'Berliner' onder de kamerorkesten

Sinds de dagen van I Musici en The Academy-met-de-lange-naam heeft het kamerorkest een grote vlucht genomen. Dook de generatie van 'I Musici' met veel virtuositeit en muzikaal inlevingsvermogen in de achttiende eeuw, de generatie daarna gaf zich ook rekenschap van de stijl en uitvoeringspraktijk van toen. Daarbinnen zitten twee groeperingen: zij die dat bleven doen op 'moderne' instrumenten, en zij die overgingen op tijdeigen instrumentarium.

FRANZ STRAATMAN

Die eerste groep is wijdvertakt en krijgt meer aandacht en waardering nu de orthodoxe gedachten over wat 'authentiek' is, milder worden. Die opwaardering wordt echter ook bevorderd door de uitzonderlijk fraaie kwaliteiten van de diverse ensembles.

Een heel bijzondere is het Kammerorchester Carl Philipp Emanuel Bach. Het werd 25 jaar geleden in Oost-Berlijn gevormd door musici verbonden aan de Staatsopera: nieuwe muziek wilden zij spelen. In 1980 kozen zij Hartmut Haenchen als hun artistiek leider en onder zijn leiding verschoof het belangstellingsgebied naar de oude muziek. Tien jaar geleden vernoemde het ensemble zich naar de tweede, in de achttiende eeuw beroemde zoon van J.S. Bach. Want in het achttiende-eeuwse Berlijn nam CPE Bach jaren lang een belangrijke plaats in. Diens virtuoze, eigenzinnige en zelden uitgevoerde symfonieën en solo-concerten boden een uitstekende leerschool om de grammatica van de achttiende eeuw in de vingers te krijgen.

Haenchen, in ons land vooral bekend om zijn opbouw van het Nederlands Philharmonisch Orkest, zijn smaak voor de laat-romantische orkestliteratuur en zijn knappe directies bij de Nederlandse Opera, bouwde in Berlijn zijn kamerorkest uit tot een geraffineerd spelend ensemble. Zoals de Berliner Philharmoniker aan de top van de symfonie-orkesten staan, zo mag het CPE Bach-orkest gezien worden als de 'Berliner' onder de kamerorkesten.

Die positie werd al opgebouwd met cd's gewijd aan het werk van CPE Bach, maar wordt briljant bevestigd in een reeks van zes opnames getiteld HAYDN SYMPHONIES (Berlin Classics, diverse nummers; distributie in Nederland door Emergo). Per cd zijn steeds drie of vier symfonieën bijelkaar gebracht die door hun naamgeving of muzikale inhoud een zekere relatie vertonen. De selectie loopt door het hele oeuvre van circa 110 symfonieën. Complete vastlegging was niet het uitgangspunt, maar Haenchen en zijn ensemble hebben zo de smaak te pakken dat verdere doorgang logisch lijkt.

Haydn zelf koesterde diep respect voor het werk van CPE Bach, van wie hij de eigenzinnige expressie verwerkte in zijn symfonisch werk. De gevoelige adagio's getuigen er evenzeer van als de verrassende wendingen in snelle delen. Zoals de lange reeks cantates van vader Bach wordt geprezen om de altijd hoge kwaliteit, met in elke cantate een bijzonder element, zo valt ook die enorme stroom symfonieën van Haydn te klasseren als een steeds naar vernieuwing en uitbreiding gerichte creatie, die attractief is voor zowel de verfijnde als de brede smaak.

Het Kammerorchester CPE Bach opent dat scala aan intieme en uitbundige expressies op werkelijk verbluffende wijze. De strijkers etsen als het ware met licht, helder spel, maar verwaarlozen onder Haenchens stuwende leiding geen moment de zangerigheid in het ensemble. Bij beluistering van opnames uit respectievelijk 1991 en 1993/94 meende ik zelfs een groei in verfijning waar te nemen. De wisselende blazersbezettingen kleuren er perfect bij.

Uniek, zowel om de inhoud en omdat het eerste opnames betreft, is de cd te noemen die het CPE Bach-orkest wijdde aan DAS ORCHESTERWERK WILHELM FRIEDEMANN BACH (Berlin Classics 1098). Deze oudste broer, geboren in 1710, van CPE was zowel in zijn muzikale creativiteit als door zijn maatschappelijke houding een ware avant-gardist. Wat het laatste betreft: nog vóór Mozart trachtte hij als onafhankelijk kunstenaar zich te doen gelden. Hij stierf verarmd in 1784. Doorgaans korte muzikale gedachten laste hij zonder probleem aan elkaar ook al leverde dat wonderlijke tegenstellingen of overgangen op. Ook waar hij meer binnen traditionele paden bleef, valt de hartstochtelijkheid van zijn musiceren op. Haenchen kan in deze muziek zijn eigen liefde voor felle contrasten helemaal kwijt.

Een vondst was het om onder de titel WASSERMUSIK (Berlin Classics 1051) de beroemde 'Watermusic' van Hündel te combineren met twee mij onbekende, even heerlijk diverterende watermuzieken van Telemann. Diens 'Hamburger Ebb' und Fluth' brengt muzikaal water- en weergoden tot leven, terwijl in de 'Alster Ouvertuüe' een kleurrijk beeld wordt gegeven van het leven in en om de oude haven van Hamburg. Een muzikaal schilderij Canaletto gelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden