Berlijnse student trekt van west naar oost DUITSE EENWORDING

Vijf jaar na de val van de Muur gaan steeds meer Westberlijnse studenten studeren aan de voormalig communistische Von Humboldt Universitüt in hun woonplaats. Ook westerse wetenschappers zoeken hun heil aan de universiteit in het vroegere Oost-Berl De Freie Universitüt, die door Amerikanen is gesticht, verliest aan populariteit. Een student: “De Von Humboldt heeft meer traditie, meer gran meer geschiedenis. De mensen zijn er vriendelijker bovendien.”

THIJS BROER; MARK KOSTER

Binnen wórdt de wereld veranderd. Timmerlieden in bestofte overalls verwijderen ouderwetse fineerplaten van de muren, schilders met honkbalpetten geven de grauwe wanden weer een verfje.

Ook het universiteitscafé is omgetoverd in een all-American steakhouse, waar studenten, onder begeleiding van Bonnie Tylers 'Total Eclips of the Heart', hun laatste marken in fruitautomaten werpen. Op de museale binnenplaats van de twee eeuwen oude Alma Mater steken groepjes studenten nog een laatste sigaret op voor ze naar college gaan.

Onder de anti-fascistische gedenksteen op het plein zit student geschiedenis Tobias Komblum, een 'Wessie', een joint te roken. Afgelopen zomer verruilde hij de Freie Universitüt, die staat in dat deel van Berlijn dat voor de val van de muur West-Berlijn heette, voor de Humboldt in het vroegere Oost-Berlijn. De 'massale, onpersoonlijke, egoïstische' sfeer op de FU beviel hem niet.

Komblum: “De Humboldt heeft meer grandeur, meer geschiedenis en meer traditie. De mensen zijn er vriendelijker, bovendien.”

Komblum is één van de vele ontevreden FU'ers die de weg naar het Oosten hebben gevonden. De Frankfurter Allgemeine Zeitung typeerde Berlijns oudste universiteit onlangs als een 'doortrapte, oude stiefmoeder, die langzamerhand verandert in een jongere, aantrekkelijker zuster van de Freie Universitüt'.

De huidige president van de FU, Johann Wilhelm Gerlach, is niet blij met deze ontwikkeling. “Wij behoren tot de weinigen, die de opbouw van het Oosten met de afbouw van het Westen moeten betalen”, zei hij onlangs in een lezing.

In de concurrentie met de Humboldt lijkt de universiteit in West-Berlijn inderdaad terrein te verliezen. Twee jaar geleden werd na bittere discussies besloten dat de faculteit tandheelkunde op de Humboldt mag blijven bestaan, ten koste van de faculteit aan de FU.

De afdeling diergeneeskunde en het katholiek seminarie van de FU worden waarschijnlijk in februari gesloten. De Berlijnse gemeenteraad heeft besloten dat deze studies het beste aan de Humboldt gegeven kunnen worden.

Vlak na de eenwording werd de Oostberlijnse universiteit gezuiverd van docenten die zich hadden ingelaten met het systeem. Hierdoor kreeg een aantal wetenschappers van de Freie Universitüt de mogelijkheid aan de Humboldt politiek beladen vakken als geschiedenis en politicologie te doceren.

Zo verruilde dr Hartmut Kaelble zijn betrekking aan de FU voor een professoraat aan de universiteit in het Oosten. Zittend in een collegezaal met krakende vloer en versleten houten bankjes, legt de hoogleraar geschiedenis uit dat hij naar Oost-Berlijn is vertrokken omdat werken aan een nieuwe Von Humboldt hem 'intellectueel uitdagender' leek dan zijn docentschap aan de FU.

In 1991 werd een nieuwe vakgroep sociale geschiedenis samengesteld. Van de twintig historici werden er vijftien ontslagen. Vier historici van andere Oostduitse universiteiten en vijf wetenschappers uit het Westen vervulden de vrijgekomen vacatures.

“Vijf jaar na de val van de Muur is de situatie aan de Humboldt gestabiliseerd. De samenwerking tussen Oost- en Westduitsers is uitstekend”, vertelt Kaelble. Met een olijke twinkeling in zijn ogen: “We spreken dezelfde taal.”

Het verschil tussen de Oost- en Westduitse studenten, met hun andere geschiedenis en andere ervaring, is volgens hem aan het vervagen. “Aankomende eerstejaars waren veertien, vijftien jaar oud toen de muur viel. Zij zijn weinig politiek gevormd, en minder belast door het verleden. Van verschillen is binnenkort niets meer te merken.”

“Quatsch”, reageert studente cultuurgeschiedenis Katherine Schmidt vinnig. “We zitten nog steeds in een periode van omwenteling. Er blijft een enorm verschil tussen Ossie's en Wessie's.” De studente somt de verschillen op: Wessie's zijn alleen maar bezig met hun carrière, Wessie's zijn kil en onpersoonlijk, Wessie's zijn, kortom, ànders. De in Oost-Duitsland geboren studente komt hoogst zelden in het westelijk deel van Berlijn. “Daar hebben coca cola en de multinationals de boel overgenomen”, smaalt ze.

Een vriend, Martin Markstein, komt erbij staan. Ook deze Oostberlijner is cynisch over de eenwording die hij omschrijft als 'door Bonn gedicteerd'. Zuinig lachend: “Wat mij betreft bouwen ze de Muur weer op.”

Hij zal in Oost-Berlijn blijven wonen, bij zijn vrienden van vroeger. Het leven is er nog steeds aanzienlijk goedkoper. “Het is onbetaalbaar een kamer te huren in het Westen. De speculanten drijven de prijzen verschrikkelijk op. Bovendien is mijn wijk, Prenzlauerberg, hèt uitgaanscentrum van de stad geworden.”

De student sociologie ergert zich aan de arrogantie van de Westduitse studenten, die als betweterige fellow-travelers op de hippe sub-cultuur in het Oosten zijn afgekomen. “Met die gasten heb ik niets te maken”, zegt hij. “Wij hebben de Muur neergehaald en nu komen zij ervan genieten, nu Kreuzberg niet meer in de mode is.”

Aan de in 1948 door de Amerikanen gestichte Freie Universitüt wordt daar anders over gedacht. In de mensa van het voormalige 'symbool van de vrijheid' moppert Udo Eckberg, student biologie, dat hij zo langzamerhand een beetje moe wordt van het gejeremieer van de Ossie's.

“De Oostberlijners moeten niet zeuren, die hebben altijd een bevoorrechte positie gehad ten opzichte van de rest van de DDR”, vindt Eckberg.

Bij de ingang van homo-café Rosa's, op de eerste verdieping van een gebouw waarin ook het vrouwencafé is gevestigd, zucht zijn studiegenote Petra Becker dat vooral de jonge Oostduitsers niet met weemoed moeten terugblikken op hun verleden. “Waarom hebben ze het toch steeds over vroeger? Laat ze eens aan het werk gaan.”

Het is ironisch dat de FU-studenten van de ooit zo geëngageerde Freie Universitüt zo weinig compassie hebben met de grieven van hun studerende landgenoten uit het Oosten. De FU, die altijd als een Amerikaanse prestige-object uit de Koude Oorlog werd beschouwd, lijkt vijf jaar na de val van de Muur in een identiteitscrisis terecht te zijn gekomen. Hoewel de Amerikaanse historicus James Tent in zijn kroniek over de universiteit in lyrische bewoordingen spreekt over het 'unieke engagement' van de studenten, lijkt daar momenteel weinig van over te zijn.

De Nederlandse Erasmus-student Bastiaan van Nieuwstadt, die drie maanden geschiedenis studeert aan de Freie Universitüt, bromt dat hij weinig van betrokkenheid heeft gemerkt. Zittend in de aula merkt hij droogjes op: “Engagement? Je ziet hier nog wel resten van verfbommen tegen de gevel, maar de studenten zijn net zo lamlendig en apathisch als elders in West-Europa. Het is hier even ingeslapen als in Nederland.”

Hij wijst naar politieke pamfletten op de overvolle prikborden. “Allemaal gedateerde onzin van een paar suffe eikels die nog zo nodig moeten. Het is demonstreren om het demonstreren.”

Arnulf Baring, de vooraanstaande hoogleraar in de eigentijdse geschiedenis, schudt in zijn werkkamer in de letterenfaculteit zijn hoofd. Hij stoort zich aan het 'gelamenteer' in Oost en West. Baring: “We dachten enkele jaren geleden veel vriendelijker over elkaar. We hebben nu te maken met een diepe psychologische crisis. De val van de Muur was als een steen die in het water werd geworpen. Het duurt nog een tijd, voordat de rimpelingen zijn verdwenen.”

De historicus vindt dat Berlijners niet té sentimenteel moeten doen over hun verleden. De tegenstelling tussen de twee universiteiten wordt kunstmatig vergroot, zegt hij. Collega's die naar de Humboldt zijn vertrokken vanwege de grandeur van de oude universiteit, noemt hij naïef. “Ze denken dat ze daar ineens wel grote historici als Von Ranke zullen zijn.”

Hij bepleit een realistische visie. “We moeten het met elkaar zien te rooien. Deze stad heeft geen geld voor meerdere universiteiten. Berlijn is geen Parijs.” Hij denkt dat geldgebrek de universiteiten tot samenwerking zal dwingen. De Koude Oorlog is voorbij: “We moeten op eigen kracht verder.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden