Berlijns Alexanderplatz

In de wereldberoemde roman 'Berlin Alexanderplatz' van Alfred Döblin, vanaf morgen verkrijgbaar in een nieuwe Nederlandse vertaling, probeert bajesklant Franz Biberkopf een fatsoenlijk leven te leiden. Is het huidige Berlijn nog altijd even fataal als Biberkopfs Berlijn van 1928?

Het is een eenvoudig restaurant met een klassieke Duitse keuken. 'Berliner Haxenbraterei' staat in grote gele letters op het raam. Het bevindt zich aan het begin van de Münzstrasse, op een steenworp afstand van de Alexanderplatz. Het is de buurt waar Franz Biberkopf, de held van Alfred Döblins roman 'Berlin Alexanderplatz', zijn ondergang tegemoet gaat.

Met een uitgestreken gezicht vertelt de waard van de 'Haxenbraterei' over een verwarde jongeman die onlangs bij hem binnenstapte. "Hij zag er smoezelig uit. Keek verdwaasd uit zijn ogen. Vroeg of ik hem kon helpen. Hij kwam net uit de gevangenis, vertelde hij, en wist niet waar hij heen moest. Hij had geen onderdak, geen baan, geen vrienden."

De kans is klein dat de waard de waarheid vertelt. Daarvoor lijkt zijn verhaal te veel op het begin van Döblins roman. Leuk bedacht. Hij zal er menige gast mee hebben geamuseerd. Hij krijgt waarschijnlijk maar weinig bezoekers die de bron van zijn verhaal kennen. De Münzstrasse wordt nu vooral bevolkt door toeristen en andere vluchtige voorbijgangers.

In die buurt benoorden de Alexanderplatz doet weinig denken aan de tijd dat Franz Biberkopf er arriveerde nadat hij zijn straf had uitgezeten. Toen, in 1928, wemelde het er van de kroegen waarin zich boeven en hoeren verzamelden. Sinds de val van de Muur is de door oorlog en socialisme kaalgeslagen buurt het domein van hippe winkels en dure galeries.

Biberkopf kwam naar de Alexanderplatz met het vaste voornemen, voortaan een fatsoenlijk leven te leiden. Hij begon met het uitventen van kranten en het huis aan huis verkopen van schoenveters. Maar de verleidingen van de stad waren te groot. Al snel raakte hij verwikkeld in het criminele milieu. Geweld, diefstal, hoererij en uiteindelijk zelfs moord kruisten zijn pad.

In de roman van Döblin zijn het niet zozeer de verkeerde vrienden die Biberkopf op het slechte pad brengen. Het is de stad zelf die hem ten val brengt. Op meerdere plaatsen in het boek vergelijkt de schrijver Berlijn met de hoer van Babylon, de verzinnebeelding van perversie en ondergang uit de Openbaringen van apostel Johannes.

Eigenlijk is niet Biberkopf, maar Berlijn de hoofdpersoon van Döblins roman. De stad beschrijft hij met de grootste precisie. Straten, pleinen, winkels, opschriften, het verkeer, Döblin benoemt alles en biedt tussendoor gedetailleerde informatie. Bijvoorbeeld over het gigantische abattoir dat zich ten noordoosten van het centrum bevond en de metropool van vlees voorzag.

Bladzijden lang beschrijft Döblin die doodsfabriek. De Dood, met zijn onverbiddelijke zeis, is gedurende het hele verhaal in gevecht gewikkeld met de hoer van Babylon en zal de strijd uiteindelijk winnen. De bakstenen hallen van het abattoir zijn inmiddels bijna allemaal gesloopt en hebben plaats gemaakt voor de woningen van een nieuwe, jonge middenklasse.

undefined

Megawinkels

Waar in Berlijn leveren de Dood en de hoer van Babylon tegenwoordig dan hun eeuwige strijd? Heel af en toe vertonen ze zich nog wel op de Alexanderplatz. Ooit was dat een druk verkeersplein, omringd door gigantische warenhuizen. Nu is het niet meer dan een betegelde oversteekplaats tussen goedkope megawinkels als Primark, Saturn en Kaufhof.

Slechts af en toe vindt er nog een moord plaats. Dronken jongelui die 's avonds op het leeggeveegde en tochtige plein naar het beetje vermaak zoeken dat er nog te vinden is, willen elkaar uit verveling wel eens een mes tussen de ribben steken. En altijd is de verkeerde het slachtoffer, de Biberkopf onder hen, zoals twee jaar geleden de onschuldige Thai Johnny K.

Het zondige Berlijn, waar lust en dood hun spel spelen, bevindt zich tegenwoordig elders. In buurten waar vroeger de arbeidersklasse haar stille, armoedige bestaan sleet. Kreuzberg en Friedrichshain. Daar was schrijver Alfred Döblin zenuwarts en daar woonde hij ook. Zijn praktijk had hij aan de Frankfurter Allee, in het deel dat nu de Karl-Marx-Allee heet.

Als ergens de hoer van Babylon nu nog rondwaart, dan is het wel in die twee buurten aan weerszijden van de rivier de Spree. Daar wemelt het tegenwoordig van de clubs, daar dansen jonge mensen nachtenlang door op zware technobeats, daar is het elke dag party, daar drinkt, slikt en snuift men zich een roes als in de gouden jaren twintig.

In de tijd van Döblin waren dat dichtbebouwde buurten met armzalige woonkazernes, aan de noordkant begrensd door het stinkende abattoir. Het enige wat uit die tijd is gebleven is de jaarlijkse mars op 15 januari, wanneer iedereen die zich links voelt de moord in 1919 op Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht herdenkt met een optocht naar hun begraafplaats.

Als Franz Biberkopf in de kroeg wordt lastiggevallen door een stel linkse rakkers omdat hij nationaal-socialistische kranten verkoopt, leggen ze het hem nog eens uit. "We werden verraden, Franz, in 1918 en 1919, door de partijbonzen, en Rosa hebben ze afgemaakt, en Karl Liebknecht ook. En dan moeten de mensen toch een vuist maken en wat doen... Kijk naar Rusland, Lenin, daar houden ze stand, die zijn taai. Maar je zult nog wat meemaken!"

De naïeve Biberkopf ziet geen kwaad in zijn foute, antisemitische kranten. Ook al heeft hij niets tegen Joden. Integendeel. Wanneer hij uit de gevangenis op weg naar de Alexanderplatz van de drukte op straat in paniek raakt, zoekt en vindt hij zijn toevlucht bij een stel orthodoxe joden, die hem, met vooruitziende blik, het bijbelse lot van Hiob voorhouden.

Net als Hiob verliest Franz Biberkopf in de roman alles wat hem lief is. Hij verliest zijn fatsoen, hij verliest een arm, zijn grootste liefde, zijn verstand. Pas na al dat lijden komt hij tot inkeer en trekt hij zich terug in een bescheiden bestaan als portier. "Franz Biberkopf is een kleine arbeider", besluit Döblin. "We weten wat goed is en wat verkeerd, met schade en schande hebben we dat geleerd."

Van de Joden in de Joodse wijk ten noordwesten van de Alexanderplatz zijn er zoals bekend maar weinigen over. Een nog half overeind staande, zwaarbewaakte synagoge met blinkende koepel aan de Oranienburgerstrasse. Een mooie bakstenen voormalige school voor Joodse meisjes, waar je nu luxe kunt eten en bijdetijdse galeries kunt bezoeken.

De enige plek waar het vandaag nog lijkt op de hel waar Biberkopf doorheen is gegaan, is de danstent 'Neue Welt' vlak bij de Hermannplatz. Vlak voordat zijn ondergang inzet, zoekt Biberkopf er met zijn Poolse vriendinnetje Lina vertier. Hij krijgt het er prompt aan de stok met een invalide die de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog nog steeds niet kan verkroppen.

'Neue Welt' is nog altijd een plek voor goedkoop vermaak. In de danszaal, die er van buiten uitziet als een kerk, vinden schlagerfestivals plaats. Tegen het gebouw aan zijn speelhallen en gokpaleizen gebouwd. Overal floepen lichtreclames in bonte kleuren aan en uit. Voor de ingang van de danszaal staan duistere types met boze blikken de bezoekers te keuren.

Het volk dat tussen de Hermannplatz en 'Neue Welt' heen en weer slentert, is weliswaar veel bonter dan de mensenmenigte die Biberkopf op de Alexanderplatz aantrof, maar het aantal arme, werkloze, sjaggerende gelukszoekers onder hen is vergelijkbaar. Een hedendaagse versie van 'Berlin Alexanderplatz' zou daarom het beste 'Berlin Hermannplatz' kunnen heten.

Met dank aan Döblin- en Biberkopf-expert dr. Dirk Wissen.

undefined

Het boek in nieuwe vertaling

Morgen verschijnt een nieuwe Nederlandse vertaling van 'Berlin Alexanderplatz', na de eerste en enige vertaling uit 1930 van Nico Rost. Het boek wordt gepresenteerd in het Goethe Instituut in Amsterdam. Sprekers aldaar zijn Döblin-vertaler Hans Driessen, advocaat-schrijver Britta Böhler, publicist-vertaler Erik Bindervoet en cultuurfilosoof Maarten Doorman.

Het verzamelde werk van Alfred Döblin (1878-1957) omvat 28 delen. Toch is alleen zijn roman 'Berlin Alexanderplatz' beroemd geworden. Zijn overige literaire werk behoort tot het experimentele, expressionistische genre. In zijn tijd werd dat werk door collega's en critici zeer gewaardeerd, maar het grote publiek bereikte hij alleen met zijn Berlijn-roman.

De roem van die roman is niet in de laatste plaats te danken aan twee eminente verfilmingen. Meteen al in 1931 werd de roman verfilmd op basis van een draaiboek dat Döblin zelf had geschreven. In de hoofdrol is steracteur Heinrich George te zien. Maar wat de film vooral bezienswaardig maakt zijn de beelden van Berlijn van rond 1930.

Met name de openingsscène, Biberkopfs tramreis van de gevangenis aan de rustige rand van de stad naar het bruisende centrum, is voor wie het vooroorlogse Berlijn wil proeven, een grootse belevenis. Het verhaal is op verantwoorde wijze tot de kern op speelfilmlengte teruggebracht. Op YouTube is de film in zijn geheel te zien.

In 1980 kreeg de roman opnieuw veel aandacht door de bewerking die Rainer Werner Fassbinder voor televisie maakte. De uit veertien delen bestaande, in goudbruine tinten gefilmde serie hield in talloze landen de kijkers aan de buis gekluisterd. Mede dankzij de fantastische cast, met onder meer Günter Lamprecht, Hanna Schygulla en Barbara Sukowa.

Anders dan de regisseur van de speelfilm heeft Fassbinder niets weggelaten. Alle hallucinogene scènes uit het boek, alle verwijzingen naar bijbelse thema's, spint Fassbinder genoeglijk uit. En hij voegt er nog een paar eigen visioenen aan toe, die zich met name in een abattoir afspelen.

In 2007 is de hele serie in een digitaal opgeknapte versie op dvd gezet en met een opmerkelijke tentoonstelling in galerie Kunstwerke en een groots gala in het Admiralspalast gepresenteerd. De box met negen dvd's is nog altijd verkrijgbaar, evenals de luxe catalogus die destijds bij de tentoonstelling werd uitgegeven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden