Belastingparadijs bracht geen geluk

Sun Tiangang op het kantoor van zijn advocaat. Beeld Michael Czerwonka
Sun Tiangang op het kantoor van zijn advocaat.Beeld Michael Czerwonka

Het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ), waartoe ook Trouw behoort, onthulde gisteren dat veel Chinese politieke leiders en bazen van staatsbedrijven hun vermogen onderbrengen in belastingparadijzen. Vandaag maakt ICIJ alle gegevens openbaar. Ook topfunctionarissen uit de oliesector, waar veel corruptie en onderlinge strijd is, hebben vennootschappen op de Maagdeneilanden en elders. Zo'n constructie garandeert nog niet dat je belangen ook veilig zijn, blijkt uit het verhaal van Sun Tiangang.

In augustus 2005, op de grens van Hongkong naar Shenzen, China, neemt het leven van Sun Tiangang een dramatische wending.

Tot dat moment is hij een succesvol zakenman, die zich heeft opgewerkt van watercontroleur in het noordoostelijke Shenyang tot investeerder in toerisme, elektronica en oliepijpleidingen. Hij woont in een miljoenen kostend huis in Hongkong, van waaruit hij zijn imperium bestiert.

Maar als hij de grens oversteekt, houdt de politie hem aan. Vijf jaar cel later is hij, zonder ooit veroordeeld te zijn, zijn huis kwijt, net als het bedrijf waarin zijn oliebelangen waren ondergebracht.

BVI
Sun organiseerde zijn imperium zoals veel Chinese ondernemers: door een complex netwerk van bedrijven op te zetten op het vasteland, in Hongkong en in belastingparadijzen als Bermuda, de Kaaimaneilanden en de Maagdeneilanden. Hij hoopte zo onder meer de verstikkende Chinese regels voor kapitaalverkeer te omzeilen.

Sun waardeerde het gemak waarmee je op die eilandjes zaken kunt doen, en uiteraard ook de lage belastingen en de geheimhouding. Een bedrijf op de Maagdeneilanden - een BVI, zoals Chinezen dat noemen - kost maar een paar honderd dollar en biedt de mogelijkheid jezelf af te schermen met behulp van stromannen en -vrouwen als directeur en aandeelhouder. "Als er een probleem is, zoals fraude, kan je het bedrijf gewoon opdoeken, vertrekken en ontkennen dat je er ooit iets mee van doen had", aldus Sun. "Veel mensen in China doen dit soort dingen."

Een van Suns bedrijven heette Geomaxima Holdings Limited en was gevestigd op de Maagdeneilanden. Sun benoemde een zakenpartner als directeur. Het bedrijf staat vermeld in de gelekte database (ook bekend als offshore-leaks) van ruim 22.000 vennootschappen die zijn opgezet door twee trustkantoren, Portcullis TrustNet en Commonwealth Trust Limited. Waarvoor ze dienen is niet altijd duidelijk, het kan om persoonlijke belangen gaan of om bedrijfsbelangen. Maar veel van de vennootschappen komen niet voor in de officiële structuren van de oliebedrijven. Betrokkenen weigeren ieder commentaar.

Oliebelangen
Over de belangen van Sun Tiangang is meer bekend, omdat hij een fout maakte: hij probeerde het op te nemen tegen Sinopec, het grootste olieconcern in zijn land en het vierde bedrijf ter wereld. Sun kreeg met Sinopec een conflict over een miljardenproject in Xinjiang, in het westen van China. In de marge van de rechtszaken die volgden, zegt Sun, kreeg hij van een van de advocaten van Sinopec een waarschuwing: "Denk hier helder over na. Ga je het opnemen tegen een bedrijf van de Communistische Partij in een rechtbank van de Communistische Partij? Denk je dat te kunnen winnen?" Sun verloor, zijn arrestatie in 2005 was een logisch gevolg.

Jarenlang bleven aanklachten van fraude, verduistering en omkoping boven het hoofd van Sun hangen, maar de rechtszaken werden nooit afgerond. Tegen de tijd dat hij in 2010 uit de cel kwam, was het kwaad echter al geschied. De ICIJ-gegevens laten zien hoe de BVI met zijn oliebelangen in 2007 een nieuwe naam kreeg: Hong Chang China Limited. De echtgenote van een van zijn zakenpartners, werkzaam bij Sinopec, stond genoteerd als directeur en aandeelhouder. Sindsdien probeert Sun tevergeefs deze Xing Xiao Jing op te sporen. Via rechtbanken in de VS probeert Sun de controle terug te krijgen over de BVI, omdat volgens hem papieren zijn vervalst en fraude is gepleegd. Die rechtszaken zijn de reden dat deze worsteling in de Chinese oliebranche naar buiten is gekomen.

Interessant detail is dat Xing ook eigenaresse werd van Suns appartement op de twintigste etage van het complex in Hongkong. Een verslaggever ging er onlangs op bezoek, maar de buren zeiden niet te weten wie er woont. Op een achtergelaten brief met een verzoek tot contact kwam geen antwoord. Sinopec geeft geen commentaar op de zaak.

28 miljoen smeergeld
De drie grootste oliebedrijven in China zijn Sinopec (China Petroleum and Chemical Corp.), PetroChina (China National Petroleum Corporation), en CNOOC (China National Offshore Oil Company). De afgelopen jaren kwamen schandalen rond deze bedrijven aan het licht. Zo kreeg Chen Tonghai, ex-topman van Sinopec, in 2009 de doodstraf, omgezet in levenslang, voor het aannemen van meer dan 28 miljoen dollar aan smeergeld. Topman Zhou Yongkang van PetroChina, sinds 2007 een van de belangrijkste leiders van de Communistische Partij, moest vorig jaar opstappen. Hij staat nu onder huisarrest, steeds meer van zijn collega's en protegés ruimen het veld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden