'Belgische wielrenners zijn strontverwend' 'Zo'n jongen krijgt meteen twee fietsen en een fanclub'

AMIENS - Razendknap zette Johan Bruyneel gisteren de Touretappe Evreux-Amiens naar zijn hand. Als een leeuw vocht Wilfried Nelissen voor zijn gele trui. Maar om nu te zeggen dat het goed gaat met het Belgische wielrennen . . . Johan Museeuw, vaste waarde in de top 10 van het FICP-klassement, won in april de Ronde van Vlaanderen en loodste Mario Cipollini dit seizoen al naar menige sprintzege. Maar om nu te zeggen dat het goed gaat met het Belgische wielrennen...

“Het is absoluut goed voor de wielersport in Belgie dat Nelissen drie dagen in het geel heeft gereden,” zegt werkloos ploegleider Jose de Cauwer.

“Zakelijk gezien voor de sponsor en de sponsoring in zijn algemeenheid, en sportief omdat Wilfried een jonge renner is. De manier waarop hij maandag die trui pakte en later in de week heroverde, moet evenzeer tot de verbeelding spreken. Hij deed het door aanvallend te koersen, door in de tussensprints bonificatieseconden te vergaren. Marc Sergeant had dinsdag de gele trui van hem kunnen overnemen. Gelukkig is dat niet gebeurd. Het geel pakken terwijl je je de hele dag achter een vluchtmakker verschuilt, dat is toch geen propaganda voor de wielersport. Dat Nelissen successen boekt, is mooi en gevaarlijk tegelijk. We moeten waken voor een euforische stemming. We wisten natuurlijk allemaal dat Wilfried geen blijvertje was in de gele trui. En ook wanneer iemand als Bruyneel een etappe wint, wil dat niet zeggen dat het ineens goed gaat met het Belgische wielrennen.”

De harde feiten stemmen droevig. De gloriedagen van Eddy Merckx (met 35 etappeoverwinningen en 96 dagen in het geel nog steeds recordhouder in de Tour de France) en Lucien van Impe (net als Frederico Bahamontes liefst zesmaal bergkoning) zijn allang voorbij. Tussen 1919, toen Firmin Lambot de eerste gele truidrager van Belgische komaf was, en 1985, toen Eric Vanderaerden drie dagen lang de top van het klassement sierde, ging er haast geen jaar voorbij of er was wel een Belg die zich een of meerdere dagen in het gouden habijt mocht tooien. Pas acht jaar na de kortstondige machtsgreep van Vanderaerden werd Nelissen de 51e Belg die dat genoegen mocht smaken.

In de jaren zestig telde de Belgische wielerbond (BWB) ongeveer driehonderd beroepsrenners. In de glorietijd van Merckx (tussen 1969 en pakweg 1975) waren dat er ruim 200. Bij het ingaan van het seizoen 1993 bleek dat aantal gehalveerd: 103. In dat voor Nederlandse begrippen nog altijd indrukwekkende aantal zijn ook de veldrijders en de broek- en trui-types begrepen die door vriendin, vrouw of familie worden onderhouden. De doorstroming van neoprofs stagneerde in dezelfde mate. Tot voor kort maakten ieder jaar wel twintig amateurs de overstap naar de profs. 1989 Was een spektaculaire uitschieter (36). De magere score van dit jaar (9) kleurt beter bij het moyenne van de laatste jaren. Het tragische dieptepunt werd in 1990 bereikt: toen verrijkten slechts zes neo's het ingekrompen peloton. De kaalslag ging ook aan de ploegen niet voorbij. Bij de BWB staan er slechts vijf ingeschreven, waarvan niet meer dan twee serieus zijn te nemen: Lotto en Collstrop. De drie andere roeren zich voornamelijk in kermiskoersjes, waarvan de uitslag grotendeels door bookmakers, makelaars en driftig met elkaar handelende renners wordt bepaald.

Uit respect en pieteit voor het Belgische wielrennen liet directeur Jean-Marie Leblanc Lotto toe tot de Tour de France, wetende dat de ploeg Vandenbroucke, die aan het eind van het afgelopen seizoen Museeuw, Redant en Moreels zag vertrekken zonder er noemenswaardige versterkingen tegenover te stellen, deze maand weinig heeft te zoeken op de Franse wegen. Het hoongelach over de wild card voor Lotto wond Vandenbroucke de vorige week bij de start van de Tour zichtbaar op, maar eenmaal tot rust gekomen, is hij reeel genoeg om weinig verwachtingen te koesteren. Vorig jaar was Jim van der Laer met een dertigste plaats de beste Belg in de Tour. Als de jonge klimmer in deze editie een paar plaatsjes opschuift, zal VDB de koning te rijk zijn. Al staat het vroegere gemeenteraadslid van Moeskroen liever niet in voor de gevolgen. “Als Jim in de Tour als 25ste eindigt, wordt hij in Belgie behandeld als een vedette,” vreest hij.

Daarmee legt Vandenbroucke een deel van de oorzaken van het sportieve faillisement bloot: de misplaatste persoonsverheerlijking. Dat proces vernietigt carrieres al op jonge leeftijd. “Bij ons zijn ze ziek aan de wieg,” vindt Patrick Lefevere, ploegleider van de succesvolle GB/MG-formatie.

“Alle coureurs hebben een eigen fanclub. Iets ergers kun je ze niet toewensen.

Want al die mensen die er omheen staan, zijn stuk voor stuk slechte raadgevers.

Nog triester is het dat het bij de nieuwelingen al fout gaat. Zo'n jongen krijgt meteen twee fietsen en een fanclub, maar kan nog geen wiel steken. Mama wast het rechterbeen, de vriendin het linker, papa steekt het wiel en de renner? Hij doet niets. Daar krijg je toch diarree van? Die hele kring erom heen denkt dat de dokter en de verzorger het moeten doen.''

De mentaliteit is ver te zoeken. 'Heeft Belgie maar een echte prof (Museeuw) meer?' vroeg het Vlaamse dagblad Het Nieuwsblad zich na het jongste nationale kampioenschap af. Slechts twaalf van de 102 gestarte profs overschreden de finishlijn. Halfkoers was meer dan de helft al afgestapt, waarvan het merendeel (dat op meer dan een ronde was gereden) op last van de jury. De BWB bleef met dertien prijzen zitten. Dirk de Wolf verklaarde in de dagen voor de Tour doodleuk in 'doodsangst' te leven. Hij was eerste reserve voor de Tourploeg van Gatorade en ging dagelijks naar de kerk om te bidden dat hij niet opgeroepen zou worden. Een jaar eerder had geen enkele Belg de Olympische wegwedstrijd in Barcelona uitgereden. “Bij ons zijn ze strontverwend,” stelt GB-ploegleider Lefevere vast.

De Flandrien uit de vooroorlogse tijd van Karel van den Wijnendaele, de stichter van de Ronde van Vlaanderen, waar is hij gebleven? “Wielrennen is in Belgie altijd een individuele sport geweest,” vertelt Jose de Cauwer. “Als het goed ging, kwam dat door het talent van individuen als Eddy Merckx en Roger de Vlaeminck. Vlamingen waren altijd sterker dan Walloniers, reden waarom het wielrennen in het franstalige deel van Belgie nooit iets heeft voorgesteld.

Vlamingen waren de labeurpaarden. Zij waren het ook die in Frankrijk het zware werk deden. Het Belgische wielrennen heeft daar altijd van geprofiteerd. Totdat coureurs met trainingsprogramma's gingen werken. Toen bleef hier de tijd stilstaan.''

Eddy Merckx riep onlangs dat de BWB in de glorietijd alleen maar de kas heeft gespekt en nu als quasigeinteresseerde toeschouwer de aftakeling gadeslaat.

“Ik denk dat de bond de voorbije tientallen jaren vijftien miljoen gulden achteruit heeft gelegd,” zegt De Cauwer. “Van die reserves moet de bond in versneld tempo vijf miljoen in een goede jeugdopleiding investeren. We hebben goede jeugdtrainers nodig. Mensen met charisma die feeling hebben met de jeugd, die die gastjes weten te boeien, ze leren af te zien en duidelijk maken dat dat nog leuk is ook.”

Net als de KNWU overweegt ook de BWB een bondsploeg van neoprofs de weg op te sturen. Vorig jaar creeerde Eddy Merckx een nationale ploeg met topamateurs.

Schielijk trok de kannibaal korte tijd later zijn handen er vanaf, gedesillusioneerd als hij was in de geringe ontplooingsmogelijkheden en dito instelling van de aanstormende talenten. De Cauwer: “Merckx is een fantastisch uithangbord voor het wielrennen. Maar daar moet het wel bij blijven. Voor een vedette als Eddy is het moeilijk om zich in te leven in de problemen van anderen. Er groeit dan bij hem een soort negativisme waarmee niemand is gebaat.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden