Ben jij het? (2)

Hoewel social networking zoals velen beweren ‘niet meer weg te denken is’, ben ik nog in het stadium dat ik het er bíj moet denken, schreef ik vorige week.

Er zijn de afgelopen decennia zoveel nieuwe media ontstaan, je weet uit ervaring dat het een kwestie van wennen is, en dat je voeg of laat ook tot de gebruikers zult behoren.

Ik ken nog precies één persoon zonder mobiele telefoon. Er zijn diensten waar je je onmogelijk voor kunt registreren als je geen telefoonnummer opgeeft, zó vanzelfsprekend is een telefoonaansluiting geworden. Terwijl zinnen als ’wij hebben geen telefoon’ of ‘wij hebben geen televisie’ ooit heel alledaags waren. ‘Wij hebben geen internet’ – ik denk dat ik die zin tien jaar geleden voor het laatst hoorde.

Enfin, we zijn een week verder en inderdaad, de onwennigheid slijt snel. Elk medium kent zijn eigen stijl van communiceren, zeggen ze, en het is waar, twitter is zeer kortademig en direct (veel mensen twitteren vanaf hun telefoon) waardoor het een soort stream of conciousness wordt, met de paranoïde spanning van mensen die elkaar voortdurend van alles in het oor fluisteren, een nerveusmakende mix van feiten, fictie, meningen en geruchten.

Een bedrijf viert zijn tienjarig bestaan; op Twitter zijn de gebeurtenissen à la minute te volgen, bijeengetwitterd door zeker tien aanwezigen die daar rondlopen met hun i-phones en blackberry’s. Een van de toespraken valt in goede aarde.

‘Ja, leuk praatje van X,’ twitter je, vanachter je bureau.

‘Hé, jij ook hier?’

‘Ja natuurlijk! Die huiscocktail is niet veel hè?’ (Dat weet je uit een andere tweet)

‘Nee, veel te zoet.’

Een bekende journalist twitterde wekenlang uit Polen, terwijl hij gewoon in Nederland was, maar het is mogelijk dat deze twitteraar heel iemand anders is, want ook daar heb je in sociale netwerken mee te maken, spookverschijningen.

Op den duur wordt zo’ n sociaal netwerk een beetje zoals een kamer vol verjaarsvisite. Daar is I****, die voortdurend Chinese gelukskoekjes openmaakt en droogkomisch commentaar geeft bij de boodschap, daar is R***, die ons vooral op de hoogte houdt van zijn vele optredens en verschijningen in de publiciteit, daar is A***, die vooral eigenaardige foto’s plaatst en daar dan voor zichzelf een passende activiteit bij verzint, daar is L***, die ik totaal niet ken, die het heel ernstig over een vakgebied heeft waar ik niets van begrijp, dan is er M****, wiens leven eruit ziet als één lange kroegentocht, telkens in een ander flamboyant maatpak en altijd in het gezelschap van vrolijk lachende partygirls, of B***, die dag en nacht optredens van bands lijkt bij te wonen, en daar is C***, een exotische vrouw die veelvuldig spreekgestoeltes bestijgt, bloemen ontvangt, op recepties gekiekt wordt met oudere, veelal bebaarde heren en die ik niet ken, althans, in real life, of S***, dan is er T**, die zelden iets zegt en vooral foto’s van zichzelf plaatst waarop hij een geheimzinnig teken maakt, dan is er nog mijn dochter, die hoofdzakelijk testjes doet in de trant van ‘wat zou je hippienaam geweest zijn?’ en wil dat anderen die testjes ook doen, en natuurlijk mijn oude Noorse vriendin R****, over wie ik vorige week schreef, die nooit niks doet, althans op Facebook.

Zoals ik zei: een kamer vol visite. Niemand normaal, iedereen vertrouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden