Belgische coureurs spelen het spel van de tien kleine negertjes

CHARLEROI - De Tour de France in België, dat betekent anno 1995 ook daadwerkelijk dat het verdriet België binnenfietst. De enige Vlaming die gisteravond breedlachend rondstapte in het Waalse gedeelte van het land, was Walter Godefroot. Met de sprintzege van Erik Zabel trok de ploegleider en passant een lange neus naar de Tourdirectie, die Telekom aanvankelijk niet had geselecteerd en de equipe later als een soort zoenoffer met het Italiaanse ZG Mobili mixte.

Maar het Belgische eergevoel raakte gisteren niet gestreeld in de eerste van drie ritten op het grondgebied van de (franstalige) zuiderburen. De eerste flahute, Carlo Bomans, werd negende, de tweede, Johan Museeuw, elfde, maar van geen tweeën sprintte mee om de overwinning. Een eerdere ontsnapping van Herman Frison leidde tot niets. Met de dramatische afmars van drie Belgen in de voorbije dagen - de zieke Marc Sergeant, en het duo Hendrik Redant-Wilfried Nelissen als slachtoffers van valpartijen - is het spel van de tien kleine negertjes al begonnen. Het zou Hennie Kuiper, ploegleider van Lance Armstrong, niet verbazen dat geen enkele Belg over ruim twee weken Parijs haalt.

Alles was voorgeprogrammeerd om de zesde rit van Duinkerken naar Charleroi de rit van Nelissen te laten worden. De Lotto-selectie voor de Tour had op 31 mei de etappe minitieus verkend. Nelissen stelde tevreden vast dat de lastige aankomst in de Waalse industriestad geknipt was voor hem, mits het op een sprint aan zou komen. De verwondingen die de Belgische kampioen woensdag in het zicht van de haven van Le Havre opliep, bleken ernstiger dan aanvankelijk verondersteld. Hij wilde met de moed der wanhoop doorgaan, maar moest donderdag opgeven, nadat hij in totaal tien keer was gelost.

Snelste sprinter

De ontwikkelingen van de zevende Tourdag gingen derhalve aan de Belgen voorbij. De eersteling van de gisteren 25 jaar geworden Zabel zat er allang aan te komen, nadat het voormalige DDR-talent vorig jaar reeds Parijs-Tours, drie etappes in Aragon en vier in de Ronde van de Toekomst en dit seizoen ritten in Tirreno-Adriatico (1), Aragon (1), de Vierdaagse van Duinkerken (2) en de Ronde van Zwitserland (2) had gewonnen. Bovendien had Mario Cipollini over Zabel geroepen dat hij na hem de snelste sprinter van het profpeloton is. De Belgen stonden er bij en keken er naar toen Bjarne Riis op het erepodium in de gele trui werd gehesen. De jury had geoordeeld dat het peloton in de massasprint in drie stukken uiteen was gevallen. De Deense kampioen, twee jaar geleden vijfde in La grande boucle, bivakkeerde in de tweede bus en die arriveerde drie tellen eerder op de plaats van bestemming dan de volgende, waarin ploeggenoot Gotti als 'passagier' meereed. Jeroen Blijlevens moest na een lekke band, vijf kilometer voor de finish, zelfs liften.

Het verdriet van België was in de aanloop naar de Ronde van Frankrijk trouwens perfect gepersonifiëerd door Walter Godefroot himself, als ware hij een volle neef van auteur Hugo Claus. De almachtige Tourdirectie had Telekom, negende op de UCI-lijst, noch in eerste, noch in tweede instantie geselecteerd voor de prestigieuze wielerkoers. De prestaties in het voorseizoen lieten alleszins te wensen over. Zabel had nog maar vier koersjes gewonnen, Ludwig was geen schim meer van betere tijden en van Poelnikov vroeg men zich ook binnen de ploeg af of hij nog wel leefde. Godefroot kwam met een mooi, aangrijpend verhaal naar Jean-Marie Leblanc. Dat de magere prestaties als nevelflarden moesten worden gezien, die de gerichte voorbereiding op de Tour de France aan het zicht onttrokken. Dat de sponsor, werkgever van 230 000 mensen, niet het contract tot en met 1996 had verlengd om reclame te maken in de Hofbrüu Cup en ook niet voor niets een ambitieus programma had ontwikkeld om het wielrennen in Duitsland populair te maken. Kort voordat Godefroot met dat Marshallplan naar het zenuwcentrum van de Tour in Issy-les-Moulineaux afreisde, legde Zabel met twee sprintzeges in de Ronde van Zwitersland nog enkele sportieve argumenten op tafel. Leblanc was diep onder de indruk van het betoog, maar ging niet geheel overstag. Om het eveneens - en niet ten onrechte - tegensputterende ZG ter wille te zijn, greep de Tourdirecteur de wijwaterkwast en zegende een verstandshuwelijk in. De datum van de scheiding is al geprikt. De bruidschat van Telekom is zes renners groot, de inbreng van ZG telt drie coureurs. De Duitse sectie neemt twee-derde van de kosten voor haar rekening. Alleen de boetes worden door de overtreders zelf betaald.

De onderlinge samenwerking verloopt volgens Godefroot redelijk. Er zijn wel eens van die typische misverstanden; vaak ook het gevolg van taal- en dus communicatieproblemen. Bijvoorbeeld, wanneer er een wiel gestoken moet worden, of een drinkbus aangereikt.

Wachtkamer

Met Telekom en ZG zat indertijd ook Collstrop in de wachtkamer voor een plaats in de Tourkaravaan. De ploegleider van de tweede Belgische formatie hield echter al snel de eer aan zichzelf. Waar Willy Teirlinck met een hoger budget de brug naar Lotto en de subtop van het internationale wielrennen had willen slaan, zakte het prestatief af naar het deerniswekkende kermiskoersniveau. Als teken van beterschap is het aantal van die bier- en vette worstwedstrijden al drastisch teruggebracht. De BWB, de Belgische wielerbond, heeft daarnaast alle midweekse juniorenwedstrijden van de kalender geschrapt om te voorkomen dat de aanstormende talentjes zich op jeugdige leeftijd over de kop draaien. Maar volgens Godefroot zal het wielrennen in zijn land niet beter worden zolang de beleidsmakers in verouderde structuren blijven denken en geloven. Hij haalt zichzelf als treffend voorbeeld aan: in 1984 werd hij aangesteld als bondscoach van de junioren en amateurs. De oud-coureur hield het slechts enkele maanden vol. Hij weigerde tegen het salaris van een mecaniciën te werken. De laatste heeft, net als de bondssoigneur, slechts een deeltijdbaan bij de BWB. Dat is volgens Godefroot symbolisch voor de onwil een klassieke sport drastisch te moderniseren.

Jammer, zegt Kuiper, want België is het ideale wielerland. “Het grote verschil tussen het Belgische en het Franse publiek in de Tour is, dat de Fransen vinden dat de Tour van hun is en dat ze ook moeten ophouden met werken als het peloton langs komt. Eergisteren zag ik een boertje dat gewoon door bleef werken op het land. Dat is iets uitzonderlijks. In België is ook veel volk op de been, maar dat zijn stuk voor stuk kenners.”

Minimumloon

De enige evolutie die de wielersport de laatste jaren onderging, is een tweetal werkgelegenheidsprojekten. Het frisse gezelschap Vlaanderen 2002 is anderhalf jaar geleden in het leven geroepen om werkloze Vlaamse (neo-)profs tegen het minimumloon aan werk te helpen. De stad Charleroi wilde dat fraaie voorbeeld in 1994 volgen. Toen mislukte het. Met steun van een aantal sponsors kon burgemeester Van Cauwenberghe begin dit jaar wel een ploegje met twaalf Walloniërs en een handjevol buitenlanders presenteren. De gemeente Charleroi verleent hen de status van tewerkgestelde werkloze. Hun WW-uitkering wordt door de lokale overheid aangevuld tot het minimum-niveau. De Franse ploegleider Paindaveine, niet geremd door nationale sentimenten, wil zelfs Vlamingen in zijn ploeg opnemen. Dat zou pas echt een doorbraak zijn. Al maakt het het wielerverdriet van België er voorlopig niet echt draaglijker op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden