Bergwandelaar vergeet nogal eens op de kaart te kijken

Van een onzer verslaggeefsters AMSTERDAM - Mensen die denken dat ze een bergvakantie vanuit hun luie stoel met een telefoontje kunnen regelen, komen eenmaal in de bergen gegarandeerd op de koffie. Dit zegt directeur H. Verhaar van de Nederlandse bergsportvereniging (NBV). “Een bergvakantie begint wel thuis, maar alleen omdat het een grondige voorbereiding vergt.”

Verhaar heeft het over de wandelaars, de grootste groep bergtoeristen. Zij maken de nodige brokken door onervaren op stap te gaan. Toch zijn het de ervaren klimmers die het nieuws halen. Zoals afgelopen weekeinde, toen dertien bergbeklimmers het leven lieten bij een poging een Alpentop te bereiken. In totaal zijn sinds half juli al meer dan dertig alpinisten omgekomen, waarvan slechts drie Nederlanders. De bergsport is in Nederland populairder dan ooit. Het aantal leden van zowel de Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging (KNAV) als de NBV is dit jaar met zeven procent gegroeid. Samen hebben ze 55 000 ervaren klimmers onder hun hoede.

Volgens L. Wildervanck, voorzitter van de KNAV “is het aantal dodelijke Nederlandse slachtoffers gelukkig te klein om te twijfelen aan de deskundigheid van de Nederlandse klimmers. Hun aantal is niet hoger dan in voorgaande jaren. We kunnen dus niet van een trend spreken.”

En hij hamert erop dat het bij alle dodelijke ongevallen van de afgelopen jaren ging om ervaren bergtoeristen. De gedachte dat de ongelukken te wijten zijn aan een slechte voorbereiding, verwijst hij naar het rijk der fabelen. “Het zijn de goed opgeleide klimmers en niet de onervaren klimmers die verongelukken.”

Bij de drie ongelukken van dit jaar ging het ook om ervaren klimmers, die allemaal bij een vereniging waren aangesloten. Ieder ongeluk heeft gewoon zijn eigen verhaal. Zo viel een klimmer niet van de berg maar struikelde op een wandelpad, viel en overleed. Slecht weer was in een ander geval de reden van overlijden. “Ik kan daaruit niet meer opmaken dan dat het iedereen kan overkomen. Als je per se van een trend wil spreken, dan kun je zeggen dat de meeste dodelijke ongevallen gebeuren in de leeftijdsgroep 20 tot 28 jaar. Dat is weer te verklaren doordat tachtig procent van de bergbeklimmers tot die leeftijdsgroep behoort.”

Voorbeelden van onverantwoordelijk gedrag kent hij niet en alhoewel hij zelf ook nieuwsgierig is naar het aantal bijna-ongelukken, kan hij ook daar geen uitspraken over doen. “We krijgen daar geen berichten over binnen. Het is ook heel moeilijk onder woorden te brengen wat een bijna-ongeluk is. Als je bijvoorbeeld een nacht in een zelfgemaakte sneeuwhol hebt doorgebracht en je wordt de volgende dag gered met bevriezingsverschijnselen dan kun je van een bijna-ongeluk spreken, maar je kunt ook zeggen: hé, wat goed gedaan. Hetzelfde als er een haak naar beneden valt. Heeft iemand dan een reservehaak bij zich, hoor je er nooit wat van, want het loopt het goed af.”

Directeur H. Verhaar van de Nederlandse bergsportvereniging (NBV) vindt dat iedereen veel te veel nadruk legt op bergbeklimmen. “Tachtig procent van de mensen die naar berggebieden trekken, doet dat om bergwandelingen te maken en om van hut naar hut te trekken. Dan komt er een categorie die een stapje verder gaat en gletsjers oversteekt en dan pas krijg je de mensen die aan topbeklimmen doen.”

“Maar welke vorm van vakantie je ook kiest, alleen met een gedegen voorbereiding en een goede conditie kun je het redden in de bergen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, kun je het wandelen in de bergen op geen enkele manier vergelijken met het lopen in Nederland. Veel wandelen ter voorbereiding is niet goed genoeg, omdat we hier onder de zeespiegel zitten en je dan niet went aan de ijle lucht waar je op grote hoogte mee te maken krijgt. Het is zo'n aanslag op je conditie, dat het bijna een vereiste is dat je een coupertest moet kunnen afleggen.”

Ook de sterk wisselende weersomstandigheden zijn verradelijk. Onervaren wandelaars maken vaak de fout om op een stralende zomerdag geen regenkleren mee te nemen. “En als het dan ineens koud en nat wordt in de bergen en de ondergrond wordt glibberig dan is het vaak een heel eind terug.” Het tegenovergestelde is net zo gevaarlijk. “Het kan ook ineens bloedheet worden en als je dan geen zonnebrand bij je hebt of petje, kan het goed fout gaan.”

Mensen die plannen hebben om de bergen in te gaan, drukt Verhaar dan ook op het hart om vooral al thuis met de voorbereidingen te beginnen en om cursussen te volgen bij een vereniging. “Dat is het begin van de vakantie. Eén van de belangrijkste dingen is het thuis al lezen van de kaart. Van tevoren moet je op de hoogte zijn van de route die je in de bergen wilt gaan lopen. Zo voorkom je onaangename verrassingen. De routes zijn onderweg wel gemarkeerd met kleuren, maar dat zegt niets over de moeilijkheidsgraad. Je moet er dus voor waken dat je niet ineens voor een gletsjer of een bergkam komt te staan als je daar nog geen enkele ervaring mee hebt. Het gevaar is dan dat mensen zonder stijgijzers en pikhouweel toch de uitdaging nemen. Het is immers niet het aard van het beestje om dan om te keren.”

Hij maakt zich wel eens zorgen over wat er allemaal in de bergen gebeurt. “Volgens het Nederlands Bureau voor Toerisme gaan er jaarlijks 250 000 Nederlanders naar de Alpen. Onze beide verenigingen hebben maar 55 000 Alpenleden en dan vraag je je toch af of de rest wel goed voorbereid en verzekerd de bergen in gaat. Toch gaat hij er van uit dat de meeste ongelukken te wijten zijn aan domme pech met grote gevolgen. “Het is nu eenmaal zo dat iemand die struikelt en van een berghelling valt, sneller gewond is dan iemand die van de fiets valt.”

Zowel Verhaar als Wildervanck delen de angst dat mensen die veel klimmen in klimhallen, ook naar de bergen gaan. “De kans zit er in dat die mensen denken: dat is makkelijk dat kan ik in de bergen ook. Maar die mensen zijn nergens op 3600 meter als ze wat moeilijks moeten doen en ze een knellende helm op hun hoofd hebben.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden