Belaagd door de zeven kinderen Gottmer

Hens Gottmer werd op 26-jarige leeftijd door haar vader benoemd tot directeur van zijn uitgeverij. De jeugdige directeur was in de mannenwereld van het uitgeversvak een opvallende verschijning. Zij wist het bedrijf uit te bouwen tot een middelgrote, degelijke uitgeverij. Donderdag, na een kleine veertig jaar als uitgeefster, nam de directeur van Gottmer/Becht/Aramith afscheid.

De benoeming van de jonge Hens tot directeur kwam destijds niet alleen voor de buitenwacht, maar ook voor haarzelf als een volslagen verrassing. De uitgeefster zal die dag niet snel vergeten. “Mijn vader had iedereen bij elkaar geroepen in deze kamer en kondigde zijn besluit plompverloren aan. Diverse mensen trokken wit weg, zeer begrijpelijk.”

De vorige directeur was vertrokken omdat hij een concurrentiestrijd met de Gottmer-kinderen vreesde. “Wij waren met zijn zevenen en hij dacht natuurlijk: ik word belaagd door al die Gottmers.” Overigens ging behalve Hens alleen haar jongere broer Peter later in het familiebedrijf werken.

Uitgeverij/drukkerij J. H. Gottmer werd in 1938 opgericht door Jan Gottmer, de vader van Hens. Gottmer gaf 'lekkere leesboeken' uit, onder meer van Pearl Buck, Toon Kortooms en Jannetje Visser-Roosendaal. Daarnaast waren er religieuze boeken. Als goed katholiek verwierf Gottmer in 1946 pauselijke toestemming voor het uitgeven van het Breviarium Romanum, het Latijnse gebedenboek waaruit priesters iedere dag moesten lezen.

Beide genres bleven onder het bewind van Hens Gottmer in het fonds, evenals kinderboeken, muziekbiografieën, reisgidsen en hobbyboeken. In de jaren tachtig brak voor de uitgeverij een moeilijke periode aan. Zowel de drukkerij als de educatieve uitgeverij leden verlies. In 1985 verkocht Gottmer de schoolboekerij aan Nijgh. Een jaar later moest ook de drukkerij, die door de snelle veranderingen in het typografische vak niet meer rendabel was, verkocht worden.

Dat ziet Gottmer als het dieptepunt in haar loopbaan: “Ik was erg gehecht aan de drukkerij, het troetelkind van mijn vader. Als kind kwam ik er vaak. Bovendien waren er werknemers bij betrokken. Het was echt dramatisch.” Om de positie van het bedrijf te versterken werd later in hetzelfde jaar uitgeverij Becht gekocht, waarna het bedrijf verder ging onder de naam Gottmer/Becht.

Het boekenvak is Hens Gottmer met de paplepel ingegoten. Bij haar vader kwamen regelmatig schrijvers over de vloer en in huize Gottmer werd altijd over boeken gepraat. Toen Hens klein was kreeg ze vaak boeken cadeau, wat in die tijd niet gebruikelijk was. “Ik had als kind al een kast vol boeken. Daarmee organiseerde ik een bibliotheekje, waar al mijn vriendinnen kwamen lenen. Zij kenden dat helemaal niet.”

Van jongsaf aan wist Hens dat zij net als haar vader het uitgeversvak in wilde. Een beroepsopleiding voor dat vak bestond echter nog niet. De schriftelijke cursus die Gottmer volgde om haar uitgeversdiploma te behalen had weinig om het lijf. Daarom besloot zij praktijkkennis op te doen in een boekhandel. Haar vader regelde een sollicitatiegesprek bij een vriend van hem, maar Hens was niet van plan om in diens winkel te werken: “Het was een door en door katholieke zaak, waar een heilige sfeer heerste. Als je binnenkwam, verwachtte je bij de ingang een wijwaterbakje aan te treffen.” Bij een boekhandel die haar meer aanstond leerde ze het nodige over het inkoopgedrag van boekhandelaren, de smaak van klanten en het belang van goede omslagen.

In 1956 ging Hens Gottmer bij haar vaders uitgeverij werken. Drie jaar later werd 'juffrouw Gottmer' plotseling directeur. “Sommige mensen hadden het daar wel moeilijk mee. Ik was tenslotte net begonnen en eigenlijk nog niet rijp voor de functie. Dat ik het zelf ook niet verwachtte en het niet met mijn vader had bekokstoofd, pleitte wel in mijn voordeel. Bovendien stelde ik me open op; ik besefte dat ik mede afhankelijk was van de mensen die meer ervaring hadden dan ik.”

De uitgeversbranche was eind jaren vijftig een uitgesproken mannenwereld. De jonge directeur van Gottmer was in deze omgeving een opvallende verschijning. In de vele bestuurlijke functies die Hens Gottmer binnen de uitgeverswereld vervulde, was zij steevast de eerste vrouw. Zij heeft nooit het gevoel gehad dat ze niet serieus werd genomen, maar merkte wel dat mannen zich onwennig voelden bij het fenomeen 'vrouwelijke uitgever'. Omgekeerd moest de uitgeefster wennen aan de werkwijze van haar mannelijke collega's: “Mannen willen zich in vergaderingen duidelijk laten gelden; ze moeten altijd het woord voeren, al heeft iemand anders precies hetzelfde gezegd. Als voorzitter van een commissie stelde ik ooit voor dat men alleen dingen zou betogen die nog niet eerder gezegd waren. Die suggestie werd totaal niet opgepikt.”

Op haar eigen uitgeverij heeft de scheidende directeur in ieder geval een vrouwelijk stempel gedrukt, zegt ze. Ze benoemde veel vrouwen, ook op de 'sleutelposten' waar vóór haar aantreden louter mannen zaten. De informele sfeer die ze zelf prettig vond, stimuleerde waarschijnlijk ook andere vrouwen in het bedrijf. Inhoudelijk heeft ze eveneens een vrouwelijk accent gelegd: “We zijn bijvoorbeeld boeken over verdriet en rouwverwerking gaan uitgeven. Ik kan me zo voorstellen dat als een man zo'n manuscript op zijn bureau krijgt, hij minder goed weet wat hij ermee aan moet. Dat deel van het fonds was dan misschien niet van de grond gekomen.”

Het katholieke karakter van de uitgeverij is minder sterk geworden, maar niet geheel verdwenen. “Ik noem het nu liever levensbeschouwelijke boeken; die hebben wij nog steeds. Het is een moeilijk genre geworden, maar ik heb het altijd willen handhaven.” Vier jaar geleden gaf Gottmer de nieuwe vertaling van het breviarium in het Nederlands uit. Dat project nam de directeur zelf onder haar hoede. Ze was er een jaar mee bezig. “Er mag geen enkele fout in zo'n brevier zitten, want daar struikelt de gebruiker elke dag over. Maar het zijn duizenden pagina's, in dundruk. De typografie moet buitengewoon helder zijn voor de veelal oudere lezers. Daarvoor moest een nieuw lettertype worden ontworpen.”

Ook de spirituele stroming van de new age heeft een plaats in het fonds van de uitgeverij. Dat bijt elkaar niet volgens Gottmer. De populariteit van new age geeft aan dat veel mensen op zoek zijn naar houvast. “Daar kun je lacherig over doen, maar dat zoeken moet je serieus nemen. Dan kom je toch op de vraag wat new age te zeggen heeft en of dat iets wezenlijk anders is dan onze katholieke of islamitische gedachtenwereld. Hierover is een interessante discussie gaande tussen de verschillende richtingen, en juist daardoor groeit men naar elkaar toe. Ik denk dat religieuze boeken weer veld gaan winnen. Ze zullen anders zijn dan de ouderwetse gebedenboeken, dat wel.”

Gottmer laat zich in het algemeen door de zogenaamde 'ontlezing' niet ontmoedigen. Zij is ervan overtuigd dat het boek blijft bestaan naast nieuwe media als de CD-Rom: “Het echte, ontspannende lezen doe je niet vanaf een beeldscherm.”

Misschien zullen boeken wel elitair worden. Dat zou jammer zijn, maar geen ramp. “Vroeger was dat tenslotte ook zo. Waar ik op hamer is dat iedereen wel moet kúnnen lezen. Je moet weten wat je met een boek kunt doen, dan pas kun je kiezen of je ervan houdt of niet.” Gottmer blijft dan ook actief in de Stichting Lezen, die bij kinderen het plezier in lezen wil stimuleren. Deze stichting initieerde jaren geleden een musical over boeken, waarvoor Mies Bouhuys een lied schreef met de titel 'Als je niet kunt lezen sta je in de hoek'. Dat is Hens Gottmer uit het hart gegrepen. “Lezen is ontzettend belangrijk. Als je niet kunt lezen kun je natuurlijk best lol in je leven hebben, maar maatschappelijk gezien sta je in de hoek.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden