkt misschien alsof ik vorige week op zondag van één tot vijf uur ’s middags naar De ronde van Vlaanderen heb gekeken – en dat is ook zo – maar dat wil niet zeggen dat er in dit hoofd helemaal niets gebeurt. Iedereen zal zeggen: ’Kijk hem daar eens even leuk van zijn vrije tijd genieten’ maar ik heb in de tussentijd misschien wel de plot voor een nieuwe roman bedacht.”

V - Eer uw vader en uw moeder

„Mijn vader was bakker. Hij ging in het leger omdat hij daar beter kon verdienen en op zijn vijfenvijftigste met pensioen mocht gaan. Korporaal was de laagste functie die je als beroepsmilitair kon hebben. Het interesseerde hem niets. Hij wist altijd precies wanneer hij zijn snor moest drukken; deed aan zo min mogelijk oefeningen mee.

Op een dag zag ik hoe een of ander luitenantje, jaren jonger dan mijn vader, hem beval om een auto van de ene plek naar de andere te rijden. Ik moet nu meteen zeggen dat mijn moeder waarschijnlijk zal roepen dat ik het verzonnen heb, maar zó herinner ik het me toch. Gênant, pijnlijk. Ik weet dat ik dacht: dat nooit.

Op zijn sterfbed, hij is nog net tachtig geworden, heb ik tegen hem gezegd dat hij het goed gedaan heeft. Hij heeft me gelaten, me geaccepteerd zoals ik was. Ik denk niet dat zo’n scene aan het bed geschikt is voor een boodschap als: doordat jij zo weinig ambities had, heb ik zoveel weten te bereiken. Maar zo is het natuurlijk wel. We hadden geen conflicten en mijn verzet tegen zijn levenshouding ben ik later wel gaan begrijpen. Je hebt gewoon mensen die hun uren tellen. Zoveel uur werk ik en dan ben ik vrij.

Ik zie hem nog altijd op zijn stoeltje zitten, voor de stacaravan in Klein Zandvoort. Kwam er iemand langs: ’Zo, ga je een patatje eten? Je hebt gisteren ook al een patatje gehad!’ En tegen iemand anders; ’Kinderen niet meegenomen deze keer?’ Dat ging de hele dag zo door. Sociaal figuur, makkelijk vrienden makend. Voor mij was die camping een nachtmerrie, maar hij was er zó tevreden.

Hij vond mij een rare zoon, denk ik. Na de hbs zou ik of sociologie gaan studeren in Groningen, of de School voor Journalistiek doen in Utrecht. Mijn vader begreep niet precies wat sociologie inhield, maar het idee dat zijn zoon na vijf jaar doctorandus zou worden, stond hem wel aan. Toen het de journalistiek werd, dacht hij: daar heb je Bert weer, doet altijd iets anders dan je verwacht.

Toen ik TopPop ging regisseren was hij erg trots als mijn naam op de aftiteling voorbijkwam. Een paar jaar later ging ik de managementkant op en hoewel ik drie keer zoveel verdiende, maakten mijn ouders zich drie keer zoveel zorgen: ik stond niet meer op de titelrol. Op een dag –ik was inmiddels eindredacteur en regisseur van de Surpriseshow van Henny Huisman geworden– kreeg ik de kans om iets terug te doen. Mijn ouders waren bij de opnamen in de studio in Aalsmeer aanwezig. Ik had Henny daarvan op de hoogte gebracht. Voor de uitzending begon, zei hij: ’Ik begrijp dat meneer en mevrouw Van der Veer, de ouders van mijn regisseur, aanwezig zijn? Kunt u even gaan staan? Ik wil u graag vreselijk bedanken, want zonder uw zoon zou dit programma nooit zo goed zijn geworden.’ Mijn ouders glommen van trots. En ik was zo blij dat ik, via deze u-bocht, zo’n soort bedankje bij hen kon laten bezorgen. Op die manier heb ik hen laten weten wat ze voor mij hebben betekend; ingewikkelde gesprekken hebben we nooit gevoerd.

Mijn moeder, mijn zus en ik maakten na mijn vaders dood een sentimental journey langs de plekken waar we hadden gewoond. Moeder op de achterbank –’Wie wil er nog een krentenbolletje?’– mijn zus met de kaart en ik achter het stuur. En dan ’s avonds in het hotel geen jeugdherinneringen ophalen, maar gewoon, in een vanzelfsprekende harmonie bij elkaar zijn.

Mijn moeder is nu 81. Ze komt eens in de drie weken een paar dagen hier. We hebben het heerlijk met elkaar. Gesprekken? Nauwelijks. Lekker bloemkool maken. Balletje gehakt erbij. Gezellig. Dan breng ik haar terug naar haar flatje in Badhoevedorp. Ik draag haar tas, druk op het knopje van de lift. Ze komt achter me aan, mopperend over de Telegraaf die in haar postvakje is opgehoopt. Terwijl ze mijn zus toch zo had gevraagd

Ik wacht bij de lift, houdt de deuren voor haar open. Ze stapt in en ik denk: hou dit beeld vast, het kan de laatste keer zijn, hou het vast.”

VI - Gij zult niet doodslaan

„Mijn voornemen om nooit in dienst te gaan, had niets met pacifistische overtuigingen te maken. Ik had vooral geen zin in het van onzinnige regeltjes vergeven leven, dat ik al zo goed kende uit mijn jeugd. Ik kwam binnen bij de keuring en meldde onmiddellijk dat ik iets mankeerde aan mijn rechteroog waardoor ik... ’Mond dicht! In de rij! Alles uit behalve je onderbroek!’ Ze hadden mij tot en met de voorhuid van mijn piemel gecheckt toen ze eindelijk bij mijn ogen uitkwamen en constateerden dat ik met zo’n oog niet met een geweer zou kunnen richten. Afgekeurd. Gelukkig.”

VII - Gij zult niet echtbreken

„Ons huwelijk duurde vijfentwintig jaar. Toen was het op, voorbij maar je komt nu op een terrein ik moet rekening houden met het feit dat mijn ex-vrouw of mijn dochters dit interview onder ogen kunnen krijgen en ik wil niet dat die oude pijn wordt opgerakeld. Het was de zwaarste beslissing uit mijn leven en tegelijkertijd heeft het me geweldig veel energie gegeven en is alles, daarna, als het ware opnieuw begonnen.

Ik ben weer op zoek gegaan naar een vrouw. Doodsimpel: ik vind het niet leuk alleen. Judith (Osborn, ontwerpster AV) en ik zijn nu zes maanden samen. Ik denk niet aan voor altijd maar ook niet aan voor maar even. Het is wat het is. Natuurlijk hebben we toekomstplannen, maar die strekken zich niet uit tot gedachten over emigratie naar Australië als we gepensioneerd zijn, of iets dergelijks.

Ik ben haar trouw, maar dat is niet zo moeilijk als je pas een half jaar verkering hebt. Je zou wel heel gepantserd leven als je zou veronderstellen dat de kans dat je ooit eens vreemdgaat helemaal afwezig is. Die kans is er altijd, maar het gaat erom welke betekenis het heeft. Renate Rubenstein zei respect te hebben voor mannen die vreemdgingen en het voor hun vrouw weten te verzwijgen. Want: als het geen betekenis heeft, hou er dan in godsnaam je bek over. Overspeligheid is beladen met schuldgevoelens en wat je doet is die ander, die jou liefheeft, ermee belasten. Of ik ooit overspelig ben geweest? Natuurlijk is er in vijfentwintig jaar huwelijk wel eens iets gebeurd. Verder kom je niet. Nee, echt niet. Waar is mijn pijp?”

VIII - Gij zult niet stelen

„In 1975 werkte ik op de kunstredactie van het Utrechts Nieuwsblad en ik schreef toen mijn eerste boek over de Nederlandse televisie. Er was in 1966 een boekje over het programma ’Hoepla’ verschenen, maar ik kon het nergens te pakken krijgen. Een bevriend journalist gaf het mij toen te leen. Geen haar op mijn hoofd die erover dacht het boekje terug te geven. En hij begon er nooit over. Geen seconde last van gehad. Tot hij plotseling doodging. Nu is het een van mijn grootste zonden, of in ieder geval de ergste diefstal die ik ooit heb gepleegd.”

IX - Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Laatst heb ik een stuk geschreven voor de ’Varagids’ over de glamourwereld waarin ik, sinds Judith en ik verkering hebben, terecht ben gekomen. Het is een soort onderzoek naar hoeveel controle ik heb over de dingen die over ons gezegd en geschreven worden. Ik ben er nog niet uit.

Wat je ziet is dat mijn imago, door een culminatie van gebeurtenissen, lijkt te veranderen. Dat is niet iets waar ik, actief, aan meewerk. Het is vooral hoe mensen naar mij kijken. Mijn imago wordt vooral bepaald door mijn pijp – Judith vindt dat ik niet elke keer met dat ding op de foto moet gaan. Die pijp geeft iets van rust, bedachtzaamheid, een zekere eruditie. Dat klopt wel, maar het beeld is niet volledig. Ik heb verstand van televisie, ben niet bang om ambities of dromen na te jagen, maar ik heb ook die commerciële kant, de hang naar een leven van amusement. Het maakt me ongrijpbaar, soms, en dat vind ik wel prettig.

Voor een reportage van RTL Boulevard –over onze zogenaamde Oudejaarsavond samen– zijn we gefilmd in een bubbelbad. Ik begrijp dat ik mezelf daarmee in een kamp plaats dat niet onmiddellijk met mij wordt geassocieerd. Paul Witteman vroeg me kort na die reportage of ik niet ergens een serieuze column wilde beginnen want: ’Is dit wel wie je wil zijn?’ Ik stelde zijn bezorgdheid zeer op prijs – en ik zal met liefde ingaan op ieder voorstel om een column te schrijven – maar tegelijkertijd laat ik me niet weerhouden om deel uit te maken van een wereld die iets meer wordt bepaald door ogenschijnlijk oppervlakkige mensen.”

X - Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Als televisiemaker heb ik mijn sporen al verdiend, als schrijver ben ik tot nu toe nog niet zo succesvol geweest. Ik ben jaloers op mensen die dat wel zijn. Maar wat is er mis met jaloezie? Niets. Als ik hoor dat Joost Zwagerman het Boekenweekgeschenk mag schrijven ben ik jaloers. Ik vind niet dat ik de status heb, daar heb ik wel een reëel beeld bij, maar het zal jou niet verrassen als ik zeg dat ik, met dertien boeken op de plank, wel graag wil meetellen. Aan de andere kant: het zal je maar gebeuren dat je die bestseller schrijft, lovende recensies krijgt, prijzen in de wacht sleept, wordt vertaald in dertien talen dan ben je toch eigenlijk een doodlopende straat in gehold? Hoe moet je dan nog verder?

De lol van schrijven is voor mij dat een boek helemaal mijn ding is: voor ieder woord ben ik persoonlijk verantwoordelijk. Als er per ongeluk een microfoon niet openstaat, of een shot verkeerd gekadreerd is, hoeft dat niet mijn schuld te zijn. Televisie maken is een groepsproces. Ik heb dat schrijven zo vreselijk nodig, omdat ik ook die individualist wil zijn die alles zelf bepaalt. Dat is wat ik het liefst doe: schrijven, tikken, printen, lezen, checken en dan hop, door naar het volgende boek. En naar die ene bestseller, Het Boek, met z’n prijzen, z’n vertalingen en die lange rij wachtenden – zo stel ik mij de ultieme signeersessie voor: aan een houten tafel in een filiaal van Barnes & Noble in Boston – moet eigenlijk pas tegen het eind van je schrijverschap komen. Om vervolgens te gaan dromen van de opvolger. Die er dan natuurlijk nooit zal komen.”

Bert van der Veer: ¿Dat is wat ik het liefst doe: schrijven, tikken, printen, lezen, checken eSchoutenwerf Muidenn dan hop, door naar het volgende boek.¿ (FOTO MARK KOHN, met dank aan Schoutenwerf Muiden) Beeld Mark Kohn
Bert van der Veer: ¿Dat is wat ik het liefst doe: schrijven, tikken, printen, lezen, checken eSchoutenwerf Muidenn dan hop, door naar het volgende boek.¿ (FOTO MARK KOHN, met dank aan Schoutenwerf Muiden)Beeld Mark Kohn
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden