Bekroning van een militant humanist

'Het Boek van Sinterklaas noem ik het wel eens voor de grap', zegt Peter Pollman, beter bekend als Peter Pontiac. Het massieve verzamelde werk dat bij de tekenaar thuis op tafel ligt, heeft met de rood-goude kleurstelling inderdaad wel iets weg van het boek van de goedheiligman. Uiterlijk dan. Want aan de binnenkant openbaart zich Pontiacs geheel eigen wereld, vol lust, actie, drugs, humor, rock 'n roll en engagement.

En dat allemaal in chronologische volgorde. Pontiac is er, samen met vormgeefster Borinka Beeke, een maand of drie mee in de weer geweest. "Het was hard werken. Als je trouw blijft aan chronologie, dan kan je geen kant op. Je moét die volgorde aanhouden. Ik zag dat het gedurende de rit ook een levensverhaal van mezelf werd. Jeetje, dacht ik soms, ik was toen wel heel erg met seks bezig. Of met angst voor De Bom. Zo is 'Rythm' een soort wandelkaart door Pontiacland geworden."

De ontvanger, morgen, van de Marten Toonder Prijs 2011 mag zonder twijfel worden gezien als een van de beste striptekenaars van het land. Pontiac heeft een volstrekt eigen stijl. Wie door 'Rhythm' bladert, maakt kennis met de chroniqueur van de Nederlandse subcultuur. Al zullen de meeste kopers van deze dikke stripbundel geen kennis meer hoeven te maken met Pontiac. Zij ontmoetten hem allang als illustrator van muziekblad Oor of als tekenaar van 'Lost in the Lowlands' (1996-1997), waarin Pontiac samen met collega-tekenaar Typex over het Lowlands-terrein zwerft. "Vanaf het begin vond ik mijn eigen leven ook de moeite waard om te tekenen."

Rechtstreeks betrekking op zijn eigen leven heeft ook zijn bekendste werk 'Kraut' (uit 2000, niet opgenomen in 'Rhythm'). Het is een 'biografiek' over het oorlogsverleden van Pollmans vader, die als SS-er aan het oostfront en in Normandië was gestationeerd en later, in 1978 op Curacao, op raadselachtige wijze verdween. Pontiac: "Kraut is eigenlijk geen strip en ook geen beeldroman, maar een geïllustreerde brief aan mijn vader."

Die afwijkende vorm is tekenend voor Pontiacs gehele aanpak: wat hij doet kan namelijk erg uiteen lopen. Dat 'Rhythm' zijn hele oeuvre beslaat, zoals de folder belooft, helpt Pontiac dan ook direct uit de wereld: "Dat is een misverstand. Mijn complete stripoeuvre is erin gebundeld, ja. Maar ik heb heel veel meer gedaan waar géén spreekballonnetjes in voorkomen."

Zo ontwierp Pontiac zo ongeveer alle rubriekslogo's van muziekblad Oor. Voor het tijdschrift Muziek Express (ME), dat in 1989 stopte, tekende hij de rockhelden van weleer: Keith Richards, Jimi Hendrix, John Lennon. Bij ME was dat nog echt als fan, bij Oor, 15 jaar later, was dat met meer ironie: No more heroes.

Pontiac ontwierp daarnaast platenhoezen, schreef en tekende voor de legendarische Gouden Boekjes kinderboekenserie en tekende de krantenstrip 'Weermuizen' voor het Algemeen Dagblad. Als actueel bewijs van zijn veelzijdigheid ligt op dezelfde tafel als waarop ook het 'boek van Sinterklaas' ligt, een door Pontiac beschilderd skateboard. Het is nog ingepakt, maar Pontiac staat op en laat het kunstwerk zien. Zoals hij tijdens het gesprek wel vaker opstaat en dingen laat zien. Bijzondere uitgaven, bibliofiele boeken, zeldzame tekeningen; als het ter sprake komt dan haalt ie het erbij.

Op het skateboard staan een sexy cowgirl en een strenge moslima. Tussen hen in een benzineslang en onder en boven op het board prijken een christelijk kruis (of is het een dollarteken?) en een koran. "De tekening symboliseert de strijd tussen de islam en het westen, allebei vechtend om het geloof en de olie."

Nee, na veertig jaar tekenen is Pontiac de betrokkenheid met wat er in de wereld gebeurt niet kwijtgeraakt. Hij volgt alles wat er in het nieuws gebeurt. Je zou kunnen zeggen dat hij met zijn potlood de maatschappij van schaduw voorziet.

De laatste tijd ook letterlijk met een potlood: "Ik doe veel met balpen, een heel gehoorzaam medium, maar inmiddels kom ik uit bij schetsen met alleen een potlood."

Zo blijft Pontiac in ontwikkeling. Ook inhoudelijk. Waar hij voorheen de kraakbeweging in beeld bracht, de alternatieve muziekscene, de junks van Amsterdam of de hongerige zwarte Afrikaan, zo tekent hij nu met dezelfde gedrevenheid een bespiegeling over het multiculturele debat. Pontiac kan zich nog 'ouderwets' kwaad maken.

"Ik heb niet de illusie dat, als ik iets anti-kapitalistisch teken, dat een kapitalist dan denkt: 'oei, nu ga ik het heel anders doen'. De enige vierkante meter waar je echt invloed op hebt is je eigen vierkante meter, denk ik. Toch is het voorgekomen dat een tekening van mij over de gruwelijke gevolgen van een bomaanslag in Birmingham invloed had op fanatieke krakers die ik kende. Die jongens schuwden het geweld niet maar toen ze mijn strip lazen zeiden ze zo geschrokken te zijn van die tekening dat ze wat minder bloeddorstig werden. De Groningse dichter Peter van der Wal, wiens werk ik soms illustreer, noemt mij een 'militant humanist.'"

Het waren andere tijden. De politieke betrokkenheid bij jongeren toen, zo merkt Pontiac, heeft plaats gemaakt voor een zekere onverschilligheid."Ze zijn er nog wel, de jonge mensen die weten hoe het zit of tenminste wíllen weten hoe het zit, maar de meesten zitten liever op het terras met hun app's te spelen."

Maar bestempel Pontiac niet als een ouwe zeur, die terugverlangt naar de tijden van weleer. Want dat is hij niet. Elke tijd heeft z'n charme, wil hij maar zeggen. En waarom zou je de oude en nieuwe tijd niet combineren? "Eén van de voordelen van nu is dat je met de computer beschikt over een gigantisch museum en bibliotheek ineen. Ik kan ook uren zoet zijn met YouTube. Obscure nummers zoeken van ouwe zwarte rhythm and blues. Of instrumentale 50's en 60's rock 'n roll."

Eigenlijk is het een inhaalslag, realiseerde hij zich."Het is de muziek uit mijn jeugd, toen ik al vermoedde dat er onder het topje van de ijsberg, met daarop Elvis, Cliff Richard & The Shadows, The Stones en Them, zich veel meer moois moest bevinden. Toen was dat onbereikbaar, nu hoef ik mijn werkhok er niet eens voor uit."

Toonderprijs nog piepjong
De Marten Toonderprijs is een oeuvreprijs die toekomt aan de striptekenaar die volgens de jury 'een bijdrage heeft geleverd aan de Nederlandse cultuur'. De prijs is genoemd naar Marten Toonder, tekenaar van Olivier B. Bommel en Tom Poes. De onderscheiding - goed voor 25.000 euro - is een initiatief van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst, en werd in 2009 ingesteld. Voor Peter Pontiac won Jan Kruis, schepper van de strip Jan, Jans en de kinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden