Review

Berio verliest van Puccini en Alfano

Berio breide een nieuw slot aan Puccini's opera 'Turandot', maar wat hij bedacht is nogal vlak. De opera gaat als een nachtkaars uit. De regisseur die van de sleutelscène aan het slot (de kus) iets moet maken, valt niet te benijden. En het is toch al zo moeilijk om operazangers elkaar geloofwaardig te laten kussen.

AMSTERDAM - Voorafgaand aan de officiële wereldpremière aanstaande donderdag in Las Palmas op de Canarische Eilanden, presenteerde het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly vrijdagavond het nieuwe slot dat Luciano Berio breide aan Giacomo Puccini's opera 'Turandot'. Het 'concert' was een generale repetitie die bijgewoond mocht worden door de Vrienden van het Concertgebouworkest en het Koninklijk Concertgebouworkest. De pers werd echter niet geweerd en het was duidelijk dat men Berio's partituur alvast aan een kritisch gehoor wilde onderwerpen, voordat deze 'Turandot' bij De Nederlandse Opera gespeeld zal worden.

De repetitie begon met het doorspelen van drie orkestrale Puccini-partituren. Chailly heeft al veel vaker met het KCO deze Preludio sinfonico, Capriccio sinfonico en Crisantemi gespeeld. Zijn liefde voor Puccini was in elke maat van deze korte stukken hoorbaar. Met het bericht van Chailly's vertrek in 2004 zo vers in het geheugen, vroeg je je bij het luisteren direct af welke andere dirigent deze zo specifieke zinderende klank uit het orkest zou kunnen halen.

Na een korte pauze kon dan eindelijk de nieuwsgierigheid van velen bevredigd worden: hoe zou dat Berio-slot klinken. De derde akte van 'Turandot' is kort. Aan het begin horen we Calafs beroemde aria 'Nessun dorma' en na wat gedoe met de drie ministers Ping, Pang en Pong, die Calan willen overhalen Peking te verlaten, komen we al bij de martelscène van Liù. In die scène krijgt Liù vlak na elkaar twee kleine aria's te zingen die tot het allermooiste behoren wat Puccini ooit componeerde. Het zijn ook de twee laatste melodieën die uit zijn pen vloeiden en goed beschouwd schiep hij met Liù's aangrijpendende dood een dramatische onmogelijkheid. Want als na nog een stief kwartiertje Turandot en Calaf elkaar dan toch jubelend in de armen vallen, zit het publiek nog steeds met een brok in de keel vanwege dat kleine, zich opofferende meisje.

Puccini wist het en kwam aan het slot, zoals we weten, niet meer toe. Het was eigenlijk niet zo dat hij stierf voordat hij de opera af kon maken, maar eerder dat hij de opera niet afmaakte voordat hij stierf. Franco Alfano voltooide vervolgens de opera op basis van Puccini's schetsen, maar moest van de tirannieke dirigent Arturo Toscanini zijn partituur met honderden maten terugbrengen. In die gemutileerde versie wordt 'Turandot' wereldwijd gespeeld. Vreemd eigenlijk dat 'Turandot' altijd met dat slot van een andere componist wordt uitgevoerd en nooit eindigt met de dood van Liù, zoals Bergs 'Lulu' tegenwoordig ook weer steeds vaker in de onaffe versie wordt gespeeld.

En nu hebben we nóg een slot. Berio werkte met dezelfde Puccini-schetsen als Alfano, maar het moge duidelijk zijn dat hij tot een heel andere invulling komt dan zijn landgenoot 75 jaar geleden. Maakte Berio een interessant slot? Ja. Is het een muzikaal slot dat dramatisch sluitend is? Nee. Zou Puccini ermee tevreden zijn geweest? Nee. Waar Alfano minutieus te werk ging (zeg maar zoals Deryck Cooke de Tiende van Mahler afmaakte), kon Berio het natuurlijk niet laten om de Puccininoten royaal met die van hemzelf te mixen. Er is veel Puccini in te ontdekken, maar nog meer Berio. Op sommige plekken levert dat verrassende passages op zoals tijdens het koor 'Diecimila anni' waar Berio de trompetten-achter-de-coulissen een heel andere harmonische invulling laten maken: een regelrechte vondst.

Elders is wat Berio bedacht tamelijk vlak en ongeïnspireerd. Het lange orkestrale intermezzo na de kus van Calaf en Turandot geeft op geen enkele geloofwaardige wijze de omslag van Turandot weer. De regisseur die van deze sleutelscène iets zal moeten maken, valt niet te benijden; en het is toch al zo moeilijk om operazangers elkaar geloofwaardig te laten kussen. Turandots aria 'Del primo pianto', waarin zij verklaart waarom zij voor Calaf gevallen is, is tot een belachelijk minimum teruggebracht. Vreemdst van al is het slot, waarin Berio Puccini's wensen ('de stemmen van Turandot en Calaf moeten als meteoren boven de jubel van koor en orkest te horen zijn') volstrekt negeerde. Van Berio mag er geen jubel zijn aan het slot; de componist gedraagt zich hier als een conceptueel regisseur. De opera gaat daarmee als een nachtkaars uit en ik ben benieuwd hoe dat er over een paar maanden op het toneel uitziet.

De uitvoering was bij Chailly in beste handen. Eva Urbanova wist met haar kolossale stem power aan Turandot te geven en Dennis O'Neill (op het laatste moment ingevallen) zong 'Nessun dorma' kloek en klaar. Mooist van allen was Maria Fontosh als Liù. Er was ooit sprake van dat Decca deze 'Turandot' zou opnemen. Mag ik er dan voor pleiten dat naast dit nieuwe Berio-slot ook het allereerste Alfano-slot als een alternatief wordt opgenomen. Op geen enkele officiële opname (en het zijn er inmiddels vele) is die dappere en geslaagde poging nog vastgelegd. Als Berio het verdient, dan verdient Alfano het zeker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden