Ben je mooi? Dan ben je een slet.

In Albanië en Sardinië, twee uithoeken van Europa, leven archaïsche verhoudingen voort. In twee prachtige vertellingen laten Ornela Vorpsi en Milena Agus zien waar vrouwen in een mannenwereld hun troost zoeken.

Ornela Vorpsi: Het land waar je nooit sterft. Vertaald uit het Italiaans door Yond Boeke en Patty Krone. Van Oorschot, Amsterdam. ISBN 9789028240889; 117 blz. euro15

Milena Agus: Het huis in de Via Manno. Vertaald uit het Italiaans door Jeanne Crijns. De Geus, Breda. ISBN 9789044512243; 144 blz. euro14,90

Albanië en Sardinië vormen het archaïsche, licht exotische decor van twee prachtige korte vertellingen, geschreven door vrouwen die tot dezelfde generatie behoren. Vorpsi vertelt het autobiografische verhaal van een mooi meisje dat opgroeit in het naoorlogse Albanië, communistisch en internationaal sterk geïsoleerd. Door haar ogen krijgen we een episodische, maar onvergetelijke blik op deze bizarre en keiharde uithoek van het naoorlogse Europa: het land van ’stof en modder’ waar men nooit sterft en leeft met de wijze spreuk: „Wie leeft, haat ik en wie sterft, beween ik.” Geestelijk voedsel zoekt de hoofdpersoon al snel in boeken, haar verslaving, haar drugs. Haar beeldschone moeder lijdt aan een aandoening die is voorbehouden aan ’intelligente en gevoelige mensen’, nevrosa gravis.

Haar vader is een politiek gevangene; hij zou namelijk gezegd hebben dat er op de markt geen aardappels te krijgen waren... Door zijn lange afwezigheid en door de echtscheiding die haar moeder aanvraagt, raakt het meisje van hem vervreemd. Na zijn vrijlating gebruikt hij haar vooral als middel om informatie te krijgen over het leven van zijn ex-vrouw.

De Sardinische Agus laat een kleindochter een prachtige geschiedenis vertellen over haar kleurrijke en beeldschone grootmoeder. Na angstvallig geheimgehouden depressies en zelfmoordpogingen belandt grootmoeder in een gearrangeerd en lange tijd liefdeloos huwelijk. Grootmoeder lijdt aan de ’stenenziekte’ oftewel nierstenen, waarvoor ze in 1950 naar de thermale baden van Civitavecchia afreist.

Dit verblijf op het vasteland zal haar leven totaal veranderen, letterlijk in tweeën splijten. Want in het kuuroord ontmoet ze ’de Veteraan’, voor wie ze meteen liefde voelt en met wie ze voor het eerst de liefde leert kennen, ’het mooiste wat er is’, de enige drijfveer die het leven de moeite waard maakt.

In beide boeken beleven de hoofdpersonen hun vrouwelijkheid en de liefde in een benauwend machistische atmosfeer. In de Albanese context is alles gedomineerd door de mannen die ieder mooi meisje, iedere aantrekkelijke vrouw meteen als hoer kwalificeren en verbaal bezit van haar nemen. Het is een universum van agressieve, grove zinnelijkheid waarin mooie vrouwen door mannen als object worden benaderd en door lelijke vrouwen jaloers en snibbig worden afgekat. Schoonheid is een vloek: „Ja, ja, jij wordt later een grote slet*”.

Ook de Sardinische grootmoeder in Agus’ verhaal was een heel mooi meisje en ook haar schoonheid zien mannen vooral als verdacht en demonisch. De meeste geïnteresseerden gaan dan ook nooit verder dan een eerste avance. In haar huwelijk zal het lang duren voordat grootmoeder liefde voelt, ondanks het steeds uitgebreider en geraffineerder repertoire aan ’diensten’ die ze grootvader in bed verleent.

In beide boeken speelt het vurige verlangen naar een andere, vrijere wereld. Vanuit het archaïsche Sardinische Cagliari kijkt de grootmoeder uit Cagliari reikhalzend uit naar het vrijere vasteland, al is het maar voor een familiebezoek in Milaan: ’heel erg groot en zeer voornaam, met kolossale gebouwen met weelderige versieringen, een schitterende stad’. Vooral droomt ze er, na dertien jaar, de Veteraan terug te vinden: „Als grootmoeder de Veteraan zou zijn tegengekomen, was ze er met hem vandoor gegaan zoals ze was, met alleen de kleren die ze aanhad, haar nieuwe winterjas, haar haar bij elkaar gestoken onder haar wollen muts en haar damestasje en haar schoenen die ze speciaal had gekocht om er elegant uit te zien, mocht ze hem tegenkomen.”

Italië is het droomland van de arme Albanezen die tot 1991 leden onder de opgelegde droom van een communistische heilstaat. Wanneer de Albanese Eva en haar moeder echter in dit beloofde land zijn gearriveerd, is de vrouwonvriendelijke sfeer uit hun thuisland ongewijzigd. Ook in Italië zien mannen in elke vrouw een hoer. Terwijl Eva een sigarenwinkel is binnengegaan om twee buskaartjes te kopen, lijkt een jongen haar moeder te hebben gevraagd of hij haar koffers zou dragen. Moeder had haar best gedaan om de Italiaanse zin te onthouden: „Hij zei: ’Voor hoeveel neuk je?’ Het moet iets met de koffers te maken hebben. ’Voor hoeveel neuk je?’ Ook Eva deed haar best om de zin die een zo begeerlijke buitenlander had gezegd in haar geheugen te prenten; later zou ze aan haar nicht die goed Italiaans sprak vragen wat het precies betekende.”

Voor beide vrouwen zijn literatuur, kunst en muziek bij uitstek de middelen om geestelijke vrijheid en liefde te benaderen en soms te bereiken. Boeken en gedichten zijn vensters op een andere, vrijere wereld vol liefde en gevoel.

De Sardinische Madame Bovary bloeit des te meer op wanneer ze haar enige zoon ziet uitgroeien tot een uiterst begaafd pianist. En altijd neemt ze haar zwarte opschrijfboekje met de rode rand mee om haar geheimen vast te leggen en tot literatuur om te vormen. Net als ooit de grootste schrijfster van haar eiland, Nobelprijswinnares Grazia Deledda.

En net als de grote Deledda, komt ook de sympathieke Milena Agus zeer authentiek over. Je leest dit verhaal in één adem, met geloof en overgave. Ook al zullen we nooit te weten komen in hoeverre grootmoeders liefde voor de Veteraan werkelijkheid of fantasie was, net als bij dat beroemde verhaal van Dante over de overspelige Paolo en Francesca. „’Zullen we elkaars glimlach kussen?’ vroeg grootmoeder aan hem en ze gaven elkaar een vurige, eindeloos lange zoen en daarna zei de Veteraan tegen haar dat Paolo en Francesca, twee mensen die niet van elkaar mochten houden, in het vijfde canto van het Inferno ook elkaars glimlach hadden gekust, want Dante had precies dezelfde gedachte gehad.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden