Bergafwaarts met echte dubbelzoute

Voor steeds meer mensen zijn de ouderwetse zwelgpartijen (zoals deze week een hond in Engeland die een compleet familiekerstmaal van zeven kilo kalkoen, zalm, worstjes, ham, slagroom en bonbons verslond) rond kerst al verleden tijd.

Toch is er voor een slinkende categorie Nederlanders één soort snoep dat het hele jaar door móet: dubbelzoute drop. Niet van die populaire, halfzachte zachtzoute, zeker geen zachtzoete en al helemaal geen honingdrop. Nee, het moet van die ouderwetse brem- en bremzoute drop zijn, waar de tranen van in je ogen springen, waar je mondspieren van samentrekken en waar je tong rauw van wordt. Waarvan je desondanks blijft dóóreten en waarvan je blijft drinken.

Al een tijdje heeft de ware liefhebber er moeite mee drop naar zijn smaak te vinden. Er zijn nog wel dubbelzout genaamde dropjes in de vorm van briketten, griotten, rondjes of riksen te koop, maar voor een kenner zijn dat slappe aftreksels. Bestaat er soms een soort mode in drop? Dat vindt een woordvoerder van Venco wat te sterk uitgedrukt, maar, zegt hij, de smaak van het publiek neigt inderdaad naar iets zoetere drop, zij het niet dramatisch. “De laatste paar jaar is er een lichte verschuiving van zout naar zoet te zien. Dat komt ook doordat er tegenwoordig meer soorten drop te koop zijn. Wij produceren al gauw twintig soorten.” Hoe groter de keus, hoe minder er van bepaalde soorten schijnt te worden verkocht. De verhouding zoet-/zouteters ligt volgens hem op 60 - 40.

Wie er echt alles van weet, is directeur Pekelharing van de in Amsterdam en wijde omgeving bekende drogisterij Cleban, een winkel die al meer dan twee eeuwen doortrokken is van de geuren van alle mogelijke soorten drop. Vóór 1786 was hetzelfde winkeltje op de Heiligeweg trouwens al een apotheek, waar de voorloper van drop als geneesmiddel verkocht werd.

Pekelharing: “Ammoniumchloride - in de volksmond salmiak - gold toen al als slijmoplossend. Daar is drop eigenlijk uit ontstaan. In echte dubbelzoute drop is keukenzout en een extra hoeveelheid salmiak verwerkt. Wij zijn een van de weinigen die deze drop nog verkopen, want briketten zijn de echte dubbelzoute niet meer.”

Dubbelzoute (2)

Grondstof voor alle drop is zoethout. Dat wordt op Sicilië verbouwd, het sap wordt eruit gehaald en in blokken gegoten. Goeie harde drop wordt met arabische gom gemaakt, de zachte met gelatine. Overigens kan een fanatieke dz-eter nooit zestig of ouder zijn en sinds zijn prille jeugd dubbelzout hebben verslonden; die dropsoort dateert zelf pas van vlak na de oorlog, zegt Pekelharing, volgens wie de grote trek in dubbelzout al een paar jaar aan het tanen is en zachtzoet juist steeds populairder wordt. Tegelijk constateert hij een toename in de min of meer 'verpakte' dropjes als zwart-wit en tv-pastilles, waar een hoop suiker in zit.

Op de enig echte dubbelzoute van Cleban komen niet alleen de vaste klanten en andere Nederlanders af: “Duitsers komen die hier en masse halen en ook Scandinaviërs zijn er gek op. Net als Nederland zijn de Scandinavische landen echte droplanden, maar daar maken ze voornamelijk zwart-wit en salmiakdrop waar ze peper doorheen gooien. Heksentengels en salmiakballen bijvoorbeeld komen daar vandaan. In Duitsland maken ze geen drop, maar ze houden er wel van.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden