Berlijn toont overzeese kracht van het grote gebaar in kleur en beeld

'Amerikaanse kunst in de twintigste eeuw' is tot 25 juli te zien in de Martin Gropius Bau, Stresemannstrasse 110 in Berlijn. Het museum is dagelijks van 10 tot 20 uur open. Catalogus met veel essays DM 49. Van 16 september tot 12 december is dezelfde expositie te zien in de Royal Academy of Arts in Londen.

DIEUWKE VAN OOY

Natuurlijk is deze kunst van het alledaagse leven een uitvinding van Noordamerikaanse kunstenaars. Zij moesten de moderne kunst uitvinden in een werelddeel waar zich nog geen traditie had ontwikkeld en waar als nergens anders banaliteit en consumptie de omgeving beheerst.

Een uiterst omvangrijke expositie van hedendaagse Amerikaanse kunst in de Berlijnse Martin Gropius Bau laat zien dat er tegelijk nog een andere Amerikaanse kunst kon ontstaan in het andere uiterste. Daar ontstonden de conceptuele kunst, het abstracte expressionisme en de minimal art om maar wat te noemen. Deze twee extremen hebben de Amerikaanse kunst beheerst die vanaf 1943 tot in de zeventiger jaren de Europese kunst in belangrijkheid kon overschaduwen.

De tweede wereldoorlog - die veel Europese kunstenaars van betekenis naar de Verenigde Staten dreef - en een uiterst deprimerende, nationalistische kunstvorm in Amerika, maakten het jonge continent tot een ideaal broedgebied voor een nieuwe generatie kunstenaars. Jackson Pollock, Barnett Newman, Mark Rothko en Agnes Martin tot Roy Lichtenstein, Andy Warhol, Keith Haring en Jeff Koons behoren er toe.

Een ding hebben al deze kunstenaars gemeen. Ze kijken nooit achterom en zijn beheerst door een eindeloze obsessie met het hier en nu. En voor wie wil, is er nog iets dat het werk van al de exposanten ontegenzeggelijk Amerikaans maakt. Ze beheersen allemaal de overzeese kracht van het grote gebaar in kleur en beeld.

Hoe ellendig de Amerikaanse kunst er voor staat in 1943 blijkt uit een voorwoord dat de schilder Barnett Newman - in Nederland bekend vanwege de vernieling van zijn meesterstuk 'Who's Afraid of Red, Yellow & Blue' - in een catalogus schreef. Het boek hoorde bij de eerste jaarlijkse expositie van de vereniging van American Modern Artists in het Riverside Museum in New York, januari/februari 1943. Deze expositie blijkt nu een belangrijk keerpunt in de Amerikaanse kunstgeschiedenis.

Het voorwoord van Newman was een protestbrief tegen een tentoonstelling die tegelijk in het Metropolitan Museum of Modern Art in New York te zien was; die toonde werken van de groep die bekend stond als 'Artists for Victory'. Tot dat moment werden deze uiterst chauvinistische kunstenaars beschouwd als representatief voor hedendaagse Amerikaanse kunst. Newman schrijft:

"We zijn samen gekomen als American Modern Artists omdat we het nodig vinden het publiek een kunstsoort te presenteren die op adequate wijze het nieuwe Amerika gestalte geeft; het Amerika dat, zo hopen wij, het culturele centrum van de wereld zal worden. Deze tentoonstelling is de eerste stap om de kunstenaar te bevrijden van de starre wurggreep van de oudmodische politiek. Want kunst is in Amerika nog steeds het speelgoed van de politici. Isolationist Art beheerst nog steeds de Amerikaanse scene. Regionalisme heeft nog steeds de touwtjes in handen van Amerika's toekomst van de kunst. Het wordt hoog tijd dat wij het Amerikaanse culturele klimaat zuiveren. Wij kunstenaars, bewust van de gevaren die ons land en onze kunst bedreigen, kunnen niet langer zwijgen. Want de crisis die hier heerst, hangt aan de wanden!"

Het tij keert en mensen als Jackson Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko en Barnett Newman nemen de draad op waar Man Ray, Edward Hopper en Georgia O'Keeffe die twintig jaar ervoor even hadden laten liggen. Amerika maakt zich los van Europa hoewel nog steeds kubisme en surrealisme als bron te herkennen zijn. Amerika toont zich waarschijnlijk pas echt onafhankelijk met de komst van de pop-art van mensen als Andy Warhol en Roy Lichtenstein die de Amerikaanse schijnglamour als kunst presenteren.

Hoewel nog niet al te lang geleden de schilder Barnett Newman zeer uitvoerig en poetisch filosofeerde over de roerselen en betekenis van zijn kunst, trok Any Warhol zich daar, althans in zijn dagboeken, weinig van aan. Niet alleen zijn werk maar ook zijn verslagen gaan over alledaagse beslommeringen als de prijs van de taxi-ritjes, die iedere dag worden genoteerd, en wie hij waar bezoekt: "Maandag, 29 augustus 1983. Ik ben zojuist in de hondepoep gestapt. In mijn gang. Normaal draag ik slippers maar dit keer niet. En normaal gesproken ruik je het al van een afstand, maar het geurde helemaal niet. En ik ben overal gebeten door de vlooien. Als je weet dat er vlooien zijn, blijf je ze voelen ook als ze er niet zijn. Dus nam ik een douche om de stront van mijn voet te wassen en nu bedenk ik welke ziekte ik opgelopen kan hebben van deze hele geschiedenis."

Dat het leven in Amerika niet alleen maar een droom is, en zeker niet voor bepaalde bevolkingsgroepen, toonde de graffiti-kunstenaar JeanMichel Basquiat tien jaar geleden op beklemmende wijze. Hij liet zien hoe de ledigheid van televisie en hamburger zijn (zwarte) generatie in de greep heeft. Zijn schilderijen en tekeningen zijn steeds een waterval van tekst en beeld, ogenschijnlijk inderhaast opgekrabbeld 'voor het te laat is'.

Basquiat overleed in 1988 toen hij 27 jaar oud was. Hij schreef, als altijd zonder leestekens in hoofdletters:

"NIEMAND SPEELDE NOG SCHAAK HET LEEK SNELLER EEN AUTO TE HUREN OF TE GAAN ETEN BIJ ROADSIDE WAR RESTAURANTS WAAR ZE OVERLEVINGSMAALTIJDEN SERVEREN."

Tegelijk trekt de tijdgenoot Jeff Koons zich niet veel aan van de tragiek van zijn omgeving. Hij blijft, eveneens op beklemmende wijze, kitsch en glamour reproduceren.

De tentoonstelling in Berlijn, georganiseerd onder patronaat van de Duitse en de Amerikaanse president en de Engelse koningin, brengt meer van de Amerikaanse kunst bij elkaar dan ooit tevoren. Er hangen 250 werken van 66 kunstenaars. De kunsthistorici Christos M.Joachimides en Norman Rosenthal streefden er bij de inrichting niet naar volledig te zijn maar ze presenteren representatieve accenten.

Daarom laten ze vooral de uitersten in de Amerikaanse kunst zien en negeren ze waarschijnlijk interessante varianten als Landart, Bodyart, de performance en de beeldhouwkunst. In de Martin Gropius Bau ontbreekt dus veel maar voor wie weet wat er mist, hangt er meer dan genoeg. Alleen de vrouwenportretten van Willem de Kooning in de monumentale patio, zijn al een bezoekje waard. Daar krijg je dan nog het mooiste van Newman, Hopper, Pollock, Twombly, Still en zestig anderen bij cadeau.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden