Ben ik gelukkig? Even mijn app checken

Met apps op je smartphone kun je alles meten: hoe lang je slaapt, hoeveel calorieën je eet, hoe veel je beweegt. Catrien Spijkerman probeerde het drie jaar geleden uit en raakte verslaafd: 'Je hoeft niet meer te luisteren naar zoiets vaags als verlangens of intuïtie.'

Reageren?


Bent u ook verslaafd aan uzelf volgen via apps? Of gruwt u er juist van? Stuur uw ervaringen naar tijdpost@trouw.nl in max. 120 woorden o.v.v. naam en woonplaats.


Ik móet en zal mijn smartphone bij me hebben als ik ga hardlopen. Want op die telefoon zit Moves, de app die mijn dagelijkse portie bewegen bijhoudt en uitrekent hoeveel calorieën ik verbrand. Twee jaar geleden installeerde ik Moves, toen ik voor dit magazine bij wijze van experiment allerlei meet-apps uitprobeerde. Ik beschreef toen in Tijd een doorsnee-dinsdag uit mijn leven: "Ik word wakker om 7.22 uur, nadat ik 7 uur en 2 minuten heb geslapen, waarvan 45 procent in diepe slaap. Ik ren 8,2 kilometer in 43 minuten (6600 stappen gezet, 431 calorieën verbrand). Ik voel me voor 57 procent gelukkig en voor 32 procent relaxt. Ik werk 9 uur en 7 minuten op mijn computer, waarvan bijna 6 uur in Word en 16 actieve minuten op Facebook. Ik eet en drink 2135 calorieën, en spendeer 3 uur en 40 minuten aan 'sociale ontspanning'."


Toen was het nog een relatief nieuw verschijnsel, tegenwoordig verzamelen onder de noemer Quantified Self (QS) miljoenen mensen data over hun dagelijks leven, om zo beter te begrijpen hoe ze functioneren. Ook in Nederland dijt deze 'beweging' flink uit, al was het maar omdat iedere nieuwe iPhone standaard is voorzien van self trackers. Apps op de smartphone zijn de meest gebruikte meetinstrumenten, maar ook hartslagarmbanden en slaapsensoren zijn in trek.


Veel meet-apps gooide ik na een proefperiode van mijn telefoon, sommige liet ik zitten. Zoals Moves. Ruim twee jaar geleden beschreef ik nog met enige verbazing mijn teleurstelling wanneer ik een keer mijn telefoon niet bij me had tijdens het hardlopen. Werden de kilometers niet gemeten, dan 'telden' ze immers niet. Dat overkomt me dus niet meer. Ik kan niet ontkennen: ik ben verslaafd geraakt aan die cijfers. Vaker dan ik zou willen scroll ik gedachteloos door de dagen om de kilometers en calorieën te bekijken. Lekker gerend gisteren? Geen idee, maar het was wel 10,1 kilometer (533 calorieën). Wat ik er precies aan heb, is me niet duidelijk, maar ik kan niet meer zonder. Ik denk dat het me een idee van controle geeft. Alsof ik mezelf via die cijfers in de gaten kan houden.


Ik ben niet de enige, het kwantificeren heeft een grote vlucht genomen. De QS-beweging komt oorspronkelijk uit de VS, waar inmiddels een op de vijf mensen zijn dag in cijfers omzet. Er kwamen talloze apps bij. Of het leven er leuker op wordt? Onlangs verscheen in het wetenschappelijke Journal of Consumer Research een onderzoek waarin werd aangetoond dat zelfmeten perverse gevolgen kan hebben. Proefpersonen met een stappenteller zetten weliswaar meer stappen dan proefpersonen zonder zo'n teller, maar bleken minder plezier aan hun wandeling te beleven. Hetzelfde gold voor activiteiten als lezen en figuren inkleuren. Door de aandacht te verschuiven naar de kwantitatieve uitkomst, voelt een als aangenaam bedoelde activiteit ineens als werk, suggereren de onderzoekers.


Dat herken ik wel. Dat meten - of het nu mijn gemoedstoestand of mijn beweging is - maakt me er voortdurend van bewust dat alles resultaat moet hebben. Die resultaten dwingen me vervolgens weer tot actie. Te weinig geslapen in het weekend? Dan stel je jezelf slaapdoelen. Hele dag achter de computer gezeten? Dan ga je een extra blokje om - ik ga niet wandelen, maar stappen scoren. Niet dat iemand zegt dat het moet. Maar als ik weet dat zitten het nieuwe roken is, en ik weet nu ook hoeveel uren ik dagelijks zit - dan kan ik dat toch niet negeren? Met data in de hand kun je immers een betere versie van jezelf maken.


Peter Joosten (31) voegt de daad bij het woord. 'Project Leven' heet zijn website, waarop hij al zo'n drie jaar verslag doet van alles wat hij meet en verandert aan zichzelf. Ongeveer iedere maand doet hij een experiment. Hij ontdekte zodoende bijvoorbeeld dat hij minder stress heeft als hij twee keer per week een ijsbad neemt. "Verder slaap ik beter wanneer ik na 12 uur 's middags geen koffie meer drink, ben ik het meest productief tussen acht en tien uur 's ochtends, terwijl mediteren juist 's avonds de beste uitwerking op mij heeft."


Toen ik Joosten er naar vroeg, vertelde hij door de zelfmetingen minder op de automatische piloot te leven: hij koos er bijvoorbeeld bewuster voor om wel of niet een biertje te drinken, omdat hij inmiddels precies wist welke uitwerking het op hem zou hebben. Na drie jaar intensief meten besloot hij een maand lang helemaal niks te registreren. "Bevrijding is een groot woord, maar er was wel meer ruimte voor mijn gevoel", zegt hij daarover. "Want zelfs al hoef ik voor sommige metingen niks te doen, onbewust ben ik er toch altijd mee bezig." Na die maand pakte Joosten zijn oude meetgewoontes overigens gewoon weer op.


Martijn de Groot (40) dacht altijd dat hij in de weekends de slaap inhaalde die hij tijdens zijn drukke doordeweekse dagen miste. Tot hij met Sleepcycle zijn slaapactiviteit ging meten. Via sensoren in zijn smartphone registreert die app aan de hand van trillingen via het matras of je slaapt, en hoe onrustig je bent. Wat bleek: in het weekend sliep De Groot zelfs nog minder en slechter dan doordeweeks. Het verraste hem, want aan het einde van het weekend voelde hij zich meestal goed uitgerust. "Dat kwam waarschijnlijk doordat ik in het weekend leuke dingen deed en de dagen relaxt inrichtte", denkt hij nu.


Toen hij meer te weten was gekomen over zijn slaapgedrag, stelde hij zichzelf een doel: iedere dag een half uur eerder naar bed.


Een goed voorbeeld van wat via de app verzameld inzicht in eigen gedrag met mensen doet. Als je je uitgerust voelt, moet je dan niet gewoon tevreden zijn? Wat de app ook zegt? Blijkbaar niet, we gaan alsnog doelen stellen.


Martijn de Groot is oprichter en onderzoeksleider van het Quantified Self Institute aan de Hanzehogeschool in Groningen. 'Challenge yourself' luidt de slogan in het promofilmpje op de website van het instituut. We zien een jongen, Daan, na het hardlopen de eerste hap van zijn pizza nemen - tot zijn telefoon hem eraan herinnert dat dit geen goed idee is. De pizza belandt in de prullenbak, even later zit hij achter een tafel vol salades, die hij - nota bene tussen twee happen door - invoert in een programmaatje op zijn laptop. Steekt z'n vriendin 's avonds romantisch kaarsjes aan, dan wordt Daan nog voor de eerste kus door zijn telefoon tot de orde geroepen: hij zou al een uur moeten slapen. En hij duikt meteen zijn bed in.


Het filmpje illustreert in alle banaliteit precies wat me zo tegenstaat. Quantified Self objectiveert je gedrag, waardoor je niet meer hoeft te luisteren naar zoiets vaags als verlangens, gevoelens of intuïtie. Voor- taan laat je je leiden door je data. Dat mijn gelopen kilometers me een gevoel van controle geven, vind ik alarmerend. Ben ik gelukkig, ben ik gezond? Even mijn apps checken.


Een nieuwe app genaamd 'pplkpr' (people keeper) legt precies bloot hoe bizar dat is. De makers van pplkpr, een groep Amerikaanse kunstenaars, beloven je een optimaal sociaal leven. Onder andere via meting van hartslag en hartritme analyseert de app welke persoon je nerveus maakt, en bij wie je altijd vrolijk wordt. Vervolgens 'regelt' de app je sociale leven. Hij plant afspraken in met mensen die je een goed gevoel geven, vervelende personen worden geweerd. De app is bedoeld als provocatie, schrijven de bedenkers op hun website. Hoe ver moeten we eigenlijk gaan in het optimaliseren van onszelf? Wat willen we allemaal uitbesteden aan onze apps?


Als ik die vraag nu voorleg aan Martijn de Groot van het Quantify Self Institute, benadrukt hij dat QS niet bedoeld is om je gedrag te veranderen. "Het doel is jezelf te begrijpen. De data zijn een extra middel om te reflecteren op wie je bent en wat je doet. Bij sommige mensen leidt dat inderdaad tot gedragsverandering."


Peter Joosten begrijpt mijn angst voor mijn hyperbewuste zelf beter. "Ik moet zelf ook oppassen", erkent hij. "Bij onze generatie leeft het idee dat je een 'optimaal mens' moet zijn. Via sociale media worden we bijvoorbeeld voortdurend geconfronteerd met afgetrainde lijven, succesvolle start-ups en andere manieren waarop mensen excelleren. We moeten presteren."


Misschien ben ik toch beter af zonder die cijfers en grafieken over mijn gedrag en gesteldheid. Zeker, ze sporen me aan meer te bewegen, gezonder te eten, langer te slapen. Maar al te veel numeriek 'zelfinzicht' brengt de neuroot in mij boven, die vindt dat het altijd beter kan. Mijn 'optimale zelf' ga ik daar zeker niet mee vinden. Daarvoor moet ik weer leren vertrouwen op gevoel en intuïtie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden