BENDIEN SMITS OOIT DE TROTS VAN ALMELO

Een kopersstaking, loonmatiging, het extreme weer, een teveel aan winkels en een weinig afwisselend modebeeld liggen ten grondslag aan een nieuwe malaise in de Nederlandse textielbranche. Experts voorzien een nieuwe strijd om het bestaan met vele slachtoffers. Deze week gooide de bekende costuummaker Bendien Smits de handdoek in de ring.

En daarmee lijkt de Oostelijke Bond van Confectiefabrikanten in het jaar dat het 75-jarig jubileum wordt gevierd weer een lid te verliezen. Het bedrijf van haar voorzitter nog wel. Want directeur B. Laboyrie van Bendien Smits International fungeerde als boegbeeld voor de 'Oostelijke Bond'. Goede verstaanders moeten de déconfiture van de Twentse fabrikant van regenjassen, colberts en pantalons hebben zien aankomen. Het interview dat Laboyrie begin vorige maand in het kader van het jubileum van 'zijn' bond gaf aan Dagblad Tubantia, had althans een hoog profetisch gehalte. “Als het zo slecht blijft, gaan er klappen vallen...”, voorspelde de voorzitter.

Met Bendien Smits lijkt het bekendste confectiebedrijf van Twente te verdwijnen. Al heeft curator mr. R. Wilderink nog goede hoop een koper voor de onderneming te kunnen vinden. “Er hebben zich vijf serieuze gegadigden gemeld. Bendien heeft een goede naam in de markt en levert een goed produkt. Maar de kopersstaking waarvan in het laatste kwartaal van 1994 bijna branchebreed sprake is geweest, heeft het bedrijf de das omgedaan. De banken wilde niet over de brug komen met een extra financiering voor de voorjaarscollectie.”

Bendien Smits wordt in 1888 gesticht aan de Holtjesstraat in Almelo. Na twee jaar gaan de beide oprichters, I. Bendien en H. Smits, uit elkaar. Maar opmerkelijk genoeg besluiten hun nazaten in 1969 weer tot een fusie. De nieuwe onderneming wordt al snel gekenschetst als 'een ongelukkige optelsom van twee familiebedrijven'. “Het gevolg was een verdieping vol directeuren, elke stoel was dubbel bezet”, lezen we in het jubileumboek van de 'Oostelijke Bond'. Al een jaar later wordt de kledingfabrikant daarom overgenomen door het Limburgse Macintosh. Sindsdien hebben de reorganisaties elkaar in snel tempo opgevolgd. In 1982, Bendien Smits heeft dan nog 700 man aan het werk in Almelo, Nijverdal en Enter, verdwijnen er 250 banen. Na een korte opleving in het midden van de jaren '80, is het begin 1989 weer raak: 250 van de toen nog 388 werknemers worden ontslagen.

Deze laatste reorganisatie houdt rechtstreeks verband met het weglopen van grote klanten als C & A en Kreymborg. Bij Macintosh komt men er gaandeweg achter, dat de aanwezigheid van Bendien Smits binnen de holding strategisch niet langer gewenst is. Macintosh is met zijn Superconfex-winkels namelijk een regelrechte concurrent van C & A en Kreymborg geworden en beide laatstgenoemde bedrijven hebben niet langer zin om zaken te doen met de dochter van een concurrent. Als de Nederlandse Participatie Maatschappij (NPM) en Alp-Invest in 1989 bereid blijkt om 75 procent van de aandelen Bendien Smits over te nemen, twijfelt Macintosh dan ook geen moment. De resterende 25 procent van de aandelen is volgens curator Wilderink verdeeld over verschillende particulieren, onder wie het zittende management.

Sindsdien is het niet echt beter gegaan met het bedrijf. Ondanks het feit dat 65 procent van de produktie inmiddels in Polen wordt gerealiseerd. “Misschien is dat nog wel te weinig”, vermoedt Wilderink. Bij een eventuele overname lijkt aan een verdere afslanking dan ook niet te ontkomen. Net als de door Bendien Smits in Brussel en Parijs geopende verkoopkantoren, die zwaar op de begroting drukken, waarschijnlijk zullen worden gesloten. “Je kunt je afvragen of het openen van die verkoopkantoren wel zo'n verstandige zet is geweest”, formuleert de curator voorzichtig. De belangstelling voor overname van Bendien Smits is niettemin behoorlijk, omdat het bedrijf in 'Oxford', 'Wilson & Glenny' en 'Going' over bekende merken beschikt. Bendien Smits maakt pakken voor het spreekwoordelijke 'middenkader'. Geen goedkope discount, maar ook geen exclusieve design-kostuums. De prijzen van de Twentse kostuums variëren globaal van 700 tot 1 000 gulden en colberts gaan weg voor bedragen tussen de 350 en 550 gulden.

“In principe moet een bedrijf als Bendien Smits, dat een goed produkt maakt en bekende merken heeft, ook anno 1995 bestaansrecht hebben in Nederland”, vindt ook districtsbestuurder Dick de Valk van de Industriebond FNV. De Valk heeft zich tegen wil en dank binnen zijn bond ontwikkeld tot 'confectiespecialist'. Hij begeleidde de laatste jaren verschillende saneringsoperaties in de Twentse kledingindustrie. Onder andere bij EHCO KLM in Haaksbergen (bedrijfskleding), Derofa in Haaksbergen (dameskleding) en Manderley Fashion in Tubbergen. Genoemde bedrijven brachten hun produktie grotendeels over naar Oost-Europa. “Op het moment dat de legale produktie van confectie terugkomt in Nederland, is de armoede uit de wereld of zijn we zelf een lage-lonenland geworden”, stelt De Valk niet zonder cynisme.

Hij voorspelt dat de werkgelegenheid in de Nederlandse confectie-industrie de komende jaren nog verder zal dalen. “De laatste twee jaar zijn er in de branche al 1500 banen verdwenen. Ik vrees dat er nog zo'n 2 000 zullen verdwijnen en we niet meer dan 8 000 arbeidsplaatsen in de confectie zullen overhouden.” De Valk maakt zich zorgen over de toekomst van de Nederlandse confectie-industrie vanwege het onlangs na veel geharrewar door de Europese Commissie genomen besluit tot harmonisering van de zogeheten 'loonveredelingsquota'.

Het in loonconfectie laten maken van kleding in lage-lonenlanden was - net als bijvoorbeeld de visvangst en melkproduktie - altijd al quota gebonden, maar de nieuwe regeling pakt volgens De Valk voor Nederland ongunstig uit. “De Europese Commissie heeft vastgesteld dat bedrijven die meer dan 50 procent van hun produktie in de EG realiseren, voorrang krijgen bij de verdeling van de quota. Voor Nederlandse confectiebedrijven is dat een slechte zaak, want gemiddeld wordt door ons meer dan 52 procent buiten de EG geproduceerd. De regeling is in het voordeel van landen als Griekenland, Spanje en Portugal die in vergelijking met ons nog een relatief grote eigen confectie-industrie hebben. De regeling maakt het voor nieuwkomers op de Nederlandse confectiemarkt bovendien vrijwel onmogelijk om nog grootscheeps in het buitenland te laten produceren. En dan ben je bij voorbaat dus vrijwel kansloos.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden