Beroepsfilosoof / Filosoferen met druktemakertjes

Kun je van diep nadenken en het stellen van lastige vragen je beroep maken? Gemakkelijk is het niet, maar er zijn mensen die -buiten de gebaande paden van de universiteit- leven van de filosofie. Eerste aflevering van een korte serie: de kinderfilosoof.

Thecla Rondhuis: 'Ik moet de eerste volwassene nog tegenkomen die iets vindt en een minuut later toegeeft dat een ander gelijk heeft.'

'Yes! We gaan weer filosoferen!'' Als kinderfilosofe Thecla Rondhuis (51) halverwege de ochtend het klaslokaal van de Haarlemse basisschool Schoterkring/Delftwijk binnenkomt, klinken er enthousiaste geluiden. De kinderen van groep 8 weten inmiddels wat er staat te gebeuren. Acht uitverkorenen zullen straks gaan filosoferen over een onderwerp dat ze even eerder met de hele klas bepaald hebben.

,,Het is leuk om te zien dat sommige kinderen echt filosofisch talent hebben'', zegt Rondhuis. Opvallend genoeg zijn het niet per se de denkertjes die het beste kunnen filosoferen. Als na afloop van de sessie de rest van de klas naar een reactie gevraagd wordt, springt de grootste druktemaker van zijn stoel om zijn arm zo hoog mogelijk in de lucht te kunnen steken.

Hij struikelt over zijn woorden, hij heeft naar eigen zeggen zoveel gedachten dat hij wel een uur nodig heeft. De ene opmerking die hij mag maken is in de roos. Na de les spoort Rondhuis hem aan de rest van zijn gedachten op te schrijven.

Zelf had Rondhuis als kind ook allerlei filosofische vragen waarover ze 's avonds in bed lag na te denken. Om deze kinderlijke fascinatie voor het leven en de wereld niet kwijt te raken ging ze filosofie studeren. Al tijdens haar studie kwam ze voor de klas terecht, en begon ze met iets dat achteraf veel leek op waar ze tegenwoordig haar werk van heeft gemaakt: filosoferen met kinderen.

Kinderfilosofie als discipline bestond nog niet in Nederland, toen Rondhuis halverwege de jaren tachtig aan de Universiteit van Amsterdam studeerde.

Samen met medestudent Berrie Heesen en docenten Pieter Mostert en Karel van der Leeuw richtte zij het centrum voor kinderfilosofie op. Daar borduurden ze voort op de gedachten van de Amerikaan Lippman, de enige die in de jaren zeventig al over dit vakgebied gepubliceerd had. Ze wisselden vooral veel praktijkervaring uit. Later maakte Rondhuis een Ikon-televisieserie ('Ik dacht bij mezelf', november 1994) en publiceerde twee boeken ('Filosoferen met kinderen', Lemniscaat 1994; 'Jong en wijs. Filosoferen met kinderen', Piramide 2001).

Tegenwoordig werkt Rondhuis twee dagen per week aan de Universiteit Utrecht aan haar proefschrift. Na jarenlang in de praktijk, begon ze toch een zekere wetenschappelijke verantwoording van haar werk te missen. Ze probeert uit te zoeken waaruit nu precies de filosofische kwaliteit van het denken van kinderen bestaat.

,,Filosofisch talent heeft weliswaar te maken met het analytisch en gedisciplineerd kunnen denken, maar ook met een eigenschap die ik openness for experience noem. Kinderen moeten een soort nieuwsgierigheid hebben voor de wereld om hen heen en openstaan voor nieuwe, onverwachte invalshoeken en oplossingen.''

Aan onverwachte invalshoeken geen gebrek op de Haarlemse basisschool. De vraag luidt: hoe lang duurt een verjaardag? De verjaardag van de mug in het verhaaltje dat Rondhuis voorleest duurt maar 1 seconde. Dat lijkt raar, maar de acht kinderen die hierover filosoferen zijn bloedserieus.

Ze proberen zich te houden aan de regels voor het voeren van een filosofisch gesprek. Daarbij gaat het om het redeneren, en niet om het verkondigen van privémeningen. Ook gaat het er uiteindelijk niet om het juiste antwoord te vinden. Op filosofische vragen bestaat namelijk geen definitief antwoord, probeert Rondhuis de kinderen bij te brengen. Een zin beginnen met 'Ik vind' is daarom niet wenselijk, en 'Het is zo!' verboden.

,,Jezus viert zijn verjaardag twee dagen lang. Dat is logisch, want hij was heel belangrijk'', zegt een meisje. Ja maar, werpt een ander kind tegen, dan zouden Michael Jackson en Marco Borsato ook twee dagen jarig moeten zijn. Die zijn toch ook heel belangrijk? Misschien, zegt een jongen triomfantelijk, werd Jezus precies om twaalf uur 's nachts geboren, zodat ze niet precies wisten op welke dag hij jarig was.

Na een halfuur filosoferen is een soort overeenstemming bereikt: als je jarig bent, vier je het moment dat je geboren bent. Over hoe lang een bevalling duurt heerst enige verwarring onder de twaalfjarigen; ze houdenhet er op dat er uiteindelijk één seconde is waarop je écht ter wereld komt. Een verjaardag duurt dus één seconde.

Volwassenen kijken vaak vol verwondering naar filosofische redeneringen van kinderen. De conclusies die kinderen trekken en hun associaties hebben vaak een verbluffende filosofische impact. Het opmerkelijke is dat kinderen de diepte van hun redeneringen zélf meestal niet in de gaten hebben. Ze kunnen bijvoorbeeld haarscherp verschillende morele sferen van elkaar onderscheiden, terwijl ze desgevraagd niet precies weten waarom ze dat onderscheid maken. ,,De herkenning loopt blijkbaar op de motivering vooruit'', zegt Rondhuis.

Het denken van kinderen is ook zo fascinerend omdat het herinneringen oproept aan je eigen, tamelijk naïeve kindergedachten, zegt ze.

,,Je vraagt je af waarom je zelf niet meer zo denkt, waarom je die manier van redeneren hebt losgelaten. Tegelijkertijd realiseer je je hoezeer je eigen volwassen denken is ingevlochten in een net van belangen. Kinderen zijn openhartig, dat maakt hun filosoferen ontwapenend. Ik moet de eerste volwassene nog tegenkomen die in een gesprek over iets ingewikkelds een standpunt heeft geformuleerd en vervolgens een minuut later durft toe te geven dat het standpunt van de tegenstander eigenlijk toch beter is. Kinderen hebben hier totaal geen moeite mee.''

Stilletjes, zegt ze, hoop je natuurlijk dat dat lang zo blijft. ,,Vanuit een dergelijke houding blijf je ontvankelijk voor nieuwe kennis en ervaringen, en is er ook minder reden voor controverses en ruzies.''

Het leren filosoferen kan aan zo'n houding bijdragen, denkt de kinderfilosofe. ,,Als kinderen dit regelmatig doen, zullen ze ook over andere problemen op een filosofischer, en dus opener manier gaan nadenken.''

Toch aarzelt Rondhuis over hoe groot de invloed van de filosofielessen is. ,,Ik leer de kinderen een bepaalde manier van denken, maar dat wil niet zeggen dat ze daar ook intelligentere, of betere mensen van worden. Daarover durf ik toch geen uitspraken te doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden