Beleid maken aan keukentafel

Een vergadering van de Hellendoornse gemeenteraad in Nijverdal. Toehoorders zitten in een kring achter de raadsleden. (FOTO HERMAN ENGBERS)

nijverdal - – Bieden we bewoners van Hellendoorn een kant-en-klaarbouwplan aan voor de plek van een slooppand zoals sporthal Noetsele? Of vragen we omwonenden eerst wat zij er graag zien verrijzen? Burgemeester Hans van Overbeeke weet het wel: hij kiest voor die laatste optie. Wie weet levert het een goed idee op waarvoor veel draagvlak is.

De gemeente Hellendoorn experimenteert met manieren om inwoners te betrekken bij haar beleid. Vandaag is Van Overbeeke gastheer op de nationale themadag ’Meer burger, minder overheid’ in Nijverdal. Niet langer praten burgers mee bij gemeentelijke planvorming. Het is steeds vaker andersom: voor er plannen worden gemaakt, zoekt het gemeentebestuur eerst contact met betrokken inwoners en ondernemers.

De tijd van de dikke kadernota’s is voorbij, stelt Van Overbeeke die per 1 januari afzwaait na een kwart eeuw burgemeesterschap. In die periode zag hij de overheid – en ambtenaren – sterk professionaliseren. Burgerinitiatieven kregen vaker nul op het rekest, merkte hij. De overheid maakte immers de plannen en burgers mochten daarop inspreken. „Gemeenten trokken het initiatief steeds meer naar zich toe”, zegt hij. „Nu is het tijd om burgers hun verantwoordelijkheid terug te geven.”

Natuurlijk is noaberschap de norm in Hellendoorn. Toch kost het soms moeite om sociale verbanden te behouden. Gemeenschapszin is niet meer vanzelfsprekend, merkt Van Overbeeke. In Hellendoorn taant de betrokkenheid bij het gemeentebestuur. Het opkomstpercentage bij de raadsverkiezingen is een graadmeter. Dat percentage slonk er van 74,3 in 1994 naar 61,3 dit jaar. „Democratie is ongekend waardevol”, stelt de burgemeester. „Die moet je blijvend vernieuwen. Maar dan is er wel wederzijds vertrouwen nodig.”

Van een gemeente die weet wat goed voor u is, wil Hellendoorn veranderen in een gemeente die steeds het gesprek aangaat. Scholen, kerken, winkeliers, regiobankiers en dorpelingen organiseren immers van alles buiten het gemeentehuis om. De buurtbusvereniging bepaalt zelf de busroute. Van zo’n vrijwilligersgroep wil de gemeente horen wat er leeft. Als daar wensen zijn, kan de gemeente haar maatschappelijke netwerk aanspreken.

Toch ontstaan niet overal spontaan maatschappelijke groepen. Hellendoorn dient daarom als proeftuin voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Kennisinstituut Stedelijke Samenleving. Zij willen weten wat er gebeurt als je actieve burgers samenbrengt. Inmiddels werken er 25 ambtenaren in een ’lerende gemeenschap’ aan drie lokale netwerkprojecten. Hun eerste voornemen is om jongeren bij de lokale omroep te leren hoe nieuwsgaring werkt. Dat is gelijk een mooie kennismaking met de samenleving.

Verder is er aandacht voor maatschappelijk bewust ondernemen. Zo vond vorige maand het evenement De Beursvloer plaats: een marktplaats van vraag en aanbod van diensten. Ondernemers en vrijwilligers leren elkaar daar kennen. Het laatste project draait om de ontmoeting tussen wijkbewoners. Nieuwe generaties inwoners moeten daarmee leren ummekiek’n noar mekoar.

Gemeentebestuurders moeten anders leren denken en doen, zegt Van Overbeeke. Raadsleden bepalen niet alle beleidskaders meer. Ambtenaren doen hun ideeën op bij burgers aan de keukentafel, niet achter hun bureau. Of het aanslaat? „Wij hopen op een zwaan-kleef-aan-effect.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden