Bengalen blijven arm door gebrek aan elektriciteit

Bangladesh is arm. Maar niet zozeer door een tekort aan geld. Het gebrek aan elektriciteit staat de economische ontwikkeling van het land in de weg.

Han Koch

De muggen rond de lampen houden even pas op de plaats. De lichten op de tennisbaan op de Hollandse Club in de Bengaalse hoofdstad Dhaka gaan uit omdat de elektriciteit wegvalt. Een fractie later branden de lampen weer.

Overigens niet doordat het Bengalese elektriciteitsbedrijf weer levert, maar simpelweg omdat het aggregaat op de Hollandse club is bijgesprongen. De laptops op het terras moeten opnieuw worden gestart. De verbindingen zijn weggevallen door de stroomstoring. Een klein ongemak, maar tegelijkertijd niet direct reclame om bedrijven in Bangladesh op te zetten.

Elders in de miljoenenstad blijft het licht uit. Wat het daglicht en dat van de straatlantarens niet kon velen, krijgt nu een kans. En dat is voor de inwoners van Dhaka aanzienlijk meer dan een klein ongemak, de stad wordt in één klap een stuk onveiliger.

Bangladesh is arm. Heel arm. De helft van de 160 miljoen Bengalen leeft beneden de armoedegrens. Maar Bangladesh is ook rijk. Rijk aan goedkope arbeidskrachten. Nog goedkoper dan de toch al goedkope Chinees of Indiër. Alleen als je geen elektriciteit levert, kun je ook geen goedkope Bengaal aan het werk zetten en zo zijn armoede bestrijden.

De consternatie op de tennisbaan is als het licht uitvalt van bescheiden omvang. Aanzienlijk schokkender zijn de rellen tijdens demonstraties tegen het gebrek aan elektriciteit op het platteland, daar waar 80 procent van de armen woont. Zo er daar al verlichting is, dan is dat voor een enkel uurtje. Te weinig om oogsten koel op te slaan.

Wat geoogst is, moet naar de markt en dat tegen de prijs van die dag. Opbrengsten uitsmeren over een langere periode is er niet bij. Een probleem voor de boeren die liever een meer geleidelijke kasstroom hebben en die nu de markt overvoeren met hun producten waardoor ze hun eigen prijs ondergraven.

Elektriciteit is het grootste probleem voor het ontwikkelingsland. Kort geleden nog slaakten de ambassadeurs van de landen van de Europese Unie, onder wie de Nederlandse ambassadeur Alphons Hennekens, een gezamenlijke noodkreet. Als Bangladesh niet snel met elektriciteit op de proppen komt, haken Europese bedrijven toch echt af. En dat is geen dreigement zonder gewicht, want de EU is een belangrijke handelspartner van Bangladesh.

Niet alleen de buitenlandse investeerders klagen. Eerder deze maand kwamen ook de grote Bengalese concerns met hun grieven. Er valt weinig te ondernemen als er geen capaciteit bij komt. Grote concerns, en dan heb je het over bedrijven met tienduizenden werknemers als Opex Sinha, BRAC Enterprises, Akij, Nassa, Noman, Ha-meem, Meghna en Nasir, hebben de afgelopen drie jaar hun personeelsbestand nauwelijks zien groeien.

Volgens de grote concerns zijn driehonderd fabrieken niet van de grond gekomen wegens energieschaarste en in de bestaande fabrieken moeten dure generatoren bijspringen om de productie aan de praat te houden. Cynisch genoeg kan de Nasir-groep de fabriek voor energiezuinige lampen niet laten draaien omdat er geen energie is.

Het elektriciteitstekort is voor een groot deel te wijten aan een gebrek aan capaciteit. Maar dat niet alleen. De overheid slaagt er maar niet in duidelijke regels te stellen. Daardoor gebruiken airconditioners meer stroom dan strikt noodzakelijk is. En dat gaat niet op voor alleen de apparaten die in het arme Bangladesh voor verkoeling zorgen zoals ventilatoren en koelkasten, maar ook voor motoren die aandrijven. Voor geen enkel apparaat is een standaard stroomverbruik vastgesteld. Door inefficiëntie wordt zo 10 procent van de schaarse opgewekte elektriciteit verspild, zo meldde onlangs de Bangladesh Power Development Board.

Bangladesh had in juni 2009 een capaciteit van 5700 megawatt, tegen slechts 88 megawatt in 1960. Een sterke groei, maar dan nog is het huidige niveau slecht. Dat betekent 187 kilowattuur per persoon en dat is zelfs voor een ontwikkelingsland geen niveau om over naar huis te schrijven. Slechts 47 procent van de bevolking heeft toegang tot elektriciteit, blijkt uit cijfers van het ministerie van energie en grondstoffen. Er worden nu 11,25 miljoen klanten bediend. In 2020, zo wil de overheid, moet er een toegang tot energie zijn van 100 procent bij een niveau van 450 kilowattuur per hoofd van de bevolking.

Om een vergelijking met Nederland te maken ten aanzien van het complete energieverbruik: de Nederlander benut 4909 kilo olie-equivalent per jaar, de Bengaal komt niet verder dan 163 kilo (cijfers Wereldbank over 2007).

Volgens hoogleraar Mahbubul Mokadhem Akash, econoom aan de Universiteit van Dhaka en kritisch volger van het overheidsbeleid, is het tekort vooral te wijten aan verkeerde inschattingen. „De laatste jaren heeft Bangladesh 5 procent groei gekend. De aanname was dat de crisis exportsectoren zou raken en dat de groei zou terugvallen, vooral in de voor Bangladesh zo belangrijke textielsector. Dat bleek niet het geval. Tegelijk ging het land ook zijn activiteiten spreiden om niet alleen afhankelijk te zijn van de textielexport.”

„We moeten nu vaststellen dat er niet voldoende toevoer van gas is en er diesel geïmporteerd moet worden voor de opwekking van elektriciteit. De overheid heeft zelfs een maatregel moeten nemen waardoor dat wat zij doen op het gebied van energie niet meer aangevochten kan worden. Een zeer ondemocratische maatregel.”

Daarbij leidt volgens Akash de ordening van de energiemarkt, die half geliberaliseerd is, tot steeds hogere prijzen. Hij verwijt de overheid ook niet bijster transparant te zijn bij de uitgifte van vergunningen voor het opwekken van energie. Op basis van die analyse vreest Akash dat de energieschaarste zal leiden tot hogere prijzen, tot minder investeringen en dus tot minder economische groei en sociale ontwikkeling.

Bangladesh beschikt niet alleen over gas, in het noorden van het land zijn ook kolenvoorraden. De overheid stuit op grote problemen bij de winning. „De vraag is of je dat moet doen met mijnbouw of in dagbouw. De gebieden zijn dichtbevolkt. Dat maakt dagbouw moeilijk en de milieuschade is bij dagbouw groot. De hoge grondwaterstand is weer zodanig hoog dat mijnbouw ingewikkeld is. Het verzet tegen de kolenwinning is groot, er is een lange mars tegen de winning geweest.”

Voor Bangladesh is er nog een derde weg mogelijk, namelijk het vergassen van de kolen ondergronds. Die technologie heeft Bangladesh volgens Akash zelf niet. Dat maakt het land afhankelijk van buitenlandse kennis. De multinationals hebben echter weinig trek in Bangladesh omdat de regering voorschrijft dat eerst een voldoende hoeveelheid energie voor de thuismarkt beschikbaar moet zijn alvorens op de wereldmarkt mag worden verkocht. Shell heeft Bangladesh al verlaten.

Akash kan zich goed voorstellen dat de energiecrisis een negatief effect heeft op investeerders. Zijn antwoord op de crisis: „Regionale integratie. We zullen moeten samenwerken met de buren. Nepal heeft voldoende water voor de opwekking van elektriciteit. Maar dat vergt enorme investeringen. En dan moet China daarvoor ook toestemming geven, ook zij hebben behoefte aan energie. Daarmee wordt energie een geopolitiek probleem.

„Een tweede weg is meer doen met alternatieven als biomassa en zon. Dat is zeker in het begin nog een dure weg. Twintig procent van ons bruto binnenlands product komt uit de landbouw en elk gezin heeft wel kippen of een koe. We zouden dus veel meer kunnen doen met de reststoffen van de landbouw. In Bangladesh is geld niet het probleem. We hebben geen geld nodig van de Wereldbank om de energiecrisis op te lossen. De private sector in Bangladesh heeft geld genoeg. Er wordt meer gespaard dan geïnvesteerd en we hebben voldoende buitenlandse valuta.”

Armoede is in Bangladesh niet identiek aan geldgebrek, maar vooral het gevolg van energieschaarste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden