Belgische architect Bob van Reeth tovert met ruimte in oude binnenstad

UTRECHT - Hofjes worden in de hedendaagse architectuur vrijwel niet meer gemaakt. En zeker niet in het hart van de Nederlandse binnensteden, waar dat soort kavels schaars zijn. De kans die de Belgische architect Bob van Reeth in Utrecht kreeg was daarom bijzonder en hij greep ze met beide handen aan.

ROBBERT ROOS

De cluster van woonblokken die Van Reeth tussen de Mariaplaats (waar onder meer het Conservatorium staat) en de Walsteeg bouwde heeft de allure van een klein middeleeuws dorpje. Door de aaneenschakeling van nauwe doorgangetjes en intieme pleinen doemt zelfs de vergelijking op met de Venetiaanse stegen en campo's. In het Walsteeg-complex overkomt je dezelfde sensatie als in de Italiaanse stad: vanuit de krapte stap je ineens in weldadige ruimte. Net als in de lagune-stad rijzen de woningblokken direct aan de randen van het plein op, zodat ze als vlakvormige coulissen de intimiteit op de open plaatsen garanderen.

Van Reeths compositorische spel is vernuftig. De woonblokken hebben puntdaken, maar de zijgevels zijn tot aan de nok toe doorgetrokken zodat ze rechthoekig worden. Een puntdakhuis is in vooraanzicht ook een recht vlak, zodat Van Reeth in het binnengebied louter rechthoekige wanden heeft om de ruimte mee te bespelen. Alleen aan de randen van het complex houdt Van Reeth de grillige daklijn van de puntdaken in stand, slechts hier en daar versluierd door een abstract trapgeveltje. Deze huizenrijen sluiten daarmee weer aan bij de rest van de stad.

“Woningbouw is geslaagd”, zegt Van Reeth, “als er iets staat waarvan het lijkt alsof het er al heel lang is. Wanneer woningbouw luidruchtig wil zijn, ben je de stad aan het verknoeien. Wij proberen op allerlei manieren alle kanten op te kijken. De context leidt tot het concept.”

In Utrecht lagen de grondvesten van de stedenbouwkundige opzet in de immuniteits-huizen die vroeger op het terrein stonden. De immuniteit - waarin de kanunniken woonden - bevond zich naast de Mariakerk. Ze was ingedeeld in langwerpige kavels met in het midden een huis. Het complete complex had hoge muren als afscheiding met een aantal openingen daarin. Van Reeth volgt in zijn ontwerp deze structuur min of meer. De huizenrijen aan de wand weerspiegelen de muren en de centraal geplaatste bouwblokken verwijzen naar het typische kavel-gebruik.

Van Reeth: “De architectuur speelt zich niet af in de tijd. De tijd passeert in de stad. We hebben nooit gedacht of gehoopt dat de geest van de plek, het geheugen, zo zichtbaar in een locatie zou zijn gedrukt als bij deze opdracht.”

Een aantal details van vroeger is bewaard gebleven, zoals een stenen goot, een overdekt middeleeuws riool (een 'slokop') en een 14de-eeuwse mozaïekvloer. De laatste bevond zich in een huis dat later door de schilder Abraham Bloemaert werd bewoond. Door het aanklikken van speciale lampen is hij ook van buitenaf zichtbaar.

Van Reeth bouwt de laatste jaren veel in Nederland, onder meer aan de Riedijkshaven in Dordrecht en op het Java-eiland in Amsterdam. In Antwerpen werd hij bekend met het huis Van Roosmalen, een postmodernistische stadsvilla in de buurt van het Museum voor Hedendaagse Kunst. De uitbundige vormentaal en detailering was nodig om het stadsdeel een positieve impuls te geven. In de rest van het oeuvre zie je die frivoliteit nauwelijks terug. Daarin werkt Van Reeth met bijna archetypische architectonische vormen, geometrische vlakverdelingen en monochrome baksteenwanden, hooguit onderbroken door sober gedetaillerde ramen als 'gaten' in een strikt regelmatig patroon. Ook in het Walsteeg-complex zie je die rijkdom van de eenvoud terug.

Van Reeth: “Hoe saaier hoe liever. Wij hebben ook geen stijl, hoogstens een handschrift. Stijl is onbelangrijk, is armoede. Het verkoopt makkelijk, maar biografisch gaat het snel voorbij en veroudert.”

Stemmingen stuurt Van Reeth in zijn architectuur meer intuïtief, door bijvoorbeld het materiaalgebruik. In Utrecht geeft felrode baksteen het Walsteeg-complex een meditterane gloed, terwijl een aantal zorgvuldig uitgekozen witgepleisterde wanden juist voor een nuchtere noordelijke sfeer zorgen. Het zijn dit soort contrasten die een avontuurlijk spel van licht, ruimte en sfeer mogelijk maken. Tezamen met het interpreteren van de verkaveling van de oude kanunniken ontaat zo een bijzonder hof dat ver af staat van het rumoer van de binnenstad, terwijl het er pal tegenaan leunt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden