Berlijners doen gewoon hun plicht

Vrijwilligers schieten humanitaire organisaties te hulp. Ze brengen spullen of helpen bij de opvang.

Dagmar, diep in de vijftig, staat bij de tafel waar de ene na de andere Berlijner spullen komt brengen voor de asielzoekers. Een plastic zakje met tubes tandpasta en tandenborstels, boodschappentassen vol etenswaren, koffers uitpuilend van de kleren, zakken speelgoed.

Dagmar is toevallig op het terrein van het Landesamt voor gezondheid en sociale zaken, de plek waar vluchtelingen hun verzoek tot asiel indienen. Ze is er om dingen uit te zoeken over haar eigen vlucht, destijds uit de DDR. De opvang toen was miserabel, vertelt ze. "Eindeloze verhoren en niets te eten. Na twee dagen kregen we één worstje voor z'n drieën."

Ze wendt zich tot de man achter de tafel. "Wat kan ik doen?", vraagt ze hem. "Ik wil dat deze mensen het beter hebben dan ik toen", legt ze uit. De man achter de tafel verwijst haar naar een collega van 'Moabit hilft', een inderhaast opgerichte actiegroep van burgers die vinden dat de overheid te weinig doet voor de toestromende asielzoekers.

Het Landesamt zit in de Berlijnse wijk Moabit. Per dag stromen daar honderden vluchtelingen naartoe om in de rij te staan voor een asielaanvraag. Op hetzelfde terrein zijn ook de klassieke hulporganisaties gevestigd, zoals de protestantse Diakonie en de katholieke Caritas. Zij kunnen de hulpverlening aan de asielzoekers in het geheel niet aan.

Vandaar de actiegroep. Die opende een website en een telefoonlijn voor mensen die willen helpen. Melanie schreef een mail. De pedagoge, net terug van vakantie, kreeg 's morgens om vijf uur een telefoontje. Of ze wilde komen helpen om fruit uit te delen aan de wachtende asielzoekers. Het werd een indrukwekkende ervaring.

"De mensen die er zaten hadden enorme honger, ze hadden lange tijd niets gegeten. In een mum van tijd was onze kist leeg. Maar goed dat we met z'n tweeën waren, het gedrang was zo groot." Haar medehelper was een Afghaan, die haar vertelde dat hij hier twee jaar eerder in de rij had gestaan voor een asielaanvraag.

Dat gaat nu al weken zo bij het Landesamt, en dat terwijl er in Berlijn al een hele tijd een hittegolf heerst. Melanie deelt nu water uit, dat ter beschikking is gesteld door de Berliner Wasserbetriebe. "Sorry, ik kan nu niet verder praten, ik moet dit plateau met glazen water verdelen onder de mensen in de rij, die er niet weg kunnen."

In een verscholen hoek op het terrein van het Landesamt heeft 'Moabit helpt' een eigen gebouwtje en daar staat ook de tafel waar burgers hun giften inleveren. Ook bedrijven melden zich bij de actiegroep. Berlijns grootste mineraalwaterfima, Spree Quelle, vroeg wat de mensen het liefste dronken. Water zonder prik? Met appelsapsmaak? Er kwamen pallets vol.

Dat vertelt Michael Ruscheinsky, acteur en regisseur in televisieproducties. Net een dure opdracht achter de rug. "Ik kan me permitteren om hier een paar weken woordvoerder te zijn voor 'Moabit hilft'." Z'n telefoon gaat. Even later roept hij naar de tientallen rondzoevende vrijwilligers: "Wie spreekt Bulgaars? Wie kan Bulgaars tolken?" Twee handen gaan omhoog.

Ruscheinsky vindt ook dat hij iets heeft goed te maken. "Ik was regelmatig in het Midden-Oosten. Zoals het Westen daar op kapitalistische manier heeft toegeslagen! Geen wonder dat die mensen nu hier naartoe komen om ook iets te krijgen van de welvaart die over hun ruggen is verdiend. Ik sta hier uit schaamte voor die uitbuiting."

De meeste vrijwilligers vinden gewoon dat het niet meer is dan hun humanitaire plicht om te helpen. Maar met name bij de ouderen speelt ook de herinnering mee aan de manier waarop hun eigen familie aan het eind van de oorlog uit de voormalige Duitse gebieden in het oosten van Europa moest vluchten, opgejaagd door Stalins Rode Leger en een wraakzuchtige bevolking.

De zestiger Lutz, vrijwilliger aan de tafel waar de giften binnenkomen: "Mijn ouders zijn in 1945 gevlucht voor het Rode Leger." Toen, rond het einde van de Tweede Wereldoorlog, ging het om elf miljoen vluchtelingen. Dat aantal is door de huidige vluchtelingestroom vooralsnog niet overtroffen. "We kunnen nog wel wat hebben", zegt Lutz.

Enkele hulpverleners willen om privacyredenen niet met hun achternaam in de krant. Hun hele naam is bij de redactie bekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden