'Bepaal lokaal waar stallen mogen liggen'

Gezondheidsraad: Voorlopig geen landelijke norm voor afstand tot woonwijk

Het is onmogelijk landelijke afstandsnormen vast te stellen voor intensieve veehouderij. Daarom moet op lokaal niveau worden beslist wat de mogelijkheden zijn.

Dat is de strekking van het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet over de gezondheidsrisico's rond veehouderijen. De behoefte aan landelijke normen voor de afstand tussen woongebieden en veestallen is groot, vooral in gemeenten waar plannen bestaan voor megastallen of agroparken. "Maar er is onvoldoende wetenschappelijke basis om tot een landelijke richtlijn te komen", zegt prof. Louise Gunning, die de commissie van de Gezondheidsraad voorzat.

Er zijn volgens de raad wel 'enkele aanwijzingen' dat wonen in de buurt van stallen gezondheidsrisico's met zich mee kan brengen. Zo is bijvoorbeeld fijnstof een erkend probleem. Maar anders dan bij 'stedelijk fijnstof' is niet bekend hoe schadelijk dit 'agrarisch fijnstof' is. Bovendien verschilt de uitstoot per bedrijf, bedrijfstype en diersoort. Kippen- en varkensstallen zorgen bijvoorbeeld voor meer milieuoverlast dan een nertsenfarm. Onduidelijk is ook het effect van milieuinvesteringen in bijvoorbeeld luchtwasinstallaties of een andere bedrijfsvoering. Eigenlijk is het enige wetenschappelijk bewezen gezondheidsrisico de Q-koortsuitbraak, aldus de Gezondheidsraad. Hij bepleit daarom veel meer onderzoek.

Nu het onmogelijk is landelijke normen vast te stellen, moeten vooral lokaal oplossingen worden gezocht, vindt de Gezondheidsraad. Gunning: "De gemeente moet dus de knoop doorhakken."

Het platteland hoeft wat haar betreft niet op slot, maar lokaal moet wél het debat gevoerd worden met voor- en tegenstanders van intensieve veehouderij. "De dialoog is misschien nog wel belangrijker dan het wetenschappelijke bewijs. En pas op: het feit dat wij zeggen dat landelijke afstandsnormen onhaalbaar zijn, wil nog niet zetten dat er helemaal geen afstandsnormen moeten komen", waarschuwt Gunning.

Omwonenden hebben volgens haar wel degelijk last van veehouderij. Geur, beperking van uitzicht, stof, maar ook psychologische factoren als angst voor de uitbraak van een ziekte spelen daarbij een rol.

Ook dierenwelzijn wordt steeds belangrijker. "De zorgen kunnen weliswaar lokaal verschillen, maar een gemeente moet daarmee iets doen als het aankomt op de belangenafweging wel of geen uitbreiding van de veehouderij", aldus de commissievoorzitter.

GGD's zijn volgens Gunning deskundig genoeg om hierbij te adviseren. Daarnaast wil de commissie dat het maatschappelijke debat over de toekomst van de veehouderij in Nederland gevoerd gaat worden. Dan gaat het vooral om de vraag waar de grens is aan de uitbreiding van de intensieve veehouderij. Anders dan veel anderen landen is Nederland immers wel een dichtbevolkt land, aldus Gunning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden