Review

Bergdoorkijkers: Dat is Maqiaonees

,,Hij heeft te hoge vlammen voor een schimmenbezoek, en hij laat voor zijn vrienden nog geen kuiken reïncarneren. Zo'n ouwe voorder.... Maar zijn pangenoten zou ik niet plakken. Want hij mag dan nuchter zijn, maar hij heeft wel peil.''

Dat is Maqiaonees voor iemand die ongevoelig is voor het bovennatuurlijke, en te beroerd om een feestmaal zelfs maar met een kippetje op te luisteren, uit gierigheid. Maar van zijn gezinsleden kun je beter afblijven, want zo dom als hij is, hij geniet aanzien in het dorp.

Dat dorp is Maqiao, in Zuid-China, waar de mensen eigenzinnig omgaan met taal. Bekende woorden hebben er een ongewone betekenis: nuchter wil zeggen dom, en een nuchterling is een domoor. Bovendien kent Maqiao eigen woorden, zoals voorder voor vrek, droomwicht voor geestelijke gestoorde, en slaparel voor een cyste in de vorm van een krop sla, die groeit op de tong van bevoorrechte doden en geldt als medisch wondermiddel. En de Maqiaonezen zijn enthousiaste beoefenaren van de beeldspraak, die dieren niet slachten maar ze laten reïn ncarneren, en mensen liever zien vervliegen dan sterven.

Han Shaogong (1953) heeft dat alles geboekstaafd in het 'Woordenboek van Maqiao' (1995), door zijn lezers als vanzelfsprekend gezien als literatuur. Het bevat inderdaad meer voorbeeldverhalen dan voorbeeldzinnen, heeft een opdringerige en wijdlopige verteller en staat vol herinneringen, meningen, twijfels enzovoort. En er zijn nauwelijks woordenboeken waarom je zó vaak zó hard moet lachen.

Maar nee, de overkoepelende eigenschap die deze turf maakt tot een ongewoon woordenboek ligt ergens anders: het boek noodt tot lezing van begin tot eind, ook voor wie niet verstoken is van gevarieerd leesvoer (gevangenen, schipbreukelingen), of gewoon geobsedeerd door lijsten met de pretentie van systematiek en volledigheid. Het is dus geen tekst waarin men dingen náslaat, al schaft de toerist, taalkundige of antropoloog die naar Maqiao wil het misschien aan met dat doel. Maar die komt van een koude kermis thuis, want Maqiao bestaat niet. En eerlijk gezegd zou de goede man pas van Maqiao weten als hij het woordenboek opsloeg dat hem in Maqiao wegwijs moest maken. Er bestaat in het Maqiaonees trouwens ongetwijfeld een uitdrukking voor deze cirkelredenering. Enfin, we weten waar we die kunnen vinden.

Maken we de zaken nu niet nodeloos ingewikkeld? Iedereen weet toch dat Han Shaogong als Rode Gardist annex Jonge Intellectueel tijdens de Culturele Revolutie tewerkgesteld werd op het Chinese platteland, en dat ook zijn gevierde novellen 'Pa pa pa' en 'Vrouw vrouw vrouw' uit hun voegen barsten van de couleur locale die hij daar opdeed? Dat die ervaringen hem, schrijver die hij is, mede hebben geïnspireerd tot een oeuvre vol bespiegeling over de interactie van het inheemse met het exotische, van traditie met moderniteit, van het orthodoxe, strenge, noordelijke met het andere, zinnelijke, zuidelijke China? Dat hij literaire teksten schrijft en het dus onzinnig zou zijn 'Woordenboek van Maqiao' als een woordenboek te zien? Het is immers gewoon een roman?

Allemaal waar. Maar toch: door zijn roman deze vorm mee te geven - ruim honderd lemma's van één tot meer dan tien bladzijden lang - legt de schrijver een belangrijke beginselverklaring af over de verhouding tussen taal en werkelijkheid. Want die vorm dwingt de werkelijkheid zich te voegen naar de grillige mallen van de taal, en niet andersom.

Han Shaogongs waarneming dat taal werkelijkheid en beleving niet alleen dient, maar ook vórmt, is zo oud als het menselijk bewustzijn van taal, van verschil tussen woord en ding. Maar dat soort reflectie is gelukkig nooit af, en wordt in Hans Woordenboek opnieuw gerechtvaardigd, door de schitterende voorbeelden die hij geeft. Op de taalkundige overwegingen die de lemma's inleiden volgen eindeloze anekdotes over heden en verleden van Maqiao, die zó in elkaar grijpen dat de contouren van de gemeenschap verschijnen. Daarin doet het Woordenboek denken aan Georges Perecs 'Het leven een gebruiksaanwijzing', al is het minder maniakaal van opzet.

De bergdoorkijker, bijvoorbeeld, is een instrument dat de autoriteiten in staat moet stellen iedereen dwars door alle tussenliggende materie heen in de gaten te houden, zodat de mensen minder durven vuilbekken en zich in bed bespied voelen. Een bredere, maatschappelijke achtergrond is voelbaar: de bergdoorkijker wint aan betekenis in een totalitaire staat. Een ander prachtig lemma is dat van de Heer van de Negende Zak, trotse baas der bedelaars, even decadent als streng, die tirannieke macht uitoefent over de rijkelui bij wie hij bedelt. Landverrader Yanzao is zo gewend aan een loodzware draagstok dat hij uit zijn evenwicht raakt en begint te zwalken als hij geen last te torsen heeft. Hij moet insecticiden spuiten, en wordt daarvan zelf zo giftig dat de slang die hem bijt crepeert. Meneer Ma akkoord tekent dwangmatig alle papier binnen zijn bereik 'voor akkoord', en is razend als zijn handtekening niet ernstig wordt genomen.

Han Shaogong is een meesterverteller. Zijn barokke beschrijving van het wel en wee van Chinese dorpsbewoners schreeuwt om internationale consumptie. Er zijn al Japanse en Koreaanse vertalingen, en Duitse, Engelse en Franse komen eraan. Vertaler Mark Leenhouts heeft fenomenaal werk geleverd, grondig in de brontaal en vindingrijk in de doeltaal. Een enkel schoonheidsfoutje valt in het niet bij de kwaliteit van deze tour de force als geheel, fraai uitgegeven, met de trefwoorden ook vermeld in Chinese karakters, zoals het hoort. Zeker, dit woordenboek noodt tot lezing van kaft tot kaft, maar ook lemma voor lemma gaat uitstekend. Snelle en trage lezers, kosmopolieten en antiglobalisten: kopen dat woordenboek!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden