Bellow, schrijver van frictie

De dinsdag overleden Saul Bellow was een van de grootste naoorlogse schrijvers van de Verenigde Staten; de 'cartograaf' van de stadsbourgeoisie die hij, immer met ironie en afstand, beschreef. Al besefte hij dat ook hij er deel van was.

Van 'De Grote Drie' in de Amerikaanse literatuur, Saul Bellow, Philip Roth, John Updike, was de gisteren overleden Bellow ongetwijfeld de meest 'Europese' schrijver.

Bellow werd geboren in Lachine, een kosmopolitische, ghetto-achtige buitenwijk van Montreal, in een gezin dat, net uit Rusland geëmigreerd, thuis nog Jiddisch sprak. Hij ontwikkelde zich tot een auteur die altijd met een zekere scepsis, ironie en intellectuele afstand aankeek tegen de gemiddelde robuuste Amerikaan, zoals die bijvoorbeeld door Ernest Hemingway werd neergezet.

Zijn meeste werk speelt zich af in Chicago. De stad die in zijn oeuvre is wat Londen in dat van Dickens was, biotoop en leverancier van alle mogelijke karakters. Bellow, de stadsmens, was ook de introverte intellectueel, die de Amerikaanse maatschappij waarin hij leefde spiegelde aan de waarden van de oude wereld; zijn literaire voorouders waren Dostojevski, Kafka en Proust, zijn wijsgerige ideeën gaan terug op Hegel, Schopenhauer en Nietzsche.

In zijn eerste roman, 'Dangling man' uit 1944, schildert hij in zekere zin de voorvader van al zijn latere hoofdpersonen: 'Er was een tijd dat mensen de gewoonte hadden zich geregeld tot zichzelf te richten en zich niet schaamden om hun innerlijke transacties op te schrijven. Maar als je tegenwoordig een dagboek bijhoudt, wordt dat als een soort toegeeflijkheid jegens jezelf gezien.'

Bellow was zo'n toegeeflijke, uit de mode geraakte schrijver die de ziel van zijn hoofdpersonen beschreef en hun moeizame verhoudingen tot de omliggende wereld in kaart bracht. Een trans-Atlantische verwant van Sartre en Camus. Joseph uit

'Dangling man' komt niet buiten, peinst in zichzelf, wijst hulp van vrienden af, verwaarloost zijn vrouw en zijn maîtresse en wentelt zich in depressieve vervreemding.

Bellows helden zijn merendeels joodse intellectuelen die zich bewust zijn van hun kosmopolitische achtergrond en een scherpe neus hebben voor de incongruenties en fricties van het simpelere, oer-Amerikaanse bestaan waarmee ze te maken krijgen.

Ze wijzen zowel het marxistische denken als het opportunistische materialistische denken af, het zijn in wezen apolitieke binnenvetters die hun eigen ongerijmdheden onder de loep nemen.

De hoofdpersoon uit 'Henderson the Rain King' uit 1959 bijvoorbeeld is een Amerikaanse tycoon die rechterhand wordt van het opperhoofd van een Afrikaanse stam. Een hilarisch boek over het oerverlangen naar simpele waarheden in een doorgeschoten technocratie.

De held uit 'Humboldt's gift' (1975), de dichter Von Humboldt Fleisher, is een verre nazaat van 'dangling' Joseph: een manisch-depressieve figuur die cycli schrijft over zijn voortdurende stemmingswisselingen.

Ook in het eerdere 'Herzog' uit 1964, naast 'Humboldt's gift' Bellows belangrijkste roman, treft de innerlijke discussie van de hoofdpersoon. Moses Herzog wordt heen en weer geslingerd tussen lagere lusten en hang naar een gecultiveerde wereld. Eigenlijk is hij, via de vrouwen die hij begeert, op zoek naar soelaas voor zijn eigen ijdelheden en menselijke zwakheden. Ze zijn zijn bestaansgrond en ondergang ineen.

Bellows bijpassende auteurshouding lijkt ook in zijn stijl en beeldend vermogen uit te zijn op een verzoening tussen twee houdingen: hij schrijft tegelijkertijd mild begripvol en indringend-ironisch. In wezen is hij de cartograaf van de Amerikaanse stadsbourgeoisie maar met steeds een sceptisch Europees oog.

Bellow wordt beschouwd als misschien wel de belangrijkste Noord-Amerikaanse schrijver van na de oorlog. Hij is winnaar van talloze Amerikaanse prijzen; de Pulitzerprijs voor 'Humboldts Gift', de National Book Award voor 'Herzog' en voor 'Mr. Sammler's Planet'. Ook Frankrijk en Israël gaven hem hoge literaire onderscheidingen en in 1976 ontving hij de Nobelprijs voor literatuur.

Saul Bellow begon als schrijver van compacte romans, die later steeds meer zouden uitdijen. Maar naar het eind van zijn leven 'bekeerde' hij zich steeds meer tot de novelle en het korte verhaal, die volgens hem beter beantwoordden aan de zucht van de moderne mens met al zijn snelle prikkelingen en afgeleidheid.

Ondanks zijn kritische haat-liefdeverhouding tot de moderne, oppervlakkige Amerikaanse maatschappij, nam hij toch nooit definitief afscheid van haar. Hij realiseerde zich wel degelijk dat hij, de joodse intellectueel met de Europese erfenis, er toch ook middenin stond. Wat dat betreft getuigt zijn hele oeuvre van een gestage aanpassing van en ontsnapping uit het in zijn eerste roman gepropageerde isolement.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden