Review

Benedictus’ Regel tart de huidige tijdgeest

Wie in het nieuwe jaar zijn leven wil beteren, kan te rade gaan bij de spiritualiteit van Benedictus. Wil Derkse schreef er twee succesvolle boeken over. Gesprek met een goeroe tegen wil en dank.

Alleen al de afgelopen maand kreeg hij zestig verzoeken uit binnen- en buitenland om een lezing of workshop te komen houden over benedictijnse spiritualiteit. Als altijd is hij slechts op vier voorstellen ingegaan. Meer dan vier keer per maand optreden vindt hij ongezond.

Wil Derkse (1952), hoogleraar-directeur van het Soeterbeeck Programma aan de Radboud Universiteit Nijmegen, had nooit verwacht dat zijn boeken zo’n vlucht zouden nemen. Hij had zijn kennis maar eens compact opgeschreven, voor vrienden en bekenden die erom vroegen en voor de mensen die hij driftig zag meeschrijven tijdens cursussen. Derkse’s uitgever zag aanvankelijk niet veel heil in zijn eerste boek.

Van dat eerste boekje, ’Een levensregel voor beginners’ (2000), zijn in Nederland inmiddels meer dan 30.000 exemplaren verkocht. Ook de Engelse vertaling is in Amerika al enkele malen herdrukt. In 2007 verscheen een vervolg, ’Gezegend leven’, waarvan een vertaling in voorbereiding is. Derkse wordt – tot zijn eigen verbazing – geroemd in managementbladen, vanwege zijn visie op leiderschap.

Het is een opmerkelijk succes, omdat de benedictijnse spiritualiteit in veel opzichten haaks staat op de huidige tijdgeest. Wie hoor je vandaag de dag over orde en discipline, over matigheid, nederigheid en gehoorzaamheid? Kennelijk betekent het ogenschijnlijke ontbreken van deze waarden niet dat er geen verlangen naar bestaat. Integendeel. Juist de onvrede over innerlijke onrust en eeuwige stress (wie heeft het nou niet druk?) verleent het alternatief van de benedictijnse levenswijze extra glans.

Benedictus vraagt ons om af te rekenen met egotripperij, multitasking en het altijd maar uiten van alles wat bij je opkomt omdat je nou eenmaal je mening moet geven. In plaats daarvan stelt hij voor om een dienende rol aan te nemen, één ding tegelijk te doen en jezelf te bekwamen in luisteren, eerder dan in spreken.

Derkse biedt geen instant-zelfhulp zoals sommige andere spirituele auteurs, geen hapklare geluksadviezen voor de haastige passant.

In de inleiding van zijn eerste boek adviseert hij de lezer om de inhoud in kleine porties tot zich te nemen en steeds te stoppen als iets hem of haar persoonlijk raakt – om er overigens meteen aan toe te voegen dat dat dan te danken is aan Benedictus, niet aan de auteur.

Derkse: „Zo’n instructie zou ik nu niet meer opschrijven. Een Tilburgse abt schreef me dat hij mijn advies had genegeerd, en het boekje in één adem had uitgelezen. Wie ben ik dan om te zeggen dat dat niet mag.”

Toch is de taaie vasthoudendheid, het geduldige cultiveren van waardevolle veranderingen in je houding, tekenend voor het karakter van deze spiritualiteit. Hoe simpel de uitgangspunten ook mogen zijn, wie ermee aan de slag gaat, merkt dat er slechts heel langzaam kleine stapjes vooruitgang kunnen worden geboekt. Dat is trouwens geen reden om te wanhopen, benadrukt Derkse, want de levensregel is niet voor niets ’voor beginners’. Dat blijft zo, al wijd je je leven eraan en word je stokoud. Bij Benedictus zijn er geen gevorderden, enkel beginners.

Vijfentwintig jaar geleden was Derkse voor het eerst te gast bij de benedictijnen in de Sint Wilibrordsabdij te Doetinchem/Slangenburg, waar hij tegenwoordig als oblaat (een soort lekenlid op afstand) aan verbonden is. Hij was niet op zoek naar verlichting, maar naar een rustige studieplek. Min of meer uit beleefdheid bezocht hij dagelijks de zes korte kerkdiensten (getijden), die aanvankelijk op hem overkwamen als weinig productieve werkonderbrekingen. Toch raakte hij geïntrigeerd door de levenswijze van de kloosterlingen. Derkse: „Ik kwam erachter dat het klooster en vooral ook zijn mensen mij goed deden. En niet alleen mij, maar op den duur ook mijn gezin. Zo is dat gegroeid, zonder out-of-body experiences.”

Derkse, die scheikunde en filosofie studeerde, ging zich verdiepen in de levensregel die aan de basis staat van de benedictijner orde, het boekje dat de heilige Benedictus (480-547) in de zesde eeuw schreef en dat al snel in kloosters in heel Europa werd omarmd.

Hij merkte dat het bekende motto ora et labora (bid en werk) niet in de regel voorkomt. Ook wekt die kreet volgens Derkse een verkeerde indruk, alsof de monniken hun gebedsleven strikt willen scheiden van het dagelijks leven. Niets is minder waar, schrijft Derkse. „Een wijze abt gaf aan enkele novicen, die niet wisten hoe plechtig ze wanneer moesten lopen, eens het volgende advies: ’In de kapel moet je je gedragen zoals tijdens de recreatie: ontspannen. En tijdens de recreatie moet je je gedragen zoals in de kapel: met waardigheid’.”

Hoe zou u zelf de Regel samenvatten in één zin?

Derkse: „Luisteren en antwoord geven.”

De geloften van gehoorzaamheid, armoede en kuisheid zitten daar in?

„In zekere zin wel. De monastieke geloften luidden oorspronkelijk ook anders dan deze veelgehoorde termen. Stabilitas, conversio morum en obedientia, te vertalen als bestendigheid, dagelijkse verbetering van houding en levensstijl, en ten slotte aandachtig en van harte gehoor geven aan wat abt, medebroeders en anderen van je vragen.”

Daarvoor zul je toch moeten intreden.

„Welnee. Benedictus zou niemand een vlucht uit de wereld aanraden. Dat zou regelrecht indruisen tegen de stabilitas, trouw zijn aan wat je bent aangegaan. Als oblaat sta ik om kwart voor zes op, net als de monniken, en volg ik hun psalmenschema. Dat kan ik nu makkelijk doen, omdat onze beide dochters het huis uit zijn. Vroeger moest ik ’s ochtends sinaasappels persen voor de kinderen. Als ik destijds had gezegd: papa moet psalmen lezen, was ik geen goede oblaat geweest.”

Bent u niet te vrij in uw uitleg van de strenge Benedictus?

„Dat zou je bijna denken. Maar ik heb me toch vrij strikt aan de tekst van zijn Regel gehouden. De geloften en de daaruit voortvloeiende regels zijn in het verleden vaak als beknottend en beperkend uitgelegd, terwijl ze in feite gericht zijn op persoonlijke groei. Gehoorzaamheid betekent bijvoorbeeld: gehoor geven aan wat er van je gevraagd wordt. Dat kan evengoed een taak zijn, een klus die je aan het uitvoeren bent. Geef die klus de aandacht die hij verdient.”

Benedictus was toch zeer hiërarchisch ingesteld?

„Jawel, maar anders dan je zou denken. De abt, de leidinggevende, moet bijvoorbeeld de meest gehoorzame, de meest alerte van de hele club zijn. Als hij een belangrijke beslissing moet nemen, dient hij alle broeders te raadplegen, ook de jongeren. Dat was in Benedictus’ tijd behoorlijk grensverleggend. Nu nog wel. Ik sprak onlangs een vrouw die dit principe nu heeft ingevoerd in haar bedrijf. De bedrijfscultuur is erdoor veranderd en de jonge ingenieurs, die voorheen vaak snel vertrokken, blijven er nu langer werken.”

Slaagt u er zelf in om de Regel toe te passen?

„Nee. Af en toe. Soms een beetje. Mijn vrouw zei een keer: ga jij je eigen boeken maar eens heel aandachtig lezen. Iemand die mijn ietwat rommelige werkkamer op de universiteit zag, zei: aha, dus dat is benedictijns opruimen? Dan roep ik: het is een Regel voor beginners. Maar ja, mijn jongste dochter merkte laatst fijntjes op dat je daar niet mee kunt blijven schermen. Ze heeft gelijk, mensen mogen op een gegeven moment best van je verwachten dat je wat vooruitgang boekt.”

Ziet u zichzelf wel eens als goeroe?

„Soms word ik wel in die rol gevraagd. Dan som ik zo snel mogelijk dit soort voorbeelden op uit mijn dagelijks leven. Goeroeschap is niet benedictijns. Een abt wordt gekozen uit de eigen gemeenschap. Dus de leider is nooit een goeroe uit een verre streek, maar iemand uit hun midden, met al zijn plusjes en minnetjes. Goeroegedrag zou al snel worden afgestraft.”

Omdat goeroeschap in strijd is met de nederigheid?

„Ja, maar dat is ook een gevoelige kwestie. Want als ik u zou zeggen: ik ben de laatste tijd zo deemoedig, dan zou ik mezelf tegenspreken.”

En als u het wel zou zijn?

„Dan is het aan anderen om dat te zeggen. Je moet over dit soort dingen eigenlijk zo min mogelijk praten. Wij leven in een etalagecultuur, met etiketjes die vertellen hoe je bent en wat je vijf sterke punten zijn. Soms krijg ik sollicitatiebrieven waarin mensen die punten opsommen. Ik begrijp dat wel, maar het heeft iets onnatuurlijks. Je kunt vertellen waar je deskundigheid en ervaring in hebt. De rest ziet men vanzelf wel.”

Maar ja, onze cultuur zit wel zo in elkaar.

„Dat is heel erg tegenstrijdig aan de Regel. Als ik een ’Benedictine Secret’ zou schrijven, zou ik zeggen: de beste manier om jezelf te laten floreren en tot volle wasdom te komen, is niet zozeer door voor jezelf op te komen, maar door je in te zetten voor iets of iemand. Als leraar voor je leerlingen, als geliefde voor je partner of als minister voor je gemeenschap. Niet omdat je jezelf klein wilt houden, maar omdat je zegt: hier wil ik toe dienen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden