Belang van scherp zien door topsporter enorm onderschat

AMSTERDAM - Leo Visser verwijst naar de valpartij over vogelpoep van zijn illustere voorganger Hilbert van der Duim; Stephan Veen bekent een groot deel van zijn tachtig hockeyinterlands min of meer op de tast te hebben voltooid en zeiler Willem Potma ramde een boot, alvorens zich tot een oogspecialist te richten.

Hoe voor de hand liggend het belang van scherp zicht voor de topsporter ook is, de verwaarlozing blijkt groot. Aan tal van details wordt in training aandacht besteed, maar het belang van gezichtsvermogen wordt onderschat. Zien blijkt zo vanzelfsprekend, dat velen voetstoots aannemen dat het met het scherp waarnemen wel goed zit.

Twee onderzoeken van de brillenfabrikant Bausch & Lomb, sponsor van IOC en Nederlands Olympisch Comite, wijzen uit dat zien een onontgonnen gebied is binnen de topsport. Visser kwam er na testen voor de luchtmacht achter dat hij een oogcorrectie nodig heeft. Maar tijdens de presentatie van de onderzoeksresultaten, gisteren in Amsterdam, bekende hij tijdens het schaatsen nimmer van bril of lenzen gebruik te hebben gemaakt. "Dat heeft te maken met een van die karaktereigenschappen van de topsporter, namelijk eigenwijsheid."

Tijdens de afgelopen Winterspelen en Olympische Spelen werd het gezichtsvermogen van 576 atleten getest. Slechts een kleine meerderheid (54 procent) bleek eerder oogonderzoek te hebben ondergaan. Achttien procent van de onderzochten in Albertville en 33 procent in Barcelona bleek problemen te hebben met zien. Verontrustender bleek de situatie bij de jonge Europese topsporter. In samenwerking met de stichting Sport & zien werden tijdens de Jeugd-Olympische Dagen in 1991 852 deelnemers onderzocht. Zeventig procent droeg geen bril of contactlenzen, maar van hen bleek 58 procent wel degelijk een oogcorrectie nodig te hebben. Dat gold dus voor zeventig procent van de totale onderzochte groep. Eerder onderzoek van de stichting Sport & zien, gaf aan dat van de actieve Nederlandse sporters 24 procent een onvoldoende gezichtsvermogen heeft. Opvallend is, dat van de sporters met oogcorrectie slechts 11 procent de 'sportvriendelijke' contactlenzen draagt.

Aangezien wordt aangenomen dat sporters meer aandacht voor hun lichaam hebben dan niet-sporters, wordt geconcludeerd dat de kwaliteit van het gezichtsvermogen van de Europese jeugd in zijn algemeenheid nog minder hoopgevend is. Hoopgevende conclusie dus voor een bedrijf als Bausch & Lomb, dat onder meer aanbeveelt: "De voorlichting aan sporters en hun begeleiders over het gebruik van zachte contactlenzen dient te worden bevorderd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden