Ben van Berkel Het is niet wat 't lijkt

Na de Erasmusbrug in Rotterdam gaf Ben van Berkel nu ook Groningen een nieuw beeldmerk: het golvende DUO gebouw. Maar de succesvolle architect leert het meest van zijn mislukkingen.

Architect Ben van Berkel (54) gaat nog vaak terug naar De Kolk, die kolos op de hoek van de Nieuwendijk en de Nieuwezijds Voorburgwal in het centrum van Amsterdam. Niet om zichzelf te kwellen, ook al erkent hij volmondig dat dit 'niet zijn lievelingsgebouw' is, maar om te 'leren'. Het gebouw is niet gelukt, dat staat vast.

"Maar het is ook een moeilijke locatie. Ik zeg niet dat dit een geslaagd gebouw is, maar het hoort ook wel een beetje bij die brute omgeving. Ik denk wel eens: ik had daar ook geen ander gebouw kunnen neerzetten. Die locatie vroeg er ook een beetje om."

Begin jaren negentig werkte Ben van Berkel samen met een ander architectenbureau aan dit project. Toen dat failliet ging en zijn eigen bureau daar bijna in werd meegesleept, bouwde de aannemer De Kolk af, waarbij van alles misging. Serieus overwoog Ben van Berkel toen om er helemaal mee te stoppen. "Ik weet niet wat er gebeurd was als de brug er toen ook al niet was geweest." En dan hebben we het natuurlijk over de Erasmusbrug in Rotterdam. De even sierlijke als imponerende brug over de Nieuwe Maas die als beeldmerk van Rotterdam de hele wereld overgaat. De brug die de doorbraak betekende voor Ben van Berkel als architect.

Terug naar De Kolk. "Ik was nog heel jong, net begonnen met mijn eigen architectenbureau. Pas achteraf zie je dat je ook zo'n leerproces als De Kolk nodig hebt om verder te komen. Je moet heel veel bouwen om ervaring op te doen en daarbij leer je ook weer van je fouten."

Wanneer drong dat besef door?
"Dat heeft heel lang geduurd. Pas rond mijn veertigste ben ik zekerder en rustiger geworden. Ik ben nog steeds heel erg gedreven, soms op het hyperactieve af, maar rond mijn veertigste drong het besef door dat ik erin geslaagd was een positie op te bouwen. Ik merkte dat ik erkenning kreeg. En pas toen zag ik in dat je ook blij kunt zijn met je eerste projecten, omdat je daar veel van hebt geleerd. Sinds die omslag werk ik ook bewust aan rustpunten en stabiliteit in mijn hectische leven."

Hoe dan? Want u zit toch voortdurend in het vliegtuig, is het niet op weg naar projecten in Azië, dan wel naar Harvard of Frankfurt waar u doceert?
"De eerste dagen van de week probeer ik altijd hier op ons kantoor in Amsterdam te zijn. De tweede helft van de week reis ik meestal. Het komt voor dat ik vanuit China meteen doorreis naar Harvard of Frankfurt. Maar dat lesgeven bezorgt me ook heel veel energie. De studenten zijn zo inspirerend. Ik bouw echter wel bewust rustperiodes in en ik probeer zo gezond mogelijk te eten.

"Minstens vier keer per jaar zitten we voor korte of langere tijd in ons huis op Lanzarote. Ik ga er ook wel alleen naar toe, om te lezen en te tekenen en schilderen. Dan kom ik vanzelf weer op nieuwe ideeën. En elke ochtend sport ik minstens veertig minuten. Dat werkt ook heel goed om jetlags te bestrijden. Als ik in Nederland ben, kom ik om 10 uur naar het bureau en dan werk ik meestal door tot 7 of 8 uur, zonder pauze. En je moet niet vergeten dat ik natuurlijk ook kan ontspannen in het vliegtuig. Ik maak schetsjes en lees heel veel."

De laatste tien jaar is het hard gegaan met Ben van Berkel, die in 1988 samen met zijn vrouw, kunsthistorica en planologe Caroline Bos, het architectenbureau UNStudio oprichtte. Het bureau telt inmiddels drie partners en 140 medewerkers. De crisis die zo hard heeft toegeslagen in de architectenwereld met faillissementen en forse saneringen, lijkt aan UNStudio voorbij gegaan.

Hoe is dat mogelijk?
"We hebben nog niemand hoeven te ontslaan, wat inderdaad uitzonderlijk is. Maar daarmee wil ik niet gezegd hebben dat we er niks van hebben gemerkt. Ook nu ben ik nog steeds bezorgd. Het gaat allemaal erg hakkelend. Maar wij hadden het geluk dat op het moment dat het slechter ging in Europa en de Verenigde Staten, het werk voor ons in Azië aantrok. Ik ben toen ook veel meer gaan reizen naar China, Singapore en Korea om er bovenop te zitten. En dat heeft ook weer tot nieuwe opdrachten geleid. We werken daar momenteel aan een aantal projecten, waaronder één heel grote in China. In de buurt van Sjanghai bouwen we haast een complete stad van 400.000 vierkante meter. Dat is ook de reden dat we inmiddels een vestiging hebben geopend in Sjanghai. Verder doen we veel woningbouw, van high-end appartementen in Singapore tot affordable woningen in Korea, huizen die net boven de sociale woningbouw vallen. Het grappige is dat als je in Azië maar drie procent meer aandacht geeft aan woningbouw, dat meteen opvalt. Alles is daar zo monotoon, de woongebouwen hebben daar vaak ook een nummer, omdat ze allemaal op elkaar lijken. Wij willen mensen daar een 'coming home-gevoel' bezorgen door net iets meer kleur en accenten aan te brengen op de appartementsgebouwen. Ook door straten hun eigen bomen te geven, kun je die monotonie al doorbreken. Op een gegeven moment hebben we in een satellietstad van Seoel een modelhuis opengesteld. De belangstelling was zo groot, dat in één lang weekend alle zevenduizend woningen waren verkocht."

Ook in Nederland timmert UNStudio aan de weg met het nieuwe kantoor van de Belastingdienst Noord en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in Groningen, dat onlangs in gebruik is genomen. Het bijna honderd meter hoge DUO-gebouw met zijn golvende gevelwanden valt al van grote afstand op. De eerste bijnaam is er al voor bedacht: het cruiseschip. Van Berkel: "Als mensen spontaan namen gaan verzinnen voor een nieuw gebouw, weet je dat je als architect iets hebt losgemaakt."

Maar is het ook niet een beetje passé om nu nog met een icoon aan te komen? De tijd van spektakelarchitectuur ligt toch achter ons?
"Dit mag je geen icoon noemen in de zin dat het een gebouw is dat je alleen bij de eerste aanblik BENG in het gezicht slaat. Onze gebouwen zijn nooit gebaseerd op alleen maar een spraakmakende gevel en dat was het dan. Wij zijn veel meer geïnteresseerd in wat wij de 'nabeelden' noemen. Mensen moeten na de eerste kennismaking met een gebouw graag terug willen komen om het nog eens te zien en nog eens. Een gebouw moet iets teweeg brengen. In een film over UNStudio heb ik dat ooit als volgt geformuleerd: Je ziet iets wat niet is wat het lijkt. Daar houden we van."

Wat maakt dit gebouw voor u geslaagd?
"Het is om te beginnen een van de duurzaamste gebouwen van Europa. In de gevel zitten speciale vinnen verwerkt die het zonlicht in de zomer breken en in de winter warmte en licht naar binnen reflecteren. En ze laten ook de wind wegvallen, waardoor er op de grond rondom het gebouw geen harde windvlagen ontstaan. Op alle lampen zitten sensoren die de lichtsterkte regelen. Verder hebben we alle installaties in de vloeren verwerkt, waardoor we per etage dertig centimeter hoogte hebben gewonnen en er ook op materialen en kosten bespaard kon worden."

Maar willen mensen wel in zo'n hoog gebouw werken waarvan de ramen niet open kunnen? Ik las dat de Dienst Uitvoering Onderwijs haar medewerkers een cursus heeft aangeboden om te leren omgaan met liftangst en hoogtevrees.
"Die hoogte went snel en dit is absoluut geen benauwend gebouw. De zachte, vloeiende vormen van de buitengevel zetten zich binnen door, zodat je nergens rechte gangen hebt met doodlopende eindes. Je kunt altijd rondlopen, waarbij je ook nog eens een panoramisch uitzicht cadeau krijgt. En het werkklimaat hebben we ook zo gezond mogelijk proberen te maken. Er wordt altijd verse lucht aangevoerd, volgens een hogedruksysteem in de vloer, die dan afgezogen wordt via het plafond. Dit is een ventilatiesysteem dat ook in operatiekamers in ziekenhuizen wordt toegepast. Daarnaast kunnen de ramen ook gewoon open op de werkplekken."

Hoe kwam u op het idee van die zachte, golvende lijnen?
"Ik begin altijd met schetsjes en in dit geval wist ik meteen dat het geen hoge rechte doos mocht worden. Hoge gebouwen zijn vaak hoekig, maar dat past niet in die omgeving met een bos in de buurt en de wind die daar altijd waait. En het was duidelijk dat je op die plek, tegenover dat opvallende gebouw van de Gasunie, ook best een statement mag neerzetten."

Hij pakt een stuk papier en laat zien hoe die eerste schetsjes ontstonden. Zonder het potlood van het papier te halen tekent hij het basisplan dat de vorm heeft van het cijfer 8. Van Berkel is gek op deze vorm, die ook terugkeert in zijn ontwerpen voor het Möbiushuis in het Gooi (1997) en het Mercedes Benz Museum (2006) in Stuttgart.

En dan?
"Dan ga ik altijd eerst naar Caroline om te vragen wat zij ervan vindt. Ze is geen architect, maar wel mijn belangrijkste criticus. En daarna maak ik met de computer een driedimensionaal model om te kijken welke vormen mogelijk zijn bij zo'n hoog gebouw. Het is de computer die mij in staat stelt soms vormen te maken die lijken te spotten met de wetten van de logica en zwaartekracht. Tegenwoordig is het ook al mogelijk om de computer te laten uitrekenen of die vormen ook technisch uitvoerbaar zijn en te verenigen met de functies van het gebouw. Vroeger waren esthetiek en functionaliteit gescheiden begrippen in de architectuur, nu lopen die twee steeds meer in elkaar over."

Maar dat gaat toch ook wel eens vreselijk mis? Zoals bij het stationsplan in Arnhem, dat veel vertraging heeft opgelopen, naar verluidt omdat uw ontwerp eigenlijk te ingewikkeld is, en ook niet uitvoerbaar binnen het budget.
"Die vertraging is vooral veroorzaakt doordat het zo'n politiek beladen locatie is, waar ook nog eens een groot aantal partijen belangen heeft. En als je kijkt naar andere grote stationsprojecten in Nederland, moet je constateren dat die ook zeer traag verlopen. Vergeleken met bijvoorbeeld Stuttgart in Duitsland, waar het alleen al tien jaar duurde voordat de overheid een besluit nam, valt het hier nog wel mee."

Uw echtgenote is uw belangrijkste criticus. Als zij uw ontwerp helemaal niks vindt, gaat de discussie daar thuis dan over door of houdt u privé en zakelijk gescheiden?
"Dat is onmogelijk, dat loopt bij ons in elkaar over. Er is tussen ons een permanent discours, zonder fighting. Dat ons dat zo goed afgaat, komt mede door onze Engelse opvoeding. We hebben allebei in Engeland gestudeerd, waar we hebben geleerd om te gaan met scherpe kritiek. Kritiek is daar altijd opbouwend en positief. In Nederland ligt dat anders, daar wordt kritiek vaak als negatief ervaren. Ik ben er heel erg voorstander van om in het Nederlandse onderwijs meer nadruk te leggen op didactische kritiek."

Hoe lang kent u elkaar al?
"Kort nadat we elkaar in Amsterdam hadden ontmoet, zijn we samen naar Engeland gegaan. Het was heel goed dat ik haar tegenkwam en dat het meteen klikte, want ik was in die tijd erg ongelukkig. Mijn jeugdliefde, met wie ik samenwoonde, was tweeenhalf jaar daarvoor overleden. Ze leed aan anorexia nervosa. Toen ze daarvoor in het ziekenhuis lag, kreeg ze een verkeerd medicijn toegediend, een slaapmiddel dat ze nooit had mogen krijgen in haar verzwakte toestand. Dat heeft ze niet overleefd. Ik heb me erg schuldig gevoeld over haar dood. En het maakte me ook angstig."

Angstig?
"Om meer mensen om wie ik geef kwijt te raken."

Wordt dat erger met het ouder worden of neemt het juist af?
"Je krijgt in de loop der jaren steeds meer vrienden. De kring van geliefden die je kunt verliezen, wordt dus steeds groter."

Na een korte stilte: "Maar het beheerst mijn leven niet meer zo sterk als vroeger. Ook daarin ben ik rond mijn veertigste rustiger en stabieler geworden."

U werd dit jaar genoemd voor de Pritzker Prijs, de 'Nobelprijs' van de architectuur. In het rijtje van wereldberoemde architecten wordt uw naam vaak in een adem genoemd met die van Rem Koolhaas. Behalve gebouwen ontwerpt u inmiddels ook meubels. Waar droomt u dan nog van als architect: het scheppen van een Gesamtkunstwerk misschien?
"Het grappige is dat het scheppen van een totaalkunstwerk, waarin de architect zich ook bemoeit met het interieur, weer terugkomt in de architectuur. Een tijd lang bemoeiden architecten zich alleen met de buitenkant van gebouwen. In veel van de gebouwen die ik heb ontworpen, heb ik ook de inrichting gedaan. Het zit wel in mij dat ik me op alle niveaus wil ontwikkelen. Mensen vragen me wel eens: waarom doe je zoveel? Mijn belangrijkste drijfveer is dat ik voortdurend nieuwe dingen wil leren. Daarom lees ik zelfs alle boeken mee die mijn studenten moeten lezen."

Wie is uw grote voorbeeld?
"Ik haal mijn inspiratie vooral uit de beeldende kunst. De belangstelling voor kunst werd thuis ook gestimuleerd. Ik kom uit een heel warm en muzikaal gezin met drie jongens en drie meisjes. Mijn vader was als verpleegkundige in het Militair Hospitaal in Utrecht altijd voor mensen in de weer.

"Het ambitieuze en gedisciplineerde heb ik van mijn moeder. Ze zong in het koor van de Händelvereniging in Utrecht en alle kinderen moesten van haar een muziekinstrument bespelen. Ik heb jarenlang elke dag uren piano gespeeld. Uiteindelijk koos ik niet voor het conservatorium, omdat ik toch meer geïnteresseerd was in vormgeving, grafiek en interieur.

"In het laatste jaar van de Rietveldacademie besloot ik zeer tegen de zin van mijn ouders in architectuur te gaan studeren in Londen. Ik begreep hen wel, want ik deed het best wel goed, had al omslagen voor de VPRO-gids gemaakt en posters voor het Holland Festival. Maar daar lag toch niet mijn echte liefde. Twee docenten van de Rietveld zetten me definitief op het spoor van de architectuur. Ze zagen mij altijd maar gebouwen tekenen."

Tegen de zwaartekracht
Het nieuwste ontwerp van architect Ben van Berkel (1957, Utrecht) is het 92 meter hoge DUO-gebouw in Groningen, het nieuwe hoofdkantoor van de Belastingdienst Noord en de Dienst Uitvoering Onderwijs. Met zijn opvallende gevel zou het wel eens de nieuwe blikvanger van Groningen kunnen worden. Het heeft al zijn eerste bijnaam: het cruiseschip.

Van Berkel is vooral bekend geworden door de Erasmusbrug in Rotterdam. Andere spraakmakende ontwerpen zijn Museum Het Valkhof in Nijmegen, het knaloranje Agora Theater in Lelystad, het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart en een groot winkelcomplex in Zuid-Korea.

Lopende projecten zijn het stationsgebied in Arnhem, een danstheater in St. Petersburg en diverse (woningbouw)projecten in China, Korea en Singapore.

Na de Rietveldacademie studeerde Ben van Berkel architectuur aan de Architectural Association in Londen. Na korte tijd voor de architecten Zaha Hadid en Santiago Calatrava te hebben gewerkt, richtte hij in 1988 samen met zijn vrouw Caroline Bos Van Berkel en Bos Architectuurbureau op. In 1998 werd de naam veranderd in UNStudio, UN staat voor United Network, het bureau als netwerk van specialisten op het gebied van architectuur, stedebouw en infrastructuur.

Bij UNStudio, met vestigingen in Amsterdam en Sjanghai, werken 140 mensen. Van Berkel doceert aan de universiteit van Harvard en de Städelschule in Frankfurt. In zijn ontwerpen gebruikt de architect graag vormen als de Möbiusring en de dubbele helix, die leiden tot gebouwen met vormen die lijken te spotten met de wet van de zwaartekracht.

Ben van Berkel heeft met Caroline Bos een dochter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden