BERICHT UIT DE BIJSTAND

“Vorig jaar heb ik, vanuit een groeiende belangstelling voor zelfmoord, wat literatuur over dat onderwerp bestudeerd. Zelfmoord, zo bleek mij, correleert zeer hoog met werkloosheid. Misschien raken derhalve Bijstand en de wat meer existentiele kwesties - leven, dood, voortplanting - elkaar in mijn bestaan toch meer dan ik geneigd ben mezelf toe te geven.”

MARTIEN PENNINGS

Het kan altijd erger. Ik hoef maar op mijn prikbord te kijken. Daar hangt een tamelijk recent kranteberichtje met de volgende kop: “Staatssecretaris Ter Veld vindt het terecht dat de grote gemeenten de bijstandsuitkering van dak- en thuislozen korten, omdat zij geen doorlopende woonlasten hebben.” Daar sta je dan als dakhebbende Bijstandstrekker: een bevoorrechte.

Een deskundige meldde, in reactie op deze verbluffende bezuinigingsmaatregel, dat in het bijstandsbedrag ook een kappersvergoeding zit, die bij langharige steuntrekkers in mindering gebracht zou kunnen worden. Leuk gevonden. Maar toch raak je op een gegeven moment over zo'n staatssecretariele enormiteit van het lachen uitgehuild. Bovendien, als je bereid bent even binnen dit cirkeltje van kleinzielige waanzin te argumenteren, kan je tegenwerpen dat een woningloze andere zaken duurder betaalt dan een woner: een kopje koffie dat u thuis voor een paar dubbeltjes zet, kost een zwerver een paar gulden. Voorts zijn veel daklozen ter handhaving van een labiel geestelijk evenwicht en ter afwering van de winterse kou op alcohol aangewezen. Ze moeten vaak een beetje in alcohol wonen, en dat is een dure grap.

Ik persoonlijk, als intellectueel, prefereer het wonen in geordende woorden, maar moet constateren dat, naarmate mijn tijd verglijdt, de werkelijkheid me steeds verder de chaos inschopt. Althans ik weet niet meer wat ik moet zeggen over de gruwelkermis die de media mij dagelijks voorschotelen. Alle woorden raken zo langzamerhand geexecuteerd. Volgens W. B. Yeats, in een fragment uit het gedicht 'The second coming' (1921), pleiten mijn gevoelens voor me:

Turning and turning in the widening gyre

The falcon cannot hear the falconer;

Things fall apart; the centre cannot hold;

Mere anarchy is loosed upon the world,

The blood-dimmed tide is loosed, and everywhere

The ceremony of innocence is drowned;

The best lack all conviction, while the worst

Are full of passionate intensity.

“ Almaar ronddraaiend in steeds wijdere cirkels / kan de valk de valkenier niet horen; / alles valt uiteen; het centrum houdt geen stand; / klinkklare anarchie is op de wereld losgelaten, / het door bloed verduisterde getij is ontketend, en overal / verdrinkt de ceremonie van de onschuld; / de besten missen alle overtuiging, de slechtsten / zitten vol vurige kracht.”

(vertaling uit: 'Spiegel van de Engelse poezie uit de gehele wereld', uitg. Meulenhoff)

Allicht is de wereld altijd al zo stuitend geweest en misschien word je vanzelf een mini-Spengler als je te veel kranten leest en tv-nieuws ziet. Of heb ik, als werkloze, domweg te veel tijd om te broeden over het wereldleed? Is het projectie, als ik het gevoel heb, dat ook in Nederland langzaam een klimaat van cynisme en hardheid groeit waarin alles mogelijk wordt?

Mijn meer persoonlijke problemen zijn gering. Ik heb mijn lichamelijke ongemakken, complicaties in het liefdesleven, doodsangsten en ander klein dagelijks leed als ieder ander. Maar, zoals mijn goede moeder al opmerkte, er zijn weinig problemen die door het bezit van geld erger worden. Zo zou het bij voorbeeld prettig zijn als ik een wasmachine kon kopen en als ik wist hoe ik mijn tv, geijser of koelkast zou moeten vervangen als ze kapot gaan. Mijn grootste angst is dat mijn computer of printer het begeeft. Ik geloof niet dat ik nog terug kan naar de schrijfmachine voor mijn schrijverij. Armoede, Lenin zei het al, is relatief.

Ik lijd geen honger, maar ik kan niet alles eten wat ik wil. Restaurants, uitgaan in het algemeen, vakanties, zijn alleen mogelijk op uitnodiging. Zelf betalen is uitgesloten. Huisraad: bijeengeraapt zootje. Een inbraak in je huis in je rotbuurt - eigen risico vijfhonderd gulden - is, afgezien van emotionele en materiele schade, een financiele ramp. Kleding is moeilijk te vervangen en alleen dank zij een paar fraaie krijgertjes weet ik de sjofelheid ervan een zekere allure mee te geven. Zelfs het in deugdelijke staat houden van een fiets is financieel krap haalbaar. Het liefst zou ik drie kranten lezen, maar ik heb mijn abonnement moeten opzeggen. Ik betwijfel of ik het maandelijkse bedrag - vijfenzeventig gulden - voor mijn sportschool, de enige plaats waar iedereen mijn naam kent, zal kunnen blijven opbrengen. Ik heb dit jaar het tweede lidmaatschap in mijn leven, dat van Amnesty International, beeindigd. Zoals gezegd, mijn persoonlijk leed is klein, maar ik ondervind de waarheid van wat reeds in het negentiende-eeuwse Nederland door onderzoekers van how the other half lives werd vastgesteld als het kenmerk van de minimumlijder: de vervloekte margeloosheid van het bestaan.

Laatst, bij een opruiming van de rommelkast, betrapte ik mijzelf op de kern van mijn persoonlijke toekomstverwachtingen: ik besloot een oud kooktoestelletje en een lampje, die beide op petroleum branden, niet weg te gooien. Je weet maar nooit. Met het verstrijken van mijn jaren komt de negentiende eeuw steeds dichter naar me toe.

Er is een periode geweest waarin ik geen liefdespartner had en overwoog om - Bijstand is isolatie - een contactadvertentie te zetten. Een voorname reden ervan af te zien was dat ik me niet als Bijstandstrekker durfde te presenteren. Als ik diep graaf, kan ik mezelf ervan verdenken gezinsloos te zijn gebleven niet omdat ik de wereld altijd al een slechte plaats voor kinderen vond, maar omdat ik niet sterk genoeg was om erin te slagen een goeie baan te krijgen die me in staat zou hebben gesteld een gezin te onderhouden en te gaan wonen in een omgeving waar je een kind kan laten opgroeien.

Vorig jaar heb ik, vanuit een groeiende belangstelling voor zelfmoord, wat literatuur over dat onderwerp bestudeerd. Zelfmoord, zo bleek mij, correleert zeer hoog met werkloosheid. Misschien raken derhalve Bijstand en de wat meer existentiele kwesties - leven, dood, voortplanting - elkaar in mijn bestaan toch meer dan ik geneigd ben mezelf toe te geven.

Gesolliciteerd heb ik genoeg, maar door mijn leeftijd, merkwaardig arbeidsverleden en aard van mijn opleiding is een echte baan nooit binnen mijn bereik gekomen. Zo heeft natuurlijk elke uitkeringsgerechtigde zijn eigen specifieke verhaal, met zijn eigen persoonlijke redenen waarom hij, zoals we dat zo terecht met een term uit de varkenshouderij uitdrukken, 'niet aan de bak komt'. Terecht: want ook onder de mensen geldt dat wie de eerste paar keren wordt weggedrukt, steeds meer verzwakt. En mocht ik ooit een behoorlijk betaalde baan krijgen dan wacht een studieschuld van F 27.000 op aflossing.

Laag betaald en 'onverzekerd' werk heb ik altijd wel kunnen krijgen, al is ook in die branche de concurrentie van jonge allochtonen en asielzoekers voelbaar. Ik was zeeman, fabrieksarbeider, kantoorbediende, loswerkman in de bouw en de haven, schoonmaker, marktstallen-opzetter en afbreker (kraamverzorger) op Amsterdamse markten.

Tussen al die bedrijven door behaalde ik via schriftelijke cursussen een mulo- en een gymnasiumdiploma. Ik begon een studie geschiedenis, die ik, na een lange onderbreking, in 1989, op vierenveertigjarige leeftijd afrondde. Mijn afstudeerscriptie werd, op gezag van hoogleraren van drie universiteiten, die van Leiden, Utrecht en Amsterdam, bekroond met een prijs. Maar een baan heb ik er niet mee gekregen. De ambtenaar van het arbeidsbureau verzuchtte, toen ik hem mijn leeftijd noemde: “Dan hebben we vierenveertig problemen, mijnheer.”

Mijn pogingen om mijzelf als leraar geschiedenis te kwalificeren, werden door de bureaucratie verhinderd. Omdat ik geen zogenaamde 'lerarenvariant' had gedaan, moest ik een aanvullende cursus vakdidactiek volgen. Omdat het ministerie vond dat de Nederlandse jeugd genoeg normbesef en inzicht in de wereld had en dat er genoeg leraren geschiedenis en maatschappijleer waren, kreeg ik geen toestemming om deze cursus als Bijstandstrekker te doen.

Vooral in de laatste vijf jaar, waarin ik nergens een poot aan de grond kreeg en ten slotte opnieuw tot het simpelste bereid was - ik heb bij voorbeeld een welgemeende poging ondernomen vuilnisman te worden - ervoer ik dat systematisch buitengesloten worden door de maatschappij, leidt tot een agressieve verbittering en een van binnen uit begrijpen van de drijfveren van criminele jongeren. Ik herkende het gevoel, toen laatst in een kwaliteitskrant een werkloze academicus bekende liever een kleurrijke boef dan een grauwe en fatsoenlijke arme te zijn. Hij raadde zijn lotgenoten aan om, liever dan zich de neerbuigendheid van de sociale ambtenarij te laten welgevallen, in de leer te gaan bij de mafia. Je kunt ook bij de mafiabestrijding gaan en bij de BVD solliciteren, zoals ik vorig jaar vergeefs heb gedaan.

Een bijstandsmoeder, een zekere mevrouw Ineke Nijsen uit Deurne, schreef aan haar dagblad: “Wat mij stoort in alles rond bijstand en fraude, is de van alle respect gespeende manier van praten over mensen. Wat dacht u dat ongewilde bijstandsmoeders zoals ik hierbij voelen? Bijstandsmoeders die overal alleen voor staan: financiele zorg, huishoudelijke taken, emotionele zorg, praktische zaken. Die desondanks proberen hun kinderen van minder dan een schijntje in de maand, respect voor mensen en hun eigendommen bij te brengen.”

Bijstand en werkloosheid: het is natuurlijk vooral een economische kwestie. Ik ben geen econoom, maar wel weet ik dat economie veel minder exact is, veel meer een 'menswetenschap' is dan veel economen pretenderen. Hoe zouden ze bij voorbeeld vijf jaar geleden de economische ontwikkeling in het voormalige Joegoslavie geschat hebben? Ik bedoel maar. Economie is techniek en organisatie, maar vooral moraal, datgene wat mensen bereid zijn voor elkaar te doen.

Beleidsmakers moeten de solidariteit vergroten, niet verkleinen. Dat laatste hebben de kabinetten Lubbers tot nu toe gedaan met hun Reaganomics: een leer die uitgaat van de illusie dat belastingverlaging voor de rijkeren en het bedrijfsleven naast het afknijpen van de onderklasse, automatisch leidt tot investeringen, werkgelegenheid en werkwillige armen. Want wat groeide waren vooral de consumptie van de rijken, het milieubederf en de verpaupering aan de onderkant van de maatschappij, terwijl kapitaalvlucht niet werd voorkomen.

Onze gemengde economie, waarin zowel vrije onderneming als sturing vanwege de overheid hun plaats hebben, behoeft blijkbaar meer van het laatste, niet minder. Niet een privatiserende overheid, die nog slechts mechanisch geldstromen herverdeelt over belangengroepen is nodig, maar een actief investerende overheid. De complexiteit van de problemen en de noodzaak van het bewust stellen van prioriteiten zijn groter dan ooit. Oplossingen liggen verder in herverdeling van werk en inkomen, in arbeidstijdverkorting, in echte, economisch houtsnijdende milieumaatregelen en bezinning op het vermogen van de Nederlandse samenleving migranten op te nemen.

De consequentie op langere termijn van het huidige beleid zal zijn dat Nederland, nog sterker dan al het geval is, een sociaal-geografisch eilandenrijk zal worden, met rijke buurten en met getto's, met concentraties van succesvolle bedrijven naast klonteringen van marginale activiteiten, welke wellicht samengevat de asielzoekerseconomie zullen gaan heten: winkeltjes, handeltjes, cafeetjes, onderbetaald zwart werk in de succesvolle legale sector, illegale naaiateliers en andere sweatshops.

Ook de werkloze autochtonen zullen tegen die tijd asielzoekers in eigen land zijn. De bijbehorende criminaliteit zal nog verder toenemen. Bewakingsdiensten voor de rijke getto's zullen vanzelf ontstaan. Werkloos Lumpenproletariat genoeg. Met het huidige beleid is Nederland op weg naar een gesegregeerde knokmaatschappij als de Amerikaanse.

Parallel daarmee bereikt, tien jaar vertraagd na Amerika, in Nederland het neoconservatisme nu zijn hoogtepunt. Een zittende klasse, die in een voorspoedige tijd haar rechten heeft verworven, begint zich steeds meer te gedragen alsof zij zichzelf verwekt heeft en vervolgens zichzelf gevormd tot de voortreffelijke mensensoort die zij meent te zijn. Goed betaald en gehuisvest, zeker van bevredigende arbeid en ruim pensioen wijzen zij vanuit hun Zwitserleven op het onterecht dringen van de onderklasse richting staatsruif. Aan het andere einde van het politieke spectrum heeft het Progressieve Obscurantisme de laatste twintig jaar een succesvol taboe gelegd op elke verlichte kritiek wanneer die de verworpenen der aarde dreigde te treffen.

Van de weeromstuit overschreeuwen de neoconservatieven zich. Fraude is het woord dat zij in de mond nemen. Edoch, luister eens naar Parool's Journaille (Jan Vrijman): “Sommige individuen (groepen) hoeven niet eens fraude te plegen, omdat zelfs dat voor hen geregeld is.” Ja, zou je kunnen zeggen, en ondanks dat plegen ze niet zelden daarbovenop nog soorten fraude die ze niet in de wet voor zichzelf hebben weten te legaliseren. Men kan Vrijmans stelling aanvullen met deze sociologische observatie: in elk inkomen, of dat nu op de 'vrije' markt wordt verdiend of in overheidsdienst, zit een moeilijk definieerbaar 'infrastructureel' deel aan gemeenschapsgelden en bij de beter betaalden is dat deel stukken groter dan bij de armen.

Die vetbetaalde Arie van der Zwan, met zijn pragmatische flinkheid tegenover schlemielen, zou eens na moeten gaan op hoeveel directe en indirecte manieren hij in zijn leven al dik van overheidssubsidies heeft geprofiteerd. Hij zou verder z'n sociale intelligentie eens los moeten laten op de vraag hoe je het reeel bestaande misbruik van de Bijstand voorkomt zonder het opjagen en stigmatiseren van honderdduizenden die aan de grond zitten. En op de vraag hoe je alle gesmoorde talent en energie in Nederland produktief zou kunnen kanaliseren.

Ik gedenk mijn opa, Ties Pennings. Hij had de crisisjaren meegemaakt als metselaar. Mijn opstandige jeugdige reacties op zijn verhalen - ik zou dit en dat gedaan hebben en ik had er nooit genoegen mee genomen - placht hij te smoren met ongeveer deze woorden: “Niks doe je, jongetje! Niks! Ze maken je arm en ze maken je bang. En als je je bek durft opentrekken maken ze je gewoon nog armer en banger! Dat deden ze toen en dat doen ze weer als het ze uitkomt.” Hij heeft gelijk gekregen. Want ik was eigenlijk van plan om hier in dit artikel openlijk neer te schrijven op welke manieren ik ooit 'gefraudeerd' heb. Ik had mezelf graag uitdagend willen revancheren voor die maanden dat ik erg veel over mij schouder keek als ik op straat liep. Het was een tijd waarin ik mijn voordeur alleen opende nadat er op een speciale manier, alleen bekend bij vrienden, gebeld was. Maar het lijkt mij verstandiger de hoge heren niet te provoceren. Als ik er goed over nadenk ben ik al een asielzoeker in eigen land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden