Bekroonde cineaste is klaar voor de politiek

Kun je met enkele jaren huishoudschool een geslaagd documentairemaakster worden en vervolgens lid van de Tweede Kamer? Als je Hillie Molenaar heet wel. Weliswaar staat zij nu op nummer 56 op de kandidaat-kamerledenlijst van de PvdA, maar door de grote zetelwinst zal zij waarschijnlijk binnen een jaar doorschuiven naar de Tweede Kamer.

HELEN POWEL

'Geen gevoel voor realiteit' luidde de uitkomst van een psychologische test van de destijds 15-jarige Hillie Molenaar uit Sneek. Vijftien jaar later maakte zij haar eerste film, 'Abortus doe je niet zo maar', om haar lezingen te ondersteunen. Gedreven door een 'buitengewoon ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel' stapte zij toen als Dolle Mina, Kabouter en 'alles wat daarna in opstand kwam' door het leven. “Ik was zeer opstandig en fel. Mensen waren vaak bang voor me. En ik was overal in geïnteresseerd, wilde overal bij zijn.”

Molenaar (die met enige tegenzin meldt 53 te zijn; na meermalen vanwege leeftijd gediscrimineerd te zijn, is ze op dat punt terughoudend geworden) reisde de hele wereld af en zette twintig documentaires met sociaal-politieke onderwerpen op haar naam. Ze sleepte er verschillende prijzen voor in de wacht. Vorig jaar won zij het Gouden Beeld met 'Crossroads', over het grensgebied tussen Rwanda en Burundi.

Molenaar was zestien, toen zij naar de grote stad, Amsterdam, vertrok om sportleidster te worden. Gefrustreerd door enkele jaren huishoudschool, voelde zij zich bepaald niet aangetrokken tot een carrière als huisvrouw. “Meisjes moesten in het gareel gebracht worden om ze veilig af te kunnen leveren bij het huwelijksbootje. Voor een verandering kon ik niet in Sneek blijven, daarvoor moest je naar Amsterdam.”

Ondergebracht in een kosthuis moest zij eerst een jaar de avondmulo volgen voordat zij toelatingsexamen mocht doen bij de sportopleiding Cios. Overdag had zij een kantoorbaantje. “Na een jaar deed ik toelating, maar door al dat werken en leren was ik stijf geworden. Ik kon geen vogelnestje meer maken en kreeg pijn in mijn kuiten van hardlopen.”

Het ene baantje na het andere volgde. Alleen de inwerkperiode kon Molenaar boeien. Had ze het werk onder de knie, dan sloeg de verveling toe en vertrok ze naar de volgende uitdaging. “Op een gegeven moment, ik was twintig, sloeg ik de beroepskeuze-encyclopedie op. Ik wilde dolgraag leren en kwam uit bij film en televisie. Daar stond 'afwisselend, reizen en steeds andere onderwerpen' achter. Ik dacht: Daar leer ik veel van en ik hoef niet bang te zijn dat ik me verveel.”

Maar toentertijd bestond er nog geen opleiding in die richting. Niet voor één gat te vangen startte zij haar loopbaan als scriptgirl. “Bij een documentairemaker kon ik voor de helft van de tijd aan de slag in de boekhouding. De andere helft mocht ik daar het vak van scriptgirl leren. Maar ik was zo slecht in boekhouden, dat daar helemaal geen tijd voor overbleef.” Via een bevriende cameraman blufte zij zich binnen bij een andere filmmaker, Jef van der Heyden. “Vanaf de eerste dag vond ik het leuk. Maar ik wist niets van close-ups of mediumshots. Die cameraman hielp me. Ik was zo scherp, bang om door de mand te vallen, dat ik het heel goed deed.”

Nederland telde eind jaren zestig nog maar weinig scriptgirls, dus hoorde Molenaar al snel tot jong en opkomend talent. “Binnen de filmwereld was niet echt veel werk. Bij de televisie keken ze tegen filmmensen op en ik had het onvoorstelbare geluk aangenomen te worden bij de Tros. Ik kreeg een opleiding, mijn eerste echte opleiding, salaris en de verzekering van een baan.”

Kritisch als ze toen al was, kon zij bij 'de grootste familie van Nederland' haar draai niet vinden. “Hun programma's werkten niet op mijn lachspieren. Ik keek bloedserieus naar artiesten als John Lanting. Vervolgens moest ik aan de directeur uitleggen waarom ik niet lachte. Ik zei: 'Wijs mij in de cao aan waar staat dat ik als scriptgirl moet lachen en dan zal ik het zeker doen'. Toen mocht ik weg en werd ik freelancer.”

De televisiewereld kende tal van emancipatieproblemen, maar de vakbond hield zich daar niet mee bezig. Een mannelijke scriptgirl heette al gauw producer, ontdekte Molenaar, en werd voor hetzelfde onregelmatige werk veel beter betaald. Vrouwen mochten niet achter de camera. Het werd voor haar tijd zich aan te sluiten bij de Dolle Mina's. “Alles kwam in een stroomversnelling. Ik leerde omgaan met de pers, provoceren, debatteren, dwars tegen mensen ingaan, maar ook luisteren.” De PvdA'er Jan Schaefer benaderde haar in 1973 al. “Maar die vergaderingen toen waren één walmende, rokende bende. Ik dacht: 'Dan kan ik steeds mijn haar en mijn kleren wassen als ik daarvandaan kom.' Politiek zit in mij en is altijd sterk aanwezig op de achtergrond. Maar ik ben nooit een partijpolitiek iemand geweest. Tijdens vergaderingen is het voor mij al snel uit verveling snurk-snurk.”

In 1971 werd zij assistent van de peetvader van de documentaire: Joris Ivens. “Het maakt niet uit waar het geld vandaan komt, al is het van Shell, het gaat erom hoe je het besteedt, zei Ivens. Filmen is topsport, dus moet je goed voor jezelf zorgen. Meelijden met arme mensen helpt niet, je moet filmische verantwoordelijkheid dragen.” Ivens leerde haar kijken naar de politieke context van een conflict, in Nederland en in het buitenland. Haar blik op de wereld werd internationaler. Inmiddels beslaan haar films onder andere thema's uit Rusland, Afrika en Zuid-Amerika. Die vermenging van politiek en film was een voorbode van haar stap naar de Kamer.

Als filmmaakster en voormalig lid van de Europese Mediacommissie ligt een portefeuille media, kunst en cultuur voor de hand. Molenaar heeft het Europese co-financieringsfonds Forum naar Nederland gehaald. “Filmmakers en geldschieters van tachtig internationale televisiestations komen nu jaarlijks in Amsterdam bijeen en proberen elkaar te vinden. Je filmproject gefinancierd krijgen is het moeilijkste wat er is. Ik heb geleerd ontzettend inventief te zijn.”

“Ontwikkelingssamenwerking, daar ben ik heel erg in geïnteresseerd. Ik hou niet van betutteling. Ik heb altijd geprobeerd het stigma dat bijvoorbeeld Afrika heeft, met mijn films tegen te gaan. In Afrika zitten heel veel leuke en intelligente mensen. Stuur ook eens het Concertgebouworkest of theatergroep Dogtroep daar naar toe. Iedereen, het bedrijfsleven, Pronk, zou wel wat meer mogen investeren in Internet. Dat biedt hun enorm veel mogelijkheden tot ontplooiing. Wat denk je van de naamsverandering ministerie van Global communication en stimulering in plaats van Ontwikkelingssamenwerking?”

Ook al koesterde ze sympathie voor het communistische gedachtegoed, Molenaar is al een eeuwigheid lid van de PvdA. Alleen, het vergadercircuit van de partij was voor haar niet de manier om zich als toekomstig kamerlid te profileren. “Maar deze keer kon je solliciteren via de krant. Filmen is een vrij eenzaam beroep en ik wil meer en andere dingen doen met mijn kennis.”

Gepokt en gemazeld door het leven lijkt zij een van de laatste rasechte sociaaldemocraten. “Er zitten veel hoogopgeleide types in de Kamer, maar ik ben niet zo makkelijk te imponeren.” Spannend vindt Molenaar de gang naar de Kamer wel. “Maar ik ben niet bang om bang te zijn. Ik wil goed zijn en geen aangepaste meeloper. Daarbij zal ik heus wel een keer gigantisch op mijn bek gaan. Maar dat is niet erg. Als je een film maakt, moet je ook met je billen bloot. Het publiek ziet alles. Bij ieder project begin je weer bij nul. Zo maak je een goede film en zo lever je een topprestatie.”

Omdat het tijdstip van aantreden in de Kamer onzeker is, heeft Molenaar weer een filmproject op stapel staan. “Ik ben een kleine zelfstandige. Ik kan niet wachten zonder te werken. Op dit moment ben ik bezig met een film over een krant in Afrika, die ik in november zal draaien.”

“Ik ben nu vijftig plus en voel me goed en sterk. Het huis waar ik in woon en werk, is opgeknapt. Mijn scheiding is verwerkt. Joris, mijn zoon (vernoemd naar Ivens), is 'af'. Hij heeft zijn diploma en redt het verder wel. Als documentairemaakster zit ik aan de top. Je kunt zo doorgaan of totaal iets anders doen. Ik ben klaar voor de politiek. Het is nu of nooit.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden