Review

Berlin Alexanderplatz fonkelt en glinstert

Regie: Rainer Werner Fassbinder. Met Günter Lamprecht, Gottfried John, Barbara Sukowa, Hanna Schygulla, Brigitte Mira en (als verteller) Rainer Werner Fassbinder. Te zien in Amsterdam (Filmmuseum) en Den Haag (Filmhuis) en daarna in 25 andere steden, t/m 21 november.

Franz Biberkopf heeft zijn vriendin per ongeluk dood geslagen met een slagroomklopper. Hij heeft daarvoor vier jaar gevangenis gekregen. Als we hem ontmoeten heeft hij zijn straf uitgezeten. De gevangenispoort zwaait open. Franz Biberkopf knippert met zijn ogen, tegen het felle licht. Hij slaat zijn handen tegen zijn oren, tegen het lawaai van de straat. Franz Biberkopf is bang, als een kind. Hij wil terug, de gevangenis weer in, maar de dienstdoende bewaker heeft dit vaker meegemaakt. Hij praat in op Franz Biberkopf, en duwt hem ondertussen naar buiten. En dan verschijnen er letters in beeld, druipend van gotiek: ’Die Strafe beginnt’.

Het is de alarmerende titel van het eerste deel van ’Berlin Alexanderplatz’ (1979-1980), de monumentale, 13-delige serie plus epiloog waarmee Rainer Werner Fassbinder televisiegeschiedenis schreef, en die nu in volle glorie is gerestaureerd. De ’Fassbinder Foundation’ trok voor het restauratieproces ruim een miljoen euro uit. Na de feestelijke première op de Berlinale, begin dit jaar, is het epos klaar om op tournee te gaan. Nederland is een van de landen, waar ’Berlin Alexanderplatz’ eerst in de bioscoop verschijnt, en later – in het najaar – op dvd.

Waarom alle tumult? Ten eerste brak Fassbinder – niet voor niets het enige echte enfant terrible van de Duitse cinema – met allerlei conventies van het tv-drama. Anders dan verwacht had Fassbinder de miljoenen Duitse Marken (het was de duurste Duitse tv-productie tot dan toe) bijvoorbeeld niet besteed aan een opzichtige reconstructie van het Berlijn van 1928.

Fassbinder had het vrij sober gehouden, en in overeenstemming met zijn aandacht voor de psychologie van de personages, vooral veel ’binnenruimten’ gecreëerd. De Werdegang van ex-gedetineerde Franz Biberkopf in het Berlijn ten tijde van de Weimar Republiek heeft daardoor iets weg van een groots opgezet Kammerspiel waarin Franz Biberkopf rondwaart als een naar liefde hunkerende Elckerlyc.

Fassbinder wilde het leven ook nooit beter of mooier voorstellen dan het was, en bij de verfilming van Alfred Döblins ’grotestadsroman’ ’Berlin Alexanderplatz’ (1929) – zijn meest geliefde boek – schetste hij het Berlijn van 1928 als een weinig idealistische samenleving. Met ruim een half miljoen werklozen, en veel armoede en geweld, staat de Weimar Republiek op de drempel van het Derde Rijk. Franz Biberkopf gaat uit pure armoede ’Der Völkische Beobachter’ verkopen, en als hij een straathandeltje oppikt en dasspelden gaat verkopen, weet hij dat hij het beste klanten kan werven door zich als ariër te profileren, als ’Kern-Deutscher’, zoals het in de serie ook heet.

Franz Biberkopf wil het goede doen. Hij wil fatsoenlijk leven, zoals hij aan het begin zegt, maar steeds weer faalt hij. Omdat hij zich alleen een optrekje kan veroorloven in een buurt met pooiers, hoeren, boeven en armoedzaaiers, en omdat hij zich aan een hele foute man hecht, Reinhold, gespeeld door Gottfried John. Zelfs als hij in Mieze, gespeeld door Barbara Sukowa, zijn grote liefde vindt, kan hij die liefde niet vast houden. Uit alle poriën druipt het onvermogen. En wat uiteindelijk zo tergend mooi is, is dat Franz Biberkopf in al die tragiek een mens van vlees en bloed is.

Het is precies de reden waarom die grote, logge, bij vlagen waanzinnige Biberkopf, met mooi Berlijns accent gespeeld door Günter Lamprecht, zo ontroert. Je voelt ook dat Fassbinder al zijn kennis van het leven en de liefde en menselijke (machts)relaties in dit vijftien en een half uur durende magnum opus heeft verwerkt.

De kritiek op de donkere beelden die bij verschijnen van de serie werd geuit (naar tv-maatstaven van de jaren ’70 was er op 16 mm gedraaid, in plaats van op 35 mm) is door de restauratoren opgevangen. Alles fonkelt en glinstert, overal weerkaatst het licht, van tanden, en zelfs van knopen. Mooi, denk je dan, ’Berlin Alexanderplatz’ is uit een groot bad gekomen, en heerlijk opgefrist. Je kunt echter ook vragen stellen over de ethiek van een dergelijke grootschalige restauratie. Wordt er bij het herstel van een Rembrandt of Caravaggio ook licht toegevoegd waar geen licht was? In het 25ste sterfjaar van Fassbinder en het 50ste sterfjaar van Döblin mag ook over dit soort details best worden nagedacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden