Bernard Hüring

'De eerste keer dat ik hem ontmoette was in 1957 op het Alfonsianum in Rome. De colleges die hij daar gaf veranderden mijn denken totaal.'

De bekentenis is van iemand die het weten kan: de befaamde progressieve Amerikaanse theoloog Charles Curran. Hij sprak over de Duitse redemptorist Bernard Hüring, een man die de prominentste katholieke moraaltheoloog van deze eeuw mag heten. Ook was hij een drijvende kracht achter de kerkelijke vernieuwing van vóór, tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie.

Het boek dat Hüring in 1954 schreef, De Wet van God, werd niet voor niets in een dozijn talen vertaald en door twee pausen (Johannes XXIII en Paulus VI) hooglijk geprezen. Het bevatte een heel nieuwe benadering van de moraaltheologie.

Waren de oude handboeken vooral bedoeld om biechtvaders te leren welke daden en handelingen van hun penitenten zondig waren en in welke mate, bij Hüring werd dit legalisme, dat God tot een strenge rechter maakte in plaats van tot een liefhebbende vader, resoluut verworpen.

Hetzelfde geldt voor de figuur van Christus. Hüring zag hem niet primair als Zoon van God, maar als 'een van ons'. De Duitser ontmaskerde 'alle valse godsbeelden die in de loop der eeuwen het zicht op de ware Schepper van hemel en aarde steeds meer hebben vertroebeld'.

Toch bezag de auteur van De wet van God - de naam zegt het al - het christendom nog steeds als een geheel van wetten en regels. Maar in het driedelig handboek dat hij in 1978 uitbracht, Vrij en gelovig in Christus, is dat legalisme verdwenen.

Hüring was geen academisch schrijver, maar richtte zich concreet tot de kerk en de mensen in die kerk. Reden waarom sommigen hem verweten dat hij te prekerig en met te weinig wetenschappelijke afstand schreef. En al zat daar wellicht een kern van waarheid in, toch getuigden zijn boeken - in totaal schreef hij er ongeveer negentig: over moraaltheologie, spiritualiteit en kerkhervorming - van een grote creatieve intelligentie die de katholieke moraaltheologie essentieel beïnvloedde en haar een nieuw tijdperk binnenleidde.

Het waren zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog als hospik aan het Russische front die hem later tot groot voorstander van geweldloze weerbaarheid maakten. Al sloot hij het geweld in bepaalde noodsituaties niet uit. In die tijd moet ook zijn interesse voor oecumene zijn ontstaan. Ofschoon de nazi's zielzorg in het leger verboden, hield de jonge priester er zich stiekem toch mee bezig. Niet alleen onder rooms-katholieken, maar ook onder protestanten.

Zijn in 1947 geschreven dissertatie 'Het heilige en het goede' liet zien dat de protestante theologie geen vreemd terrein voor hem was. Na het concilie gaf hij gastcolleges aan diverse niet-katholieke universiteiten, met name in de VS. Hij was een globetrotter die naar Europa, Azië, Afrika en de Verenigde Staten trok om er te doceren, conferenties en retraites te leiden. Daarbij was het feit dat hij, behalve Duits, ook vloeiend Frans, Engels, Italiaans, Spaans, Portugees en redelijk Russisch sprak, bepaald geen nadeel.

Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie speelde Hüring een hoofdrol. Het feit dat hij hoogleraar was aan het al eerder genoemde Alfonsianum in Rome en dus dicht bij het vuur zat hielp daarbij. Hij werd lid van diverse pre-conciliaire en conciliaire commissies en secretaris van de tekstcommissie die de belangrijke pastorale constitutie Gaudium et spes (over de kerk in de moderne wereld) opstelde. Kardinaal Fernando Cento, co-president van de commissie, roemde Hüring later als 'de voedstervader' van Gaudium et Spes.

Toen het geestelijk getij keerde en paus Paulus VI terugschrok voor zijn eigen progressieve moed, vond hij Hüring op zijn pad. Zo gaf deze publiekelijk van zijn afkeuring blijk toen Paulus middels de encycliek Humanae Vitae in 1968 kunstmatige geboortebeperking veroordeelde, en met name het gebruik van de pil.

Hetzelfde overkwam vijfentwintig jaar later Johannes Paulus II na publicatie van zijn encycliek Veritatis Splendor. ,,Bent u er zeker van'', vroeg Hüring de Poolse paus in een open brief, ,,dat uw vertrouwen in uw verheven menselijke, professionele en religieuze kennis op het gebied van moraaltheologie en vooral seksuele ethiek geheel gerechtvaardigd is?'' Dodelijker kon het niet.

Achter de spitse theoloog en gedreven kerkhervormer ging een diepgelovig en spiritueel mens schuil (hij was opgegroeid in een vroom, traditioneel-katholiek gezin). Hij trok veel tijd uit voor retraites en geestelijke conferenties voor priesters, religieuzen en leken (katholiek en niet-katholiek). Daarbij hamerde Hüring op de noodzaak van permantente bekering en van geestelijke groei in het persoonlijke contact met God.

Zijn groot godsvertrouwen hielp hem nare, persoonljke ervaringen te boven te komen. Zo kwam hij in de jaren zeventig onder vuur te liggen van de Romeinse congregatie voor de geloofsleer die hem onrechtzinnigheid in de leer verweet. Het verscherpte zijn droefenis over de golf van conservatisme die over de kerk sloeg en veel van het elan van Vaticanum II teniet deed. En dan was er de kanker aan het strottenhoofd die in dezelfde tijd werd geconstateerd. Hierdoor kon Hüring niet meer normaal spreken. Een kruis voor een theoloog die zijn leven lang tot in alle uithoeken van de wereld de boodschap van vernieuwing had verkondigd.

Hüring droeg alle tegenslagen met zijn optimisme dat hem van bepaalde kanten ten onrechte soms het verwijt van naïviteit opleverde. Hij overleed op 3 juli 1998, 85 jaar oud, in een klooster van zijn orde in het Duitse Gars-am-Inn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden