Opinie

'Berlin Alexanderplatz' Biberkopf gaat eenduidig teloor

'Hij laat zijn bijl naar beneden suizen, een twee hop, en nog een kop en nog een kop.' Tot de mooiste, maar ook beklemmendste momenten van de voorstelling 'Berlin Alexanderplatz' van het theatergezelschap Het Vervolg behoort de beschrijving van het in 1928 nieuwe, modern en functioneel opgezette slachthuis van Berlijn.

In dit uit rode baksteen opgetrokken en daardoor vrolijk stemmende complex van bijna 50 voetbalvelden oppervlak worden de lange stoeten varkens, schapen en runderen met professionele aandacht en efficiëntie snel omgezet in vlees en een bruisende rivier van donker bloed.

De roman van Alfred Döblin, vooral bekend door Fassbinders verfilming, heeft de artistiek leider van het Limburgse gezelschap, Léon van der Sanden, bewerkt tot een episodendrama in de stijl van de grote epische stukken van Bertolt Brecht. Met één groot verschil: waar Brechts werk altijd een duidelijke boodschap verkondigde over sociale gerechtigheid, ontbeert het stuk van Van der Sanden die.

Het beklemmende van de beschrijving van het slachthuis is, dat het een sterke metafoor is voor Döblins hoofdpersoon, Franz Biberkopf, die onontkoombaar voor de bijl gaat, zonder dat je als toeschouwer op enig moment inzicht kunt krijgen in welk hoger verband van troost of verlossing zijn ondergang zou kunnen staan.

Herbert Janse heeft in zijn decorontwerp de chaos gecreëerd van het Alexanderplatz dat op de schop wordt genomen voor de aanleg van de nieuwe metro; de acteurs bewegen zich op schots en scheef liggende plankieren door de toneelruimte.

Het geluidsdecor van Denis Coenegracht met z'n geluiden van shovels en heimachines wandelt stampend door de handeling heen. Deze onrustige en rusteloze wereld wordt aan weerskanten begrensd door een gang met enkele openingen, waaruit een warm rood hoerenlicht schijnt en de criminele jongens en ontvangsters van haastig geplengde zaaduitstortingen Franz tegemoet treden.

Van der Sanden heeft de opening sterk geregisseerd. Hans Trentelman als Franz keert terug uit het gevang, waar hij vier jaar heeft gezeten nadat hij in een driftbui zijn geliefde Ida heeft gewurgd; de dode Ida, als helder klaterend water gespeeld door de juist aan de Toneelacademie in Maastricht afgestudeerde Nele van Rompaey, spookt door zijn gedachten en, geheel in het wit gekleed, voor ons over de plankieren. Trentelman speelt zijn Franz als een steeds afgestompter rakende, schreeuwende drinkebroer. Driemaal poogt hij zich aan zijn eigen haren uit het moeras te hijsen van foute vrienden en de misdaad, maar de alcohol en liefde die hij telkens zelf weer om zeep helpt, zijn een draaikolk waar niet aan te ontsnappen valt.

Ondanks de bijzondere momenten, waarvan ik hierboven enkele noemde, kent de voorstelling als geheel maar één dimensie: de ondergang van Biberkopf. De anderen, onder wie de prachtig spelende Mieneke Bakker in vijf verschillende vrouwenrollen, zijn alleen passanten, even oplichtende vuurvliegjes in een nacht zonder eind. Daardoor is deze eenduidige teloorgang van Biberkopf te weinig voor zo'n groot drama, ook al vloeien de scènes en de episoden soepel in elkaar over. Döblins mozaïek werd te veel één steen.

Het Vervolg speelt de voorstelling in zijn Derlon Theater, een onherkenbaar verbouwde bordenfabriek aan de oever van de Maas. Rond het theater is het nog een behoorlijke bouwput, zodat het chaotische decor in de voorstelling verrassend werd beantwoord door de werkelijkheid als je naar buiten stapte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden