Berekenend rijden

Het is natuurlijk allemaal reuze oneerlijk en onfatsoenlijk, die Franse Péage. De Fransen betalen geen wegenbelasting en dus wordt hun tol geheven op sommige snelwegen. Maar wij Nederlanders en andere Europese volkeren betalen wél wegenbelasting en moeten niettemin die tol ook betalen. En dat terwijl de toch al vrijgestelde Fransen ook nog eens gratis en voor niks over onze pracht autowegen mogen snellen.

Waarover windt een man zich op die net uit het paradijs verdreven is maar geen klierende kinderen achter in de auto heeft om zich op uit te leven, of een vrouw die de kaart verkeerd leest? Over de oneerlijkheid van Franse tolwegen dus, of over het vignet in Zwitserland, maar dat houd je geen negen uur vol, dus begint vervolgens het tellen. Hoeveel kilometer nog, haal ik met deze tank België, ik denk dat ik rond twaalven op de ring rond Parijs zit. Universele automobilistengedachten. Ik weet niet of er ooit onderzoek naar is gedaan, maar ik denk dat autorijders enorme tellers zijn, dat in hun hoofd benzineprijzen door kilometers gedeeld worden en uren door brandstofgemiddelden. Ik probeer een gemiddelde van minstens honderd te halen, inclusief stopjes en plasjes, een wedstrijdje met mezelf. Vroeger ging het gerucht dat je op de Franse wegen je leven niet zeker was. Wegpiraten haalden je luid claxonerend rechts of via de vluchtstrook in, op de middenstrook van de driebaansweg knalde je bijna tegen een inhaler van de andere kant op. Je was letterlijk door gevaarlijke gekken omringd. Dat lijkt allemaal voorbij. Met je handen losjes op het stuur reis je in urenlange saaiheid richting vaderland. Kijk, daar dobbert Orléans voorbij, Compiègne. Het is de eenzaamheid van de automobilist in z’n veilige maar ook onsociale Faraday-kooitje die de hersengymnastiek bevordert. Ik ben om acht uur ’s ochtends uit Azat-le-Ris vertrokken, heb met mezelf afgesproken dat ik voor vijven voor mijn huisdeur zou moeten staan. Mijn ’navigator’ vertelt me dat het 864 kilometer rijden is. ’Honderdtachtig kilometer rechtdoor rijden’, zegt het metalen meisje om de moed erin te houden, ’over zeshonderd meter rechts voorsorteren’. Zou je daar ook een man van kunnen maken, met een stem van David Attenborough of Dr. Rama Polderman die je rustgevend toespreekt, als een boeddhistische monnik: ’Neem de tweede afslag op de rotonde’. ’Ga linksaf’, ’om mani padme hum’. De hedendaagse automobilist hoeft geen bordje ’rij-jij-of-rij-ik’ meer op het handschoenkastje te plakken, hij wordt rustig en met kalme stem gedirigeerd, feilloos. Tijd om alles bij elkaar op te tellen en over het leven na te denken. Straks ben je thuis en ligt er post die opengemaakt moet worden, de telefoon zal knipperen vol achterstallige berichten van wanhopige bellers, een stapel kranten op tafel. Terugreizen is een vorm van uitstellen, je bent niet meer in het paradijs van je vakantie maar ook nog niet helemaal in de bewoonde wereld. In dat kooitje van je mag je langzaam aan de gedachte zitten wennen. Tot, al je gedachten ten spijt, je tenslotte je eigen straat indraait. Je huis ziet. Het staat er nog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden