Belastingstelsel jaagt slinkse multinationals de VS uit

Obama wil een eind maken aan de belastingontduikende constructies van Amerikaanse bedrijven. Beeld ap
Obama wil een eind maken aan de belastingontduikende constructies van Amerikaanse bedrijven.Beeld ap

Door handige juridische constructies en fusies loopt de Amerikaanse regering jaarlijks 62 miljard euro aan belastinginkomsten mis. Tegelijkertijd komen Amerikaanse multinationals om in op Bermuda geparkeerd geld dat ze niet naar de Verenigde Staten kunnen brengen. Obama is daar klaar mee en wil inversion-fusies, die belastingontvluchting als doel hebben, verbieden.

Veel Amerikaanse multinationals hebben via handige constructies met dochtermaatschappijen in het buitenland verdiend geld geparkeerd in belastingvriendelijke staten als Bermuda, Luxemburg, Ierland en Nederland. Toch lenen diezelfde Amerikaanse bedrijven gigantische bedragen om hun binnenlandse bestedingen te kunnen betalen en passen ze creatieve overnames toe om belasting te ontduiken, tot irritatie van de Amerikaanse overheid.

Multinational-onvriendelijk belastingstelsel
Het huidige belastingstelsel van de Verenigde Staten is behoorlijk ongunstig voor multinationals. Amerikaanse multinationals betalen belasting in het land waar ze investeren en in de Verenigde Staten als ze de winst terug naar de VS brengen. Die winstbelasting is voor internationale begrippen erg hoog, 35 procent. Ter vergelijking: Nederland rekent maximaal 25 procent winstbelasting, Ierland 12,5 procent. Bovendien is de kans dat je dubbel belasting betaalt in Nederland een stuk kleiner door allerlei belastingverdragen.

Om die dubbele belastingheffing te vermijden, bewaren grote Amerikaanse bedrijven hun internationaal verdiende geld in dochtermaatschappijen in het buitenland. Dat is goedkoper dan het naar de VS te brengen. Volgens Andrew Chang, de schrijver van het Standard & Poor's rapport, is ongeveer drieëntachtig procent van het kapitaal van de veertien rijkste bedrijven, de rijkste één procent, verdiend in het buitenland.

Geldstapel in het buitenland
Een rapport van de Congressional Research Service brengt die buitenlandse geldstapels goed in beeld. Amerikaanse bedrijven meldden dat ze 43 procent van hun overzeese winsten verdienden in Bermuda, Ierland, Luxemburg, Nederland en Zwitserland. Landen waar ze maar vier procent van hun buitenlandse werkkrachten hadden en maar zeven procent van hun buitenlandse investeringen besteedden. Zo heeft bijvoorbeeld Starbucks een deel van haar intellectuele eigendom naar Nederland verplaatst, mede zodat het hier haar buitenlandse winsten kan stallen.

Die geldstapel is mede de reden waarom de kloof tussen arm en rijk zich ook in het Amerikaanse bedrijfsleven verbreedt. De veertien rijkste bedrijven bezitten samen 36 procent van het totale liquide vermogen van het bedrijfsleven, bijna 503 miljard dollar. Dat is een toename van negen procent ten opzichte van het jaar daarvoor, blijkt uit een rapport van kredietbeoordelaar Standard & Poor's. In deze top veertien van bedrijven, de rijkste een procent, komen de bekende namen als Google, Microsoft, Apple, General Motors, Ford en Coca-Cola voor.

Maar omdat deze bedrijven vaak het grootste deel van hun vermogen in het buitenland houden, hebben ze in sommige gevallen te weinig geld over voor binnenlandse investeringen. Zo moest Apple vorig jaar zeventien miljard dollar lenen om haar aandeelhouders dividend uit te keren en aandelen terug te kopen. Dat lijkt een bizarre zet voor een bedrijf met een geldvoorraad van 145 miljard dollar, maar Apple heeft het grootste deel van haar vermogen op rekeningen in Bermuda staan. Geld dat daar doorgaans vooral stof ligt te verzamelen.

Inversion
Daarom passen verschillende Amerikaanse bedrijven de inversion-tactiek toe, waarbij een bedrijf 'binnenstebuiten' wordt gekeerd. Daarbij koopt een Amerikaans bedrijf een kleinere buitenlandse concurrent op in een land met een gunstig belastingtarief, zoals Ierland, Nederland en Groot-Brittannië en vestigt daar zijn postadres, terwijl het operationele hoofdkwartier gewoon in de Verenigde Staten blijft. Dat is voordelig, want buitenlandse bedrijven hoeven géén belasting te betalen over het geld dat ze naar de VS brengen.

Dat inversion is een populaire tactiek is, blijkt uit het feit dat sinds 2010 bijna vijfentwintig bedrijven op deze wijze hun hoofdkantoor naar het buitenland hebben verplaatst. Medtronic, een van de grootste producenten van medische apparatuur, is bezig met een dergelijke overname. Het bedrijf wil branchegenoot Covidien overnemen en haar hoofdkwartier in Ierland plaatsen, zodat het daarmee meer dan een miljard dollar naar de VS kan brengen.

Er is echter veel protest tegen dit soort belastingvermijdende constructies. De staat loopt ruim 62 miljard euro mis doordat Amerikaanse bedrijven hun verdiensten buiten bereik van de Amerikaanse fiscus houden, meldt het Joint Committee on Taxation, een denktank van het Congres.

Onvaderlandslievend
President Obama bindt dan ook de strijd aan met belastingontwijkers. Hij wil verplaatsing van de hoofdzetel verbieden als de dochter in het buitenland kleiner is dan het moederbedrijf. Volgens Obama is inversion onvaderlandslievend, want de bedrijven profiteren van alle voordelen die Amerika biedt, zoals infrastructuur en onderwijs van hoge kwaliteit. Ze moeten dan ook bereid zijn om daarvoor te betalen. Bovendien kunnen kleinere bedrijven inversion niet toepassen, waardoor zij relatief meer belasting betalen. Een oneerlijke situatie. Multinationals worden dan ook gezien als zakkenvullers, die als enige dit soort ontduikingsmaatregelen kunnen toepassen.

Obama zal die maatregelen er niet snel door krijgen in het Congres, dus voert hij ze per decreet uit. De Republikeinen zien weinig in bestraffing, zij willen een belastinghervorming. Bovendien is het systeem verouderd. In andere landen is het overmaken van winsten veel gunstiger, zoals bijvoorbeeld in Ierland en Nederland.

President Obama wil het naar het buitenland verplaatsen van hoofdkantoren bij overnames van kleinere concurrenten verbieden. Beeld ap
President Obama wil het naar het buitenland verplaatsen van hoofdkantoren bij overnames van kleinere concurrenten verbieden.Beeld ap

Tax Holiday
Toch is het maar de vraag of de economie er echt zo veel op vooruit gaat als de bedrijven wel de winsten mee naar 'huis' zouden nemen. In 2004 was er een zogeheten 'tax holiday', waarbij de belasting op winst uit buitenlandse activiteiten was verlaagd naar vijf procent. In totaal brachten 843 bedrijven samen ruim 232 miljard euro terug naar de Verenigde Staten, maar de verwachte oppepper van de economie bleef uit. Sterker nog, het kostte de Amerikaanse samenleving twintigduizend banen en de uitgaven voor onderzoek liepen drastisch terug, meldde een Senaatscommissie in 2011. Bonussen voor topbestuurders en de aandelenkoersen gingen wel omhoog. Het geld kwam dus weer bij de rijkste één procent terecht, zonder dat de economie er op vooruit ging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden