Bericht uit een vriendelijke wereld

We reden naar het zuiden, voor een verlaat kerstdiner. Radio en Nu.nl berichtten over rampspoed beneden de rivieren. Daken waren bezweken onder de sneeuw, op de wegen was het chaos en een aantal attracties van de winter-Efteling was stilgelegd. Achterblijvers adviseerden ons de trein te pakken. Maar de dagen dat stoere locomotieven onverstoorbaar door de sneeuw bleven ploegen terwijl het hele land tot stilstand was gekomen, liggen ver achter ons.

We namen dus de auto, voorbereid op een lange rit en minstens vijftig nummers uit de Top-2000. Ook geen straf, zeiden we. In Amsterdam miezerde het al de hele dag; saai, grauw herfstweer. Geen spoor van de winter. Het bleef miezeren tot Utrecht. Daar schoten we de lange tunnel in tussen de oude stad en Leidsche Rijn. Aan de andere kant waren de druppels veranderd in vlokjes. We begroetten de vijand met enthousiasme: "Ha, sneeuw!"

Richting de grote rivieren werd de wereld witter en veranderde het gladde asfalt van de A2 in twee karrensporen in de sneeuw. Op de andere weghelft trok een colonne strooiwagens en sneeuwschuivers langs met alarmerend knipperende oranje zwaailichten. Ergens langs de vangrail stond een auto met pech.

Maar verder was het rustig. De verkeerschaos waarover we gehoord hadden, was blijkbaar opgelost. Geen files, geen autowrakken, maar wel voorzichtige medeweggebruikers.

In een trage stoet reden we verder. Boven de statige Martinus Nijhoffbrug maanden matrixborden ons tot een nog lagere snelheid. Het wegdek was spekglad, het uitzicht over de brede Waal, de besneeuwde uiterwaarden en de torens van Zaltbommel sprookjesachtig. Verder in zuidoostelijke richting reden we, over aangevroren ijskorsten die bonkten onder de wielen. Langs de weg werden de hopen weggeschoven sneeuw steeds hoger.

In Eindhoven begroetten onze gastheren ons ontspannen. Rampspoed? Ze hadden nergens van gehoord. Het glazen dak boven hun patio vertoonde geen scheurtjes. Wij zeiden hoe prachtig het hier was, en hoe grauw in Amsterdam. Zij zeiden dat het die ochtend nog veel mooier was geweest. Toen de sneeuw nog vers was.

De volgende dag was de lucht strakblauw en knisperend fris, het licht zuiver. We glibberden en kraakten over de aangevroren sneeuw. Kinderen hadden hun tablets en Xboxen achter de bank gegooid en bouwden sneeuwpoppen - zo veel dat het plantsoen veranderde in een soort arctisch Paaseiland. Buren hielpen elkaar een auto uit de sneeuw te bevrijden, met scheppen, stukken oude vloerbedekking en goedbedoelde aanwijzingen: "Rustig gas geven. Rustig!"

Maar de meeste mensen liepen. En ze groetten elkaar met een twinkeling in hun ogen.

In deze licht ontregelde wereld was iedereen een beetje vriendelijker, vrolijker. De sneeuw dwong tot een lager tempo en daar knapten we merkbaar van op. We zaten in een bevoorrecht hoekje van het land. Maar we wisten dat ook hier de regen zou komen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden