'Ben jij van Trouw? Dan mag ik niet met je praten'

Het is morgen tien jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord. In de zes maanden daarvoor liet hij politieke partijen schudden op hun grondvesten. Maar ook de parlementaire journalistiek liet hij niet ongemoeid. Trouw-redacteur Meindert van der Kaaij blikt terug.

Vanaf de allereerste keer dat ik Pim Fortuyn in levende lijve zag, slaagde hij erin verwarring te zaaien. Hij kreeg in oktober 2001 het eerste exemplaar van de autobiografie van Jan Nagel aangeboden. Tot verbijstering van toehoorders voorspelde hij dat de communistische dictators Tito en Ceausescu over een tijdje wel eens 'bakens van licht in een duistere wereld' zouden kunnen blijken. Sinds hun vertrek dreigde in de Balkan een 'groot-islamitisch rijk' te ontstaan. "Nou, daar zijn we klaar mee."

Meende hij dat nou of schmierde hij? Fortuyn kondigde aan dat hij niet meer zou zeggen dat 'Nederland vol is'. "Maar wel dat het in Nederland erg druk is, zelfs een beetje té druk. Dát mag ik toch wel zeggen Jan?", zei hij pesterig tegen de voorzitter van Leefbaar Nederland, die zich zichtbaar in zijn hemd gezet voelde.

Nagel was in de maanden daarvoor op zoek geweest naar een lijsttrekker voor zijn partij. De partij had een lijsttrekkersverkiezing aangekondigd, maar Nagel zei die middag tot ieders verrassing dat het bestuur Fortuyn het beste in staat achtte om de boel in Den Haag wakker te schudden. Dat had Nagel goed aangevoeld.

Hij had ook in de gaten dat in het politiek ingedutte Nederland ruimte was voor een nieuwe partij. In 2001 maakte Nagel, leider van Leefbaar Hilversum, bekend dat hij samen met Broos Schnetz en Henk Westbroek van Leefbaar Utrecht, wilde meedoen aan de Kamerverkiezingen van 2002 onder de naam Leefbaar Nederland. Tijdens een vergadering van de politieke redactie van Trouw meldde ik me onmiddellijk aan om dit onderwerp onder mijn hoede te nemen. Op die redactie werkte ik vanaf 1999 en afgezien van een korte kabinetscrisis, gebeurde er in die jaren weinig. De verlammende fractiediscipline van Paars had de politiek van het Binnenhof gejaagd.

Dat wakker schudden begon al bij het oprichtingscongres van Leefbaar Nederland in het Hilversumse theater Gooiland op een zonnige zondagmorgen in 2001. De parlementaire pers was in de donkere zaal in afwachting van het begin, toen plotseling uit de luidsprekers snoeihard het rocknummer 'The final countdown' knalde. We keken elkaar aan: 'Wat is dit?' De gordijnen schoven open en daar zat in het volle licht het bestuur van Leefbaar Nederland.

Eigenlijk had op die dag al de lijsttrekker bekend moeten zijn, maar zo makkelijk ging dat niet. Nagel en zijn medebestuurders zochten iemand met statuur en ervaring, maar wie wilde zijn of haar carrière in de waagschaal leggen voor een partij die op zijn zacht gezegd nogal avonturistisch in elkaar stak? Westbroek had in Utrecht met zijn partij een kwart van de gemeenteraadszetels gewonnen, maar zijn geschreeuw wekte bij de politieke elite vooral weerzin.

Radioman Willem van Kooten (Joost den Draaier) pleitte al lang voor Fortuyn. Hij herkende zijn charismatische eigenschappen en voorspelde dat Fortuyn minstens tien zetels zou opleveren. Nagel zag bezwaren. Hij vond hem vooral te rechts. Fortuyn had in zijn columns in Elsevier en bij zijn tv-optredens bij Harry Mens als 'professor Pim' al enige tijd forse kritiek op het Nederlandse immigratiebeleid. Maar de tijd begon na de zomer te dringen; niemand met een 'klinkende naam' diende zich aan en Nagel ging overstag.

Bij de presentatie van Fortuyn als de kandidaat namens het bestuur deed Nagel wel een profetische uitspraak. "We gaan nog gekke, malle dingen meemaken. Dat hoort erbij. We doen dat met open ogen. Als het niet gebeurt, zijn we teleurgesteld." Ruim een maand later hief tijdens het Leefbaar-congres een uitzinnige zaal Fortuyn op het schild en begon de partij in de peilingen aan een ongekende opmars, die de parlementaire pers voor een dilemma plaatste.

Hoe moesten we omgaan met zijn uitspraken die over het algemeen als 'populistisch' werden omschreven? Fortuyn pleitte eens voor het opsluiten op Schiphol van bolletjesslikkers 'met twintig man tegelijk in een kooi'. Hij verwees naar de omstreden manier waarop Amerikanen in Cuba vermoedelijke taliban zonder proces gevangen hielden. "Ik ben voor Amerikaanse toestanden op Schiphol."

Een andere keer zei hij dat alle drugsdealers radicaal moesten worden opgepakt. Fortuyn gaf toe dat zero-tolerance het drugsgebruik niet zou doen verdwijnen, maar zo bleven junkies wel uit het zicht. Later wilde hij de grenzen voor asielzoekers volledig sluiten. Vluchtelingen konden beter in de regio worden opgevangen. We wierpen tegen dat zoiets toch niet kon. Nederland had verdragen afgesloten die zich daartegen verzetten. Fortuyn trok zich daar niets van aan.

Journalisten maakten zo kennis met fact-free politics. De voorstellen waren weinig reëel, maar Fortuyn liet wel zien dat hij wist waar de problemen zaten. Dag in dag uit stonden we voor de vraag: wat doen we met zijn drieste uitspraken? Maken we er een bericht van of leggen we het af? Onrealistische voorstellen en luchtballonnen, van welke partij ook, verdwenen normaal gesproken in de prullenbak. Maar we merkten dat de belangstelling voor Fortuyn toenam. We zagen de hype onder onze ogen opbloeien en vroegen ons af of we daaraan wilden meewerken.

Voor of na bijeenkomsten schoot ik Fortuyn wel eens aan voor een commentaar. Die gesprekken duurden meestal kort. De eerste keer was in IJmuiden, waar ik ook voor het eerst zijn chauffeur/butler Herman zag met de twee hondjes. "Ben jij van Trouw? Nou, dan mag ik niet met je praten", zei hij. "Van wie niet?", probeerde ik. "Dat mag ik niet van Kay", zei hij een beetje temerig en lachend.

'Kay' was Kay van de Linde, de campagneleider van Leefbaar Nederland die zijn vak had geleerd in de Verenigde Staten, waar hij voor een vermaard bureau had gewerkt. De reden voor de boycot van Trouw was een column die op de sportpagina had gestaan waarin Fortuyn was vergeleken met Himmler en Hitler en waarin hem een dodelijke ziekte was toegewenst. De hoofdredactie vond dat de column zo nooit de krant had mogen halen en bood hiervoor Fortuyn zijn excuses aan.

Maar dat mocht niet baten. De voortreffelijke reconstructie 'In de ban van Fortuyn' van Jutta Corus en Menno de Galan maakte later duidelijk dat het boycotten van sommige kranten paste in de algemene mediastrategie van Van de Linde. Later, toen Fortuyn zijn eigen LPF had opgericht, werd deze aanpak verscherpt. Fortuyn werkte alleen nog maar mee aan tv en radio.

Inmiddels is de journalistiek gewend geraakt aan deze aanpak van uitsluiten, maar dat was tien jaar geleden heel vreemd. Je kreeg met iedereen van elke partij een interview. Soms moest de ene krant wat langer wachten dan de ander, maar uiteindelijk kwamen alle media aan de beurt. Hoewel de kans op een interview met Fortuyn door die aanpak nihil was, voerden we op de redactie principiële discussies over de vraag of we wel een interview met Fortuyn wílden. Wat woog zwaarder: het informeren van lezers of het niet willen meewerken aan een mediahype?

Fortuyn, die vermoedelijk geen zin had mijn naam te onthouden en me altijd aansprak met 'de meneer van Trouw', hield het altijd kort, maar beantwoordde wel wat vragen. Dat gold ook voor de paar keer dat ik hem aan de telefoon had, behalve die zondagmiddag nadat hij door het bestuur van Leefbaar Nederland uit de partij was gezet. "Beste meneer van Trouw, hier heb ik helemaal geen zin in. Kijkt u maar naar 'Netwerk' vanavond. Daar zeg ik alles wat ik te zeggen heb."

Eén keer vermoedde ik dat hij me helemaal niet herkende. Dat was vlak na het 'taartincident' in Nieuwspoort toen Fortuyn zijn boek/verkiezingsprogramma 'De puinhopen van acht jaar Paars' presenteerde. In de voorraadkamer achter de bar maakte hij tussen de vaten bier en kratten frisdrank met een natte theedoek zijn hoofd schoon en veegde hij voorzichtig de slagroom van zijn overhemd. Ik vroeg hoe het met hem ging. "Niets ernstigs, maar ik ben erg geschrokken." Dat waren we allemaal bij Trouw, geschokt zelfs. Bij de LPF wilde niemand dat geloven en kregen we voortdurend de gewraakte column voor de voeten geworpen. Tegelijkertijd bleven de contacten met woordvoerder Mat Herben uitstekend.

Ook tien jaar na zijn dood zijn bepaalde gebeurtenissen nog onbegrijpelijk. Medio januari 2002 presenteerde Jan Nagel in een afgeladen Nieuwspoort zijn voorlopige kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen. Daar had de pers naar uitgekeken, want wie durfde de oversteek van de oude naar de nieuwe politiek te maken? Weinigen, zo bleek. Nagel gaf daar zijn draai aan door te zeggen dat lokale talenten konden doorbreken naar de nationale politiek, maar het bleef teleurstellend. Een dag voor de sluiting hadden Tjerk Westerterp en Fred Teeven zich gemeld. We hadden veel lol om het afhaken van Catherine Keyl en Anton Geesink. Andere BN'ers als Henk Wijngaard en Hans Kraaij sr hadden wel toegehapt.

Die avond was ik bezig met het schrijven van het nieuwsbericht en wat portretjes van in het oog springende kandidaten, toen ik Fortuyn op in het 'NOS-journaal' zag. Met een beteuterd gezicht reageerde hij op de kandidatenlijst van zijn eigen partij. Hij vond die 'een beetje dun'. We waren met stomheid geslagen. Hier stond een lijsttrekker zijn eigen lijst af te kraken! Was dat opzet? Wat zat hier achter? Een jaar later bleek dat het een solo-actie betrof van Fortuyn, die daarmee trouwens ook campagneleider Van de Linde wanhopig had gemaakt.

We voelden ons voortdurend op het verkeerde been gezet. Zo ook bij de kwestie rond Rabella de Faria. Zij stond op de lijst van Leefbaar Rotterdam en op die van Leefbaar Nederland. Na het vertrek van Fortuyn bij Leefbaar Nederland en de oprichting van zijn eigen partij, bleef zij echter voor beide partijen op de kandidatenlijst staan. Fortuyn had daar ook geen bezwaar tegen; hij suggereerde zelfs dat zij een uitstekend lijsttrekker zou zijn voor Leefbaar Nederland, de partij die nu zijn concurrent was. Wij van de 'oude pers', met ouderwetse staatkundige waarden en normen, begrepen daar niets van.

Maandenlang worstelden journalisten in Den Haag met het vat van tegenstellingen dat Fortuyn was en hoe hij het speelveld ingrijpend veranderde. Hoe kan het dat een politicus die zo met zijn rijkdom pronkt zo door 'het gewone volk' op handen wordt gedragen? Hij zei uitdagend dat hij er niets voor voelde om minister te worden, omdat het salaris dat bij deze baan hoorde hem 'veel te karig' was. Dat salaris is ruim drie keer zo hoog als dat van zijn aanhangers, maar niemand die daar over viel.

Fortuyn zei vaak dat hij mikte op het premierschap, maar we konden ons daarbij niets voorstellen. Tijdens het tv-programma 'Jensen!' moest Fortuyn hard lachen om de vraag van een kijker of hij van onderen ook kaal was. "Ik zou zeggen: leuke jongens van Nederland, kom het eens bekijken." We zagen Fortuyn nog niet naast andere regeringsleiders als Schröder of Blair staan.

Hoe het ons ook verbaasde; toen de verkiezingsdatum naderde, sloten ook wij niet meer uit dat de LPF de meeste zetels zou halen en dat Fortuyn premier zou worden. Zo ver kwam het niet. Verbijsterd keken we naar het extra Journaal dat eerst het neerschieten en kort daarop het overlijden van Fortuyn bekendmaakte. We vochten tegen de tranen. Tijd voor bezinning was er niet: er moest een nieuwe krant worden gemaakt. Ik zette me aan de necrologie van Fortuyn, terwijl de ME-bussen met loeiende sirenes langs onze redactieruimte aan de Parkstraat scheurden om woedende LPF-aanhangers in de binnenstad in toom te houden.

Dat de wereld er anders uitzag bleek de dagen erna. Voor de ingang van het pand waar wij met andere kranten een ruimte hadden, stonden beveiligers. Er waren bedreigingen binnengekomen. Journalisten die op de stoep van het LPF-kantoor in Rotterdam wachtten op bekendmakingen, kregen van langsrijdende automobilisten de volle laag. De wereld zag er grimmig uit. Het half jaar dat Fortuyn in de politiek rondliep veranderde de politiek, maar ook de parlementaire journalistiek ingrijpend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden