Belang van kind moet altijd vooropstaan

Een land als Nederland moet het voorbeeld geven als het op kinderrechten aankomt. Noblesse oblige. Een tweegesprek tussen staatssecretaris Martin van Rijn en Jan Bouke Wijbrandi, directeur van Unicef Nederland.

De snelle asielprocedure in Nederland, waarbij binnen acht dagen moet worden besloten over voorlopige toelating van vluchtelingen: schaf hem af. De mogelijkheid om 16- en 17-jarigen te berechten volgens het volwassenenstrafrecht: weg ermee. Euthanasie bij minderjarigen of het babyluikje waar wanhopige moeders hun baby te vondeling kunnen leggen: stop ermee alstublieft.

Het zijn soms opmerkelijke aanbevelingen die het Kinderrechtencomité van de Verenigde Naties doet om het Nederlandse beleid meer in overeenstemming te brengen met het Kinderrechtenverdrag van de VN. Volgens dat door bijna alle landen ondertekende verdrag (de Verenigde Staten niet!) dient een land bij alle wetgeving en beleidsbeslissingen na te gaan wat de gevolgen zijn voor het kind. Het belang van het kind moet altijd vooropstaan.

Eens in de vijf jaar moet een land zich in Genève tegenover het VN-comité verantwoorden over de naleving van het verdrag dat dateert uit 1989. Vervolgens doet het comité een reeks aanbevelingen. Dit jaar was Nederland aan de beurt. Het leverde maar liefst zestig aanbevelingen op. In een brief aan de Tweede Kamer meldt staatssecretaris Martin van Rijn van volksgezondheid, namens het kabinet woordvoerder op dit terrein, vandaag wat hij daarmee doet.

Uit de hoeveelheid aanbevelingen zou de indruk kunnen ontstaan dat Nederland zich gruwelijk misdraagt en zich weinig aan kinderrechten gelegen laat liggen. Maar in een discussie met Jan Bouke Wijbrandi, directeur van Unicef Nederland, zegt Van Rijn dat voor Nederland de lat extra hoog ligt. Dat lijkt op het meten met twee maten. Van Rijn: "De VN houden in hun oordeel rekening met de ontwikkelingsfase van een land. Een land met veel armoede en kinderarbeid wordt anders beoordeeld dan een land als Nederland dat de kinderrechten al hoog in het vaandel heeft staan. In die zin wordt er ook echt met twee maten gemeten. Maar wij willen zelf ook dat de lat hoog ligt. Noblesse oblige." Wijbrandi: "De lat ligt hoog voor landen die zich dat kunnen veroorloven. Die zetten de standaard en geven het voorbeeld. Maar tegelijk gaan we ervan uit dat alle landen zich aan het VN-verdrag houden en kinderrechten accepteren. We accepteren geen gedoogzones."

Van Rijn wijst erop dat Nederlandse organisaties door het Kinderrechtencomité worden gehoord. "Dat lees je in de aanbevelingen terug." Een rol speelt eveneens dat de aanbevelingen ook betrekking hebben op de Caribische delen van het koninkrijk. Daar zijn ze nog niet zover als in Nederland, al verzekert Van Rijn dat daar de afgelopen jaren wel degelijk behoorlijke stappen zijn gezet.

Hoeksteen

Hartelijk eens zijn de heren het over de aanbeveling om de jeugd bij het beleid te betrekken en op scholen aandacht te besteden aan wat kinderrechten zijn. Zo heeft Van Rijn in de Jeugdwet geregeld dat gemeenten kinderen bij het beleid een stem moet geven. De Nationale Jeugdraad doet daartoe samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aanbevelingen aan de gemeenten. Trots is de staatssecretaris op de Jongerentaskforce Kindermishandeling die aanbevelingen kan doen aan de regering.

Volgens Wijbrandi is kinderparticipatie de 'hoeksteen' van het VN-Kinderrechtenverdrag: "Alle beleid moet worden getoetst aan het belang van het kind. Ik vind dat je kinderen daarbij eigenlijk altijd moet raadplegen. Maar zover is het nog niet."

Het formuleren van universele kinderrechten is één, maar het toepassen ervan in de praktijk, in de concrete situatie van in dit geval Nederland, twee. Wijbrandi en de staatssecretaris kruisen over vier van de zestig aanbevelingen de degens. Het is een discussie tussen een politicus/bestuurder die de neiging heeft vooral ook naar praktische oplossingen te zoeken tegenover een wat idealistischer belangenbehartiger van kinderen.

Verbied de babyluikjes

Het Kinderrechtencomité vindt babyluikjes - ook wel vondelingenkamers genoemd - in strijd met het beginsel dat kinderen er recht op hebben te weten wie hun ouders zijn. Van Rijn: "Ik snap die redenering. Eigenlijk vind ik die babyluikjes ook niet zo'n goed idee. Maar, tegelijk, je weet dat het weleens voorkomt dat een baby te vondeling wordt gelegd op straat. Dan is het van belang dat zo'n kind wordt opgevangen om te voorkomen dat er vreselijke dingen gebeuren. Op dit moment verbieden we de babyluikjes niet bij wet, maar we volgen de ontwikkelingen."

Wijbrandi: "Ik zeg verbieden, want het kind heeft er recht op te weten wie het is. Daarbij is een groot nadeel dat we de moeders, die zo wanhopig zijn dat ze hun kind via een babyluik afstaan, niet kunnen helpen. Vaak immers is er meer aan de hand."

Geen euthanasie bij minderjarigen

Het Kinderrechtencomité geeft in overweging om euthanasie bij minderjarigen te verbieden. Recht op leven is een heilig beginsel. Het comité doelt op de vijf gevallen van euthanasie die tot nog toe in Nederland zijn gemeld. Het gaat om kinderen die ongeneeslijk ziek zijn en uitzichtloos lijden. Van Rijn: "We hebben in Nederland na heel veel discussie een uitermate zorgvuldig systeem tot stand gebracht met betrokkenheid van artsen en ouders. We vinden echt dat we dat we het hier op een heel nette en zorgvuldige manier hebben vormgegeven en dat willen we graag zo houden. Eigenlijk hebben we een iets andere opvatting dan het comité, zullen we maar zeggen."

Wijbrandi: "Het Kinderrechtencomité van de VN is een internationaal comité waarin over deze delicate problematiek heel anders wordt gedacht dan in Nederland. Ik vind dat de kinderen zelf, naarmate ze ouder zijn, betrokken moeten worden bij deze heel moeilijke besluiten. Maar dat gebeurt hier gelukkig ook. Nederland is in deze discussie verder dan veel andere landen. Ik ben het in dit delicate geval eens met de staatssecretaris dat deze aanbeveling, gezien de Nederlandse context, niet moet worden overgenomen."

Geen volwassenenstrafrecht voor 16- en 17-jarigen

Van Rijn: "Ook hierover kun je een zwart-wit-redenering ophangen. Je kunt zeggen, je hebt strafrecht voor kinderen tot 18 jaar en je hebt strafrecht voor volwassenen, klaar uit. Maar in enkele gevallen kun je ook anders redeneren. Dat doen wij hier in Nederland. We maken twee uitzonderingen op de regel. Sommige zaken zijn zodanig heftig dat je je kunt afvragen of je dat als het gedrag van een kind moet beoordelen of van een volwassene waarop je dus het volwassenenrecht moet loslaten. Wij kiezen in enkele gevallen voor dat laatste. Tegelijk maken we ook een uitzondering naar de andere kant door soms het jeugdstrafrecht van toepassing te verklaren op jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar. Het werkt twee kanten op. Of we de uitzondering maken hangt af van de persoon en de aard van het vergrijp."

Wijbrandi: "Hier verschillen wij van mening. Achttien jaar is de grens, doe daar geen afbreuk aan, want waar eindigt dat? Iemand van nog geen achttien is nog niet volgroeid. Pas nou op dat je die grens niet gaat verschuiven. Wij roepen bijvoorbeeld ook niet dat een zestienjarige stemrecht moet krijgen. Hou alsjeblieft dat principiële onderscheid. Een kind is een kind. Op dit punt heb je dus rekkelijken en preciezen."

Schaf de snelle acht-dagen- procedure voor asielbesluiten af

Het Kinderrechtencomité wijst erop dat snelheid ten koste kan gaan van de zorgvuldigheid. Van Rijn: "Wij hebben die acht-dagenprocedure om snel te besluiten. Dat willen we graag zo houden. Tegelijk constateer ik dat we nu wel heel bijzondere omstandigheden meemaken. Door de noodopvang waartoe we gedwongen zijn door de grote toestroom van vluchtelingen is het lastig om bijvoorbeeld zo snel mogelijk onderwijs te regelen of goede zorg. Dat proberen we natuurlijk te garanderen, ook in de noodopvang. Maar first things first."

Wijbrandi: "Ook hier verschillen we van inzicht. Ons startpunt is dat een kind niet in de eerste plaats vluchteling is, maar kind. Dat staat helder in het verdrag. Nu zijn er plotseling heel veel kinderen. Ik ben wel bezorgd dat er onder deze omstandigheden wordt gezegd: zullen we het vluchtelingenverdrag maar eens een beetje opschorten? Zullen we de mensenrechten maar eens anders gaan benaderen? Hoe zit het met artikel 1 van de Grondwet, de gelijke behandeling voor iedereen? Alsjeblieft, houd je aan het uitgangspunt dat een kind op de eerste plaats kind is en pas daarna vluchteling. Dan heb je vervolgens inderdaad heel veel praktische problemen op te lossen, maar in die volgorde."

Van Rijn: "Dan verschillen we ook niet heel veel van mening, want wij zorgen ervoor dat volwassenen en kinderen goed worden opgevangen en dat er vervolgstappen worden genomen. Dat doen we omdat ook wij de mensenrechten willen respecteren."

Wijbrandi: "Maar zeg dat dan ook zo hard mogelijk, want je hoort ook andere geluiden, namelijk dat niet iedereen op het Nederlandse grondgebied gelijk behandeld hoeft te worden. Wij vinden dat vanuit de politiek heel duidelijk moet worden gezegd: pas op, we gaan niet aan die principiële grenzen morrelen. Het belang van het kind hoort voorop te staan. Ook als het gaat om de gedwongen terugkeer van minderjarige asielzoekers. Dat is in heel veel situaties niet de beste weg. Werp alsjeblieft een dam op tegen degenen die zeggen: we moeten het beleid en de principes maar veranderen, omdat we nu een zogenoemde tsunami van vluchtelingen over ons heen krijgen. Wees er voorzichtig mee. Wij zijn er bezorgd over."

Van Rijn: "Het is sowieso goed als de nuance wat meer in het debat komt, zodat we niet in een zwart-witdiscussie terechtkomen. Aan de ene kant willen we de internationale verdragen respecteren. Aan de andere kant hebben we te maken met de zorgen die er zijn, omdat er veel grotere aantallen vluchtelingen binnenkomen dan verwacht. Met die zorgen hebben we ook te dealen."

Wijbrandi: "Wij voeren geen zwart-wit-discussie. Ook wij gaan uit van de werkelijkheid, namelijk de werkelijkheid dat we bepaalde standaarden moeten handhaven. Vervolgens moet je dat wel vertalen in beleid, want anders praat je in de lucht. Hoe gaan we dat zo doen dat het belang van het kind altijd vooropstaat? Is dat wel het geval, als je ziet hoe kinderen om de paar dagen moeten verkassen van noodopvang naar noodopvang? Weet u wel hoe slecht dat is voor een getraumatiseerd kind?"

Van Rijn: "De kinderen hebben die trauma's opgelopen in oorlogsgebied. Ze moesten huis en haard achterlaten, omdat ze voor hun leven moesten vrezen. Ja, ze komen hier in een noodopvang terecht en ja, ze moeten vaak drie keer verhuizen. En wij weten dat drie keer verhuizen slechter is dan twee keer. Maar ze verhuizen wel in een veilig land."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden