Bert Middel: ’Wouter Bos heeft meer oppositie nodig’

Eind jaren tachtig was de PvdA geen partij waar het gezellig was, waar je bij wilde horen, weet Bert Middel, voormalig Eerste én Tweede Kamerlid en huidig burgemeester van de gemeente Smallingerland. In 1987 stond hij aan het roer van de commissie die de partijcultuur moest onderzoeken. „Het moest democratischer, opener. Het was destijds niet bepaald een swingende toestand, daar wilde je niet bij horen. Nieuwkomers werden als een bedreiging gezien”, herinnert hij zich. „De luiken moesten open.”

Samen met onder anderen de oud-ministers Eveline Herfkens en Tineke Netelenbos schreef Middel het rapport Politiek à la Carte. Aan hen de ondankbare taak om met aanbevelingen te komen die de PvdA weer swingend zouden maken. Ondankbaar, omdat de partijtop, onder wie oud-premier Wim Kok, helemaal niet op de voorstellen zat te wachten, zegt Middel. „Die zagen het als een aanval op hen, ze voelden zich persoonlijk aangesproken.”

Het rapport is in een bureaula beland. Evenals het rapport van Jos van Kemenade, die enkele jaren later met soortgelijke aanbevelingen kwam en net zo kritisch werd bejegend.

Een merkwaardige paradox, merkt Middel op. „We houden allemaal heel erg van rapporten en zelfkastijding.” De enige aanbeveling die is overgenomen, is één over de partijraad. „Die was toen een soort baronnenclub, die het tweede kabinet-Den Uyl heeft tegengehouden.” Die partijraad is vervolgens onder partijvoorzitter Felix Rottenberg opgeheven.

„Of de PvdA er beter voor had gestaan als de partij iets met zijn adviezen had gedaan? Zover wil Middel niet gaan. „Ik wil niet zeggen dat het vroeger allemaal beter was. Maar het zou wel een kentering hebben veroorzaakt.”

Hij noemt een voorbeeld: „De lijsttrekker heeft invloed op de samenstelling van de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen. Terwijl de Kamerleden diezelfde lijsttrekker, die in het kabinet zit, moet controleren. Heel anders dan vroeger toen de Kamerleden door de partijgewesten werden voorgedragen. Het wordt veel te veel vanuit Den Haag en Amsterdam geregeld.”

Middel ziet hoe zijn partij steeds verder afdrijft van de gewone mensen die niet in de politiek zitten. „Het is steeds meer een bestuurderspartij geworden. In de jaren negentig zaten we opeens links ín het midden, in plaats van links ván het midden. Nogal een verschil. De partij had haar ideologische veren afgeschud.”

In de jaren zeventig werden er veel meer kritische mensen geduld in de omgeving van het leiderschap. „Je kunt veel van Den Uyl zeggen, dat hij eigengereid was bijvoorbeeld. Maar hij organiseerde zijn eigen oppositie om zich heen. Marcel van Dam bijvoorbeeld, en André van der Louw. Er was een permanente interne discussie. Nu wordt het debat als bedreigend geïnterpreteerd. Partijcongressen zijn toogdagen geworden. Alles wordt op de publiciteit afgestemd. Is de televisie aanwezig? Dan gaat de tv-uitzending voor”, zegt Middel geërgerd.

„Wouter Bos zegt altijd dat Joop den Uyl zijn grote voorbeeld is. Als dat zo is, moet hij zich dit element eigen maken”, stelt Middel. „Dus niet alleen communicatieadviseurs en ja-knikkers om je heen verzamelen. En niet alleen oppositie dulden, maar ook zelf actief organiseren. We moeten weer goed door discussiëren, en dat mag best een paar uur duren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden