Bemidji wil toeristen lokken met houthakkersromantiek

Het noordwesten van Minnesota bloeide ooit dankzij de houtkap. Maar goedkope concurrentie en strenge regelgeving baren de inwoners van nu zorgen. Aflevering 1 van een serie.

Midden in Bemidji staat, langs de oever van de Mississippi, het zes meter hoge standbeeld van Paul Bunyan, de mythische houthakker. De avontuurlijke verhalen over deze sprookjesfiguur met superkracht dateren uit het begin van de twintigste eeuw en ze spreken tot de verbeelding van veel Amerikanen. Paul Bunyan, traditioneel vergezeld door de Blauwe Os Babe, is hier een toeristische attractie van formaat.

Bemidji is vanuit het noorden gezien het eerste stadje aan de Mississippi, met 14.000 inwoners. Het is groot geworden door de houtkap aan het einde van de negentiende eeuw. In Lake Bemidji werden indertijd de gekapte stammen verzameld waarna ze met grote hoeveelheden tegelijk stroomafwaarts dreven naar de houtzagerijen. Met de komst van de spoorlijn in 1893 was het gedaan met het riviertransport.

De houtkap bleef. Paul Bunyan en Bemidji zijn ook nu nog het centrum van de Amerikaanse houthakkerswereld, hoewel nog maar drie procent van de lokale economie leeft van die houtkap, en een paar procent extra vanwege de houtverwerkende industrie.

Bemidji ligt tussen de vele meren en uitgestrekte witte espenbossen. De bomen lijken op uit de kluiten gewassen witte berken, van de stammen worden platen geperst hout gemaakt. De lucht is fris, schoon en strakblauw. Donkere mensen kom je hier nauwelijks of niet tegen. Mensen zijn hier, net als de espen, wit.

Machinaal kappen

Bill Taylor leerde bomen kappen met een kettingzaag in de handen van zijn grootvader, die het weer van zijn grootvader leerde. Met zijn ploeg van drie man is hij dertig kilometer buiten Bemidji dennen aan het kappen. Dat gebeurt allang niet meer met een bijl, grote machines trekken voren in het bos van circa 5 meter breed. Een grijper pakt acht tot tien dennebomen, drukt ze samen en snijdt de stammen iets boven de grond af. Meter na meter na meter. Om de tien meter in de breedte wordt steeds vijf meter geoogst en dan weer tien meter niet. Zo kan het bos groeien en herstellen. Taylor: "Over tien jaar kom ik terug om de bomen die we nu laten staan te kappen."

Een tweede machine met een lange arm pakt de afgesneden bomen op, stript ze van bladeren en takken en zaagt de stammen in stukken van twee meter voor verwerking in de ultramoderne Potlach-houtzagerij even buiten Bemidji.

"We werken in de winter bij temperaturen van min 30 graden en maken dan dagen van twaalf tot zestien uur", zegt Taylor. De winter is de beste periode voor de kap, want dan is de grond bevroren en zakken machines en boomstammen niet weg in de zompige bodem. "We laten eerst de motor van de grijpmachine een uur draaien om op te warmen, maar dan is het prima werken."

De houtkap is niet slecht voor de natuur, integendeel: het bos wordt er gezonder en gevarieerder door, stelt Taylor. "Te veel grote bomen doden al het kleinere gewas omdat het onder de dennentakken heel donker wordt in het bos. Er is geen jong groen meer, en dus zijn er ook geen herten. Mijn overgrootvader vertelde dat er in zijn dagen geen herten in de oerbossen zaten. Door de houtkap zijn er nu veel. Zo nu en dan ga ik met pijl en boog jagen en schiet ik een hert om met mijn gezin op te eten."

Natuurmens

Bill Taylor vertelt het verhaal met trots, hij ziet zichzelf als een natuurmens in hart en nieren. Zo is hij opgegroeid en zo leert hij het zijn kinderen. Het is hard werken in de houtkap en of zijn zoon van 12 het later zal overnemen, weet hij nog niet. Hij werkt lange dagen, zeven dagen in de week. "Ik heb een aardig inkomen, maar zit in de lage middenklasse en de risico's zijn groot in deze business."

Aan Highway 71 buiten Bemidji staan vader en zoon Dudek. Vader Larry werkt niet meer, hij wordt behandeld voor kanker. Zoon Joe runt het bedrijf met een man of tien personeel. Hij heeft net een groot areaal langs de vierbaansweg gekapt in opdracht van een particuliere eigenaar die in geldnood zit en het hout verkoopt. Bij bosbeheer van Minnesota zijn ze er niet blij mee. Het is een lange kale vlakte langs de weg geworden. Maar over particulier terrein heeft de overheid niets te zeggen.

Joe Dudek moet de vele gevelde dennebomen nog ontdoen van takken en naalden en in handzame blokken van twee meter zagen voor hij ze kan transporteren naar de zagerij. Larry kijkt tevreden toe. Toen hij in de jaren zeventig begon als houthakker, waren het zware tijden. Alles werd met de hand gedaan. "Je wist niet beter. We hadden toen de machines niet die we nu wel hebben."

Apparatuur heeft het werk van vele houthakkers overgenomen. "Ik doe het werk van vijf houthakkers. Mijn zoon zal in de toekomst twaalf man moeten gaan vervangen", zegt Bill Taylor, die ook een houtkapbedrijf runt. Zo is de efficiencyslag al generaties aan de gang.

Joe Dudek grinnikt erom. Kappen doet hij nauwelijks meer. Sinds hij het bedrijf van zijn vader overnam is hij alleen nog maar bezig met zijn smartphone. Hij overlegt met private landeigenaren en zagerijen over prijzen en kapprojecten. De meeste terreinen waar bomen gekapt moeten worden, worden via een veiling aangeboden en daar moet hij op bieden. Schertsend zegt Joe: "Als je kunt gamen kun je straks prima in de houtkap werken op je iPhone of op een machine in het bos".

Doelmatigheid, daar gaat het om. Aan het begin van de twintigste eeuw werkten nog ongeveer 2000 man in elk van de twee grote houtzagerijen van Bemidji. Nu werken er bij Potlach minder dan 200. "De productie is sinds de jaren negentig verdubbeld, maar we gebruiken slechts de helft meer hout", zegt hout-inkoopmanager Brian Bignall van Potlach. "We berekenen de capaciteit van een boomstam per computer."

In de fabriek worden de diameter en de kwaliteit van het hout met sensoren gemeten. De computer berekent vervolgens de maximale hoeveelheid planken en balken die eruit kunnen worden gehaald, en in welke dikte en lengte. "Afval hebben we niet. Het zaagsel wordt als compost op het land gebruikt." Per dag gaan er 200 vrachtwagenladingen hout door de fabriek, waarbij arbeiders vooral met controle van de kwaliteit bezig zijn.

Prijs en omzet

De macht van de zagerijen is Bill Taylor een doorn in het oog. "Er zijn te weinig zagerijen waar we onze boomstammen kunnen afzetten, dus qua prijs zijn we afhankelijk. Meer zagerijen geeft ons als houthakkers een betere positie om over de prijs te onderhandelen."

Voor Joe Dudek is het aantal zagerijen niet eens het grootste probleem. In het gebied rondom Bemidji mogen jaarlijks maximaal 800.000 cords hout worden gekapt. Althans in de bossen die eigendom zijn van de staat Minnesota. Een cord is 3,63 kubieke meter hout.

"Ik moet continu op zoek naar te kappen bossen op privégrond om een grotere omzet te maken. In de staatsbossen kan best 25 procent meer worden gekapt. Er is ruimte genoeg, maar de overheid heeft handen tekort om het te begeleiden", moppert hij. Er liggen volgens hem veel onbenutte kansen.

Midden in het centrum van Bemidji - een handvol winkelstraten die misschien ooit drukbezocht zijn geweest - staat aan een verlaten plein het gebouw van het regionale ondernemerscentrum. David Hengel is directeur van Greater Bemidji. Hij moet met zijn mensen het stadje in economisch opzicht opstuwen in de vaart der volkeren. Hengel schudt zijn hoofd. "De houtproductie domineert hier niet meer. Vroeger was het alles. Nu is er grote concurrentie uit Canada. De Amerikaanse dollar is veel te duur voor de export, de Canadese is goedkoop."

Ook de regelgeving is een last aan het worden voor de houthakkers in Minnesota. Het aantal cords dat gekapt mag worden - toch al krap volgens Joe Dudek - staat volgens Hengel onder druk. Houthakker Taylor wijst op de natuurlijke spanning tussen de houthakkers en bosbeheer. De laatste draagt ook zorg voor het herplanten van gekapte bomen.

"We praten over grote omzetten in onze branche, maar de vraag is hoeveel je eraan overhoudt." De van nature onbezorgde Bill Taylor spreekt zijn zorgen uit. "Je kunt twee prima maanden hebben, maar dan blaas je een machine op en daar gaat je winst." De marges zijn klein, de kosten hoog, het risico en de concurrentie enorm.

Dudek en Taylor zijn ondernemers, ze stemmen Republikeins. "Republikeinen zijn beter voor houthakkers en voor onze business. De Democraten letten te veel op het milieu", verwoordt Dudek het algehele politieke sentiment in de branche.

Het bosbeheer zal in de uitgestrekte wouden in het tienduizend-meren-gebied van Minnesota blijven bestaan, dus ook de houtkap. Er is een spanning tussen natuurbehoud en houtkap, maar tegelijkertijd kunnen beide niet zonder elkaar. Het is steeds zoeken naar de balans. Hoe die uitvalt, dat is een politieke keuze.

Vergane glorie

Voor Bemidji is de houtkap voornamelijk vergane glorie. Maar al is Bemidji nauwelijks de rivierstad meer van vroeger, zijn imago van houthakkersstad oefent wel aantrekkingskracht uit op toeristen. Net als de duizenden meren en de Mississippi veel mensen trekken om van de natuur en het vissen te genieten. Het metershoge standbeeld van Paul Bunyan helpt daarbij een beetje, want Amerikanen houden van hun geschiedenis en de oer-houthakkers van toen. De gemechaniseerde houtkap van nu houdt het verleden levend. En dat is goed voor het toerisme, de nieuwe economische motor langs de rivier.

L

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden