Bennie Ceulen vierde zijn laatste gouden jaren met Tom Dumoulin

Bennie Ceulen in café De Zoete Zoen boven op de Cauberg.Beeld Sander de Wilde

Bennie Ceulen (67) maakte het wielrennen bijna vijftig jaar van dichtbij mee. Als prof, als journalist en nu als vertrouwenspersoon van Tom Dumoulin. Binnenkort stopt hij ermee. Een gesprek over een leven in de wielersport.

“Zie je deze weg? Dit is historische wielergrond. Alle groten uit de sport hebben elkaar op dit asfalt ­bestreden.” Bennie Ceulen kan bijna niet meer ophouden als hij vertelt over de plek waar hij deze windstille woensdagochtend staat: op de top van de Cauberg bij het Limburgse Valkenburg.

Het is niet zomaar een plek die Ceulen heeft uitgekozen voor een interview over zijn leven in de wielersport. De achthonderd meter lange berg (7,3 procent gemiddeld) speelt een centrale rol in het leven van de 67-jarige Limburger. Bijna vijftig jaar bracht Ceulen in de sport door. Fietsen, schrijven, organiseren, Ceulen maakte alle facetten ­actief mee.

Bij de eerste Amstel Gold Race stond hij als fan met open mond langs het parcours. Later reed hij zelf de Limburgse klassieker in zijn twee jaren als prof, voordat hij dertig jaar journalist was bij het Limburgs Dagblad (en de laatste vijf ook van De Limburger). Als gedelegeerde voor de Tourorganisatie ASO bracht Ceulen twee keer de Tour naar de provincie. De laatste tien jaar was hij fulltime perschef bij de ploeg van Iwan Spekenbrink, het huidige Sunweb.

Twee weken geleden kondigde Sunweb in een persbericht aan dat Ceulen stopt. Zijn mailbox ontplofte. Nog steeds beantwoordt hij mails. Hij kent bijna iedereen in het wielrennen, en iedereen kent Bennie Ceulen.

Eigen verhalen

Hij is een van de laatste journalistieke mastodonten die nu met pensioen gaat. In de jaren zeventig, toen hij als wielrenner net was gestopt, was hij de concurrent van ­Jean Nelissen. “Die viel in 1977 midden in het centrum van Maastricht nog naar mij uit. Waarom ben je niet naar mij gekomen, vroeg hij. Hij wilde me graag bij zijn krant De Limburger.”

Ceulen bleef trouw aan zijn ­eigen verhalen. Hij trok ‘de beste klimmer aller tijden’ Charly Gaul na veertien jaar uit diens zelfverkozen isolement, interviewde meer dan zeventien Tourwinnaars, vaak bij die renners thuis. “Ik was prof ­geweest, dat schiep al een band en maakte het makkelijker om contact te maken. Ik raakte bevriend met mijn vroegere idolen. Daarom voel ik me erg bevoorrecht.”

Ceulen verhaalt graag over die bijzondere wedstrijden van toen. Het interview vindt niet voor niets plaats in het café bovenop de Cauberg, waar tientallen wielershirtjes de muren sieren. Hij bewaart al zijn notitieboekjes (‘dat zijn er nogal wat’), struint rond in de kleinste boekwinkeltjes in de kleinste Franse dorpjes. Het leverde hem een bonte verzameling op, met inmiddels meer dan achthonderd wielerboeken.

Allereerste racefiets

En een paar relikwieën. Het Pontiac-horloge dat Wim van Est om had toen hij in 1951 in het ravijn van de Aubisque viel (‘zijn hart stond stil, zijn Pontiac liep nog’)? Bij Ceulen in een vitrine. Het persoonlijke archief van Jan Nolten (‘die met Fausto Coppi nog een fantastisch duel uitvocht op de Puy de Dôme’)? Na diens dood geschonken aan de Limburger.

Maar het allermooist is het verchroomde frame van zijn allereerste racefiets. Gekocht voor 343 gulden op afbetaling toen hij veertien jaar oud was. Twee jaar geleden kreeg hij die fiets weer terug, van de man die hem destijds van Ceulen had overgenomen. Dit voorjaar hing hij het frame als een schilderij op in de hal. Om 2.00 uur ’s nachts hing het recht. “Toen heb ik daar gezeten en gedacht: nu is het cirkeltje rond. Ik ben nu net zo blij met dat frame als toen ik hem kocht in 1965.”

Wielergeschiedenis is om ­enthousiast van te worden, maar het doorgeven van geschiedenis is net zo belangrijk, vindt Ceulen. Net als historie ‘gebruiken’. Toen Tom Dumoulin vorig jaar als derde Nederlander een grote ronde wist te winnen, de Giro, benaderde Ceulen zijn vrienden Joop Zoetemelk en Jan Janssen. “Ik vond dat die bij de huldiging moesten zijn. Tom wist zelf van niks. Ze kwamen pas op het allerlaatst op het podium. Stond de Nederlandse wielergeschiedenis daar op één podium. Je zag aan Tom dat hij dat geweldig vond.”

De naam Dumoulin is gevallen. Vaak komt hij in het interview ­terug op Tom Dumoulin. Of Dú-moulin, zoals Ceulen zegt. Sinds de wielrenner zes jaar geleden bij de ploeg van Iwan Spekenbrink kwam (als ‘bleutje’), ontwikkelden Ceulen en Dumoulin een bijzondere vriendschap. De een werd toprenner, de ander een vertrouwenspersoon.

Ceulen is vol van zijn pupil: “Vanaf het eerste jaar bouwden we een band op. We komen allebei uit de buurt en we gaan vaak samen in de auto naar een koers. Het viel Tom op dat ik de wielerwereld goed kende. We zijn trots op Limburg, trots op Maastricht. We houden van fietsen in de regio. Die passie hebben we wel gemeen.” Ziet hij Dumoulin vaker dan zijn eigen kinderen? Ceulen laat even een stilte vallen: “Dat valt wel mee.”

Met Dumoulin praat Ceulen vaak over de wielergeschiedenis. Over hoe de rivaliteit tussen de Italianen Fausto Coppi en Gino Bartali in 1948 in Valkenburg op de spits werd ­gedreven. Over de prestaties van Janssen en Zoetemelk, van wie ­Ceulen denkt dat Dumoulin aardig op weg is om de evenknie te worden. “Tom wist helemaal niks van wielrennen. Hij fietst er niet harder van, maar ik denk dat onze gesprekken hem wel meer liefde voor de sport hebben bijgebracht.”

Boos

Inmiddels is de persman het eerste contactpunt na de finish, iemand bij wie Dumoulin zijn hart kan luchten. Ceulen maakt met zijn hand een slingerbeweging. “Zo is Tom niet, hij is direct. Hij weet dat hij ­tegen mij kan vertellen wat hij wil. Hij was bijvoorbeeld heel boos na rit negentien van de Tour de France, toen hij bang was zijn podium te verliezen. Dan kan hij zich tegen mij uitleven. Daar ben ik voor. Tegen de media was hij ook boos, maar het ergste was er wel vanaf.”

Een dag later won Dumoulin de laatste tijdrit. Ceulen had het voorspeld. “Volgens mij was jij de enige die nog vertrouwen in mij had, zei Tom toen. Hij wist dat ik had gewed met NOS-verslaggever Han Kock. Die heeft wel betaald, tien euro.”

Euforie ten top

Nog even over die Giro-zege. Dat was zelfs na zo’n lange carrière het mooiste moment uit de wielergeschiedenis van Ceulen. “Toen hij ­vorig jaar de Giro won, dat was ­natuurlijk euforie ten top. Emotioneel ook. Een jongen van de streek, met wie je veel optrekt, die je hebt zien groeien. Onvergetelijk. Dan pink ik wel een traantje weg. Wel in mezelf. Je moet toch aan de slag.”

Want dat is de taak van Ceulen: zorgen dat ook Dumoulin dan kan genieten. “Ik zorgde ervoor dat bij uitzondering de hele ploeg op het podium in Milaan mocht staan. Ik hoefde niet mee. Ik blijf liever op de achtergrond. In de schaduw kan ik genieten op mijn manier.”

Dienstbaar, dat is waar Ceulen zich prettig bij voelt. Toen vorig jaar na de Giro-zege journalisten bij het huis van Dumoulin postten, viel de wielrenner in de auto vanaf het vliegveld in Düsseldorf vloekend uit. Hij wilde dat helemaal niet. Ceulen had de oplossing. Hij zette Dumoulin af bij zijn zus, die in hetzelfde dorp woont, en ging alleen verder om de journalisten te verzoeken te vertrekken. “Tom zat tweehonderd meter verderop, maar wel om de hoek. Niemand heeft hem gezien.”

Genieten

Ceulen dankt zijn laatste gouden jaren aan die andere Limburger. Nu stopt hij, na weer een ‘topseizoen’ bij het team. Van elk aspect van zijn leven heeft hij genoten. “Al was zelf fietsen het allerleukst.”

Een echt pensioen zal het overigens niet zijn. Meer een ‘soft’ afscheid, want hij blijft bij meerdere projecten betrokken. “Nog één keer de Tour naar Limburg halen. Dat is mijn grote doel. En ik verwacht dat dat binnen nu en vijf jaar wel gaat lukken.”

In de tussentijd kan hij vooral van Dumoulin genieten. Als supporter, deze keer. En kan hij vaker bij zijn kleinkinderen gaan kijken. “Eentje is talentvol handbalster, een ander speelt dit jaar voetbal bij Alemannia Aachen. Daar wil ik ook heen. En ik wil blijven fietsen.”

Om 22.30 uur, een uur of tien na het interview, komen nog twee appjes binnen. Er staan drie ‘laatste aanvullingen’ in. Ergens halverwege staat: “Je had wel gelijk. Ik zag Tom Dumoulin en onze andere renners vaker dan mijn eigen kinderen, maar dan wel in de periode van het wielerseizoen.”

Lees ook:

Dumoulin weet wat hij moet winnen: een Merckxiaanse Tour 

Tom Dumoulin lijkt volgend jaar voor de Tour de France te kiezen. Het is een Tour die in het teken staat van Eddy Merckx. 

Eindwinst voor Dumoulin in de Tour volgend jaar? Niet eens zo’n gekke gedachte

 Dumoulin die de Tour kan winnen. Het gevoel na afloop van de vorige Tour leek alsof het kon. Met een sterkere ploeg kan hij vol voor de eindzege gaan. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden