Bergen beklim je als boetedoening, niet voor je plezier

De reddende bus daalde af uit de wolken. Precies op het juiste moment, toen we totaal doorweekt om drie uur 's middags aan de laatste tien kilometer van onze dagroute begonnen. We waren op weg van Monte Caloria naar Sant' -gata di Esaro, op 4 mei, in ongekend slecht weer. Terwijl we nog zo gewaarschuwd waren, maar ach een buitje, daar konden we wel tegen, dachten we in Hollandse stoerheid.

Maar de wolken tuimelden vanaf tien uur 's morgens om ons heen, het zicht was hooguit tien meter, de regen voelde als hagel op ons gezicht, de wind was zo krachtig dat we op de open stukken van een bergpas elkaars hand moesten vasthouden om op de been te blijven. Het vrolijke claxondeuntje waarmee bussen in de bergen hun komst aankondigen klonk ons als hemelse muziek in de oren, de chauffeur zag onze opgeheven hand, en stopte.

Pas de dag erna, tijdens een gedwongen rustdag in San Sostí wegens het niet aflatende slechte weer, beseften we welke consequenties de stortregens met zich mee hadden gebracht, elders in Italië. Op de hotel-televisie zagen we de eerste beelden van de rampzalige aardverschuivingen bij Napels.

Bus en chauffeur zijn het zoveelste voorbeeld van wat inmiddels een vast gegeven lijkt te worden: de reddende engel op het cruciale ogenblik. Zo was er een oudere herderin die ons na een lange dagmars van San Severino Lucano naar Latronico behoedde voor een foute afslag. Kwiek voortstappend op in zwarte kousen gestoken benen - geen vrouw op het Zuid-Italiaanse platteland toont een bloot been - liep ze een stuk met ons mee, totdat ze zeker wist dat we ons niet meer konden vergissen.

Minstens zo engelachtig was een man die ons een lift gaf na een zware beklimming van de Monte Alpi in de buurt van Castelsaraceno. Het uitzicht vanaf de top was ongekend, maar na twee uur zoeken hadden we het naar Castelsaraceno afdalende slingerpaadje nog niet gevonden, het begon te onweren, het leek verstandig om terug te keren via hetzelfde rotsachtige en niet ongevaarlijke parcours. Toen we tegen donker eindelijk een asfaltweg opliepen was er meteen een auto, die ook meteen stopte. Nee, de bemodderde rugzakken waren geen probleem, en onze bemodderde schoenen evenmin, zei de man, terwijl hij met zijn melodieuze basstem een grapje maakte over zijn oude auto die het altijd deed.

Sinds zondag 10 mei lopen we na ruim vier weken Calabrië door de erboven gelegen Basilicata. De overgang tussen de twee gebieden is uiteraard geleidelijk, maar allengs presenteren zich toch enige verschillen, althans langs de route die we volgen. Waar Calabrië vooral onherbergzaam is en zeer dicht bebost, lijkt de Basilicata wat opener en ook meer bewoond. Calabrië heeft in een leeg landschap zijn oude boerensteden, ongenaakbaar hoog en compact tegen een bergtop aangeplakt. De Basilicata daarentegen heeft tussen soortgelijke stadjes veel meer boerderijen op het land, kleine gemengde bedrijven meestal met tien tot vijftien vleeskoeien, wat schapen en varkens, bouwland waarop aardappels, bonen en graan worden verbouwd, en dichter bij huis de wijngaard en de fruitbomen.

Fatto a casa, thuis geproduceerd, is de trotse kwalificatie waarmee de Zuid-Italianen hun producten aanprijzen. Of het nu de schapenkaas betreft die in een stalletje langs de weg door een vlotte prater wordt aanbevolen, of de vele heerlijkheden die twee oude mannen in een café voor ons opstapelen, het gaat om het authentieke handgemaakte. Terwijl de oude mannen zich glas na glas rode wijn inschonken, in toenemende beneveling, voerden ze ons boterzachte rauwe tuinboontjes, goed voor de maag, venkel, sinaasappelen, worst, kaas, brood. Alles eigen fabrikaat, onbespoten, neem nog wat, er is genoeg.

Het wat opener landschap waarin de Basilicata-boerderijen staan is van een soms ontroerende schoonheid. Wandelend over een bergkam tussen Castelsaraceno en Timpa del Conte waren we omringd door een regiment van bergketens, in voortdurend wisselende belichting, nu eens nevelig, dan weer helder, en extra sprookjesachtig door de rijkdom aan steeds weer nieuwe bloemen: witte narcissen, primula's, anemonen, hele velden met rode en paarse orchissen.

Voor de bewoners betekenen de bergen heel wat anders, zegt de beheerder van een rifugio in Visitone. Bergen worden volgens hem nog steeds geassocieerd met armoede en ellende, met iets negatiefs. Met gevaar ook, bleek een paar dagen later, toen we de wat lacherige opmerking maakten dat elk nationaal park waarschijnlijk puur voor de toeristische opwinding met een eigen roedel wolven adverteerde. We werden streng terechtgewezen door een gepensioneerde groentenhandelaar, die al als jongetje van elf op een muilezel door de bergen trok om groenten te verkopen. Wolven? Hij had ze vaak genoeg gezien, zei hij. En in simpele doch doeltreffende termen beschreef hij hun uiterlijk: als een Duitse herder, maar smaller van flank en iets gebogener aan het einde van de rug.

De met de bergen geassocieerde armoede, zo indringend beschreven door Carlo Levi en zijn vooroorlogse meesterwerk 'Christus is gestopt in Eboli', treffen we niet meer aan. We zien regelmatig een nieuwe stal, of een verbeterd woonhuis, en de handige driewieler pick-ups waarmee de boeren zo ongeveer alles vervoeren zien er redelijk nieuw uit. Maar de negatieve connotatie blijft, zoals het ook onbegrijpelijk blijft voor de Zuid-Italianen dat we zo enthou- siast onze bergroute lopen. Nadat ze de standaardvragen - waar komen jullie vandaan en waar gaan jullie naar toe - heeft gesteld, zegt een boerin uit de grond van haar hart: Che sacrificio, wat een offer. Bergen beklim je als boetedoening, op weg naar een Maria-heiligdom. Niet voor je plezier.

TINEKE STRAATMAN Lagonegro, 17 mei

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden