Benedictus XVI moet nieuwe herders werven

Met het overlijden van Johannes Paulus II stierf niet alleen de 264ste opvolger van Petrus, maar ook een priester. Daarmee droeg hij bij aan het grootste probleem waar Benedictus XVI voor komt te staan: het groeiend priestertekort.

door Lodewijk Dros

Twee weken voor de dood van JPII verscheen een Vaticaans rapport, waaruit een enorm én groeiend gebrek aan rk geestelijken blijkt (zie hiernaast: 'Groei priesters en katholieken wereldwijd'). Hun aantal ligt nu op het niveau van, zeg, 1975, maar het aantal rooms-katholieken is sindsdien met de helft toegenomen.

De ruim één miljard gelovigen moeten het doen met bijna 400000 priesters; op één priester zijn dat dik 2500 katholieken. In Latijns-Amerika zijn de getallen nog nijpender: 8000 gelovigen, één priester.

Wie zijn die priesters? In de Verenigde Staten, die toch al kampen met een flinke terugloop van het aantal priesters, is een op de drie ziek, zwak of misselijk: gepensioneerd, niet meer in staat tot werken.

In het Westen lopen de kerken leeg en ontvolken de pastorieën nog sneller. Elders in de wereld groeit de rk kerk; volgens het Vaticaanse onderzoek zeker tot 2050. Daarmee wordt het priestertekort alleen maar urgenter.

JPII onderkende het probleem: in 1992 schreef hij een 'apostolische exhortatie' getiteld Pastores dabo vobis -'Ik zal u herders geven'. Met zijn populariteit trok hij in Polen nieuwe priesterstudenten, maar een structurele oplossing biedt dat niet. Wat wel? Op roepingenzondag is afgelopen zondag hard gebeden om nieuwe priesters, met een knipoog naar een KRO-programma: 'Kerk zoekt man/vrouw'. Vooralsnog zit de groei van de roepingen eerder in import, in Poolse of Indiase priesters of zusters uit Argentinië. En dat is, gezien de wereldwijde groeiverhoudingen van de rk kerk, eerder een vergroting van de problemen dan een oplossing. Nu al heeft de helft van alle parochies op de wereld geen eigen priester.

,,Spoedig zal de Duitssprekende wereld niet meer het enige gebied zijn waar bijna twee derde van de parochies geen gewijde priester of regelmatige eucharistieviering meer heeft'', schrijft de vermaarde Zwitserse theoloog Hans Küng aan de verzamelde kardinalen. ,,De celibataire clerus is aan het uitsterven.'' De schuldige van het 'catastrofale priestertekort en de ineenstorting van de zielzorg' is JPII, schrijft Küng in

Publik-Forum.

Er is een voor de hand liggende uitweg waar de kerk niet aan wil. De vrouwelijke priester ligt onbereikbaar ver achter de horizon, dus die optie laten we buiten beschouwing. Wat dan wel? De weg werd gewezen door Nederland, dat anno 1970 nog een gidsland was (zie inzet: 'Nederland 1970: Maak celibaat vrijwillig').

Het was wel wereldnieuws, want de Nederlandse bisschoppen waren het eerste nationale episcopaat dat zich uitsprak voor afschaffing van het verplichte priestercelibaat.

Dean R. Hoge, hoogleraar godsdienstsociologie aan de Catholic University of America in Washington, wijst als grote afschrikwekkende factor juist dat celibaat aan. Er zouden vier keer zoveel seminaristen zijn, als het celibaat een mogelijkheid was en geen verplichting, zei Hoge in 1987.

Küng vindt dat de overleden paus ,,de leer van de Bijbelse en de katholieke traditie van het eerste millennium, waarin geen celibaatsplicht bestond, wegzet, ten gunste van het kerkrecht uit de 11de eeuw.''

In het deze week uitgekomen boek 'Kardinale kwesties in katholiek Nederland 1970-1987' (ISBN 9055736279) schrijft emeritus hoogleraar godsdienstsociologie Walter Goddijn dat 'de huidige ellende binnen de katholieke kerk -waaronder het ernstige priestekort- voorkomen had kunnen worden' als Rome in 1970 geluisterd had naar Nederland. In plaats daarvan kreeg ons land in dat jaar een nieuwe bisschop, de enige Nederlander die nu meestemt in het conclaaf: Ad Simonis. Zijn benoeming was volgens Goddijn onderdeel van een 'strafexpeditie'.

Veel reden tot optimisme over versoepeling van het celibaat is er niet. Een priester is celibatair, punt uit. Toch lijkt er wat rek in te ziten. Zo mogen gehuwde protestantse geestelijken na een overstap naar de catholica getrouwd blijven. Bovendien aanvaardt een deel van de kerk, die van de (Oost-Europese) Oosterse Ritus, het priesterhuwelijk.

De misbruikcrisis waarin de rk kerk sinds januari 2002 zit, wordt door voorstanders van de opheffing van het verplichte celibaat gretig aangegrepen. Of dat hout snijdt, valt te bezien; ook gehuwde geestelijken vergrijpen zich aan kinderen. Feit is wel dat door deze kwestie het celibaat weer ter discussie staat.

Daarin spelen niet alleen theologische argumenten een rol (toewijding aan roeping, Jezus zou celibatair zijn), maar ook psychologische. De Nederlandse priesteronderzoekster Anke Hoenkamp-Bisschops vermoedde in 1993 dat de helft van de priesters tobt met het celibaat dat nu eenmaal niet eenieder gegeven is. Voor velen is de geestelijke gezondheid niet gediend bij een opgelegd maar onhaalbaar afzien van intieme relaties.

Dean Hoge's overtuiging dat het opstellen van het priesterschap helpt om het tekort te verlichten, staat óók ter discussie. Zo leveren orthodoxe rooms-katholieke bisdommen meer roepingen dan de minder strikte en is het nog maar de vraag of de roepingencrisis geen gevolg is van de neiging om zich überhaupt nergens meer langdurig aan te willen verbinden.

De witte rook gisteren was voor Joseph Ratzinger, Benedictus XVI -een paus met een groot probleem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden